DVD-recensie

Arturo Toscanini neemt geen blad voor de mond

 

© Aart van der Wal, juli 2009

 

 

Toscanini: In his own words

Film van Larry Weinstein

Barry Jackson: Arturo Toscanini
Joseph Long: Walter Toscanini
Carolina Giammetta: Wally Toscanini
Michael Brandon: Wilfrid Pelletier
Jennie Goossens: Anita Colombo
Valentina Chico: Iris Cantelli

NTSC 6: 9; stereo | Engels/Duits/Frans gesproken, geen ondertiteling.

Medici Arts 3077928 • 70' •

 

 


De Italiaanse dirigent Arturo Toscanini (1867-1957) was al lang en breed een legende toen hij op 16 januari 1957 in New York overleed, een paar weken voor zijn negentigste verjaardag. Voor velen was en blijft hij de beste dirigent ooit, voor anderen op zijn minst de grondlegger van een nieuw soort orkestdiscipline, waarin geen plaats was voor 'geschmier', voor overdreven vibrato of portamento of voor slappe ritmiek. Hij bereikte een messcherpe profilering door pas tevreden te zijn als de noten werkelijk messcherp onder elkaar stonden. Zijn ascetische manier van dirigeren en musiceren, tussen zeer gespierd en uiterst teder, kende geen compromissen, wat hem bij veel van zijn musici niet bepaald geliefd maakte. Door oude normen zo snedig mogelijk aan te zetten en nieuwe te introduceren creëerde hij een heldere en transparante klank die vandaag de dag nog steeds een moderne indruk achterlaat. Zo bezien was Toscanini zijn tijd ver vooruit, zeker in vergelijking met de dirigenten die de zwaarwichtige, Duits-romantische stijl hanteerden.

Zijn geheugen was fabelachtig, hij kon er bewust of onbewust best wel mee koketteren, maar wie zijn beeld- en geluidsopnamen bestudeert beseft dat deze o zo gedreven dictator de muziek in zijn meest superieure vorm kon laten klinken, zo puur en zo ongeschonden, zo ontdaan van iedere vorm van pronkzucht dat we ons er eigenlijk niet of nauwelijks bewust van zijn dat dit zich reeds vroeg in het interbellum afspeelde.

Áls er toen een pendant van Toscanini's dirigeerkunst te vinden was, dan was dat alleen Otto Klemperer, die met zijn 'neue Sachlichkeit' vanaf eind jaren twintig aan de Berlijnse Staatsopera een bijna reactionair getint tegenwicht wilde bieden aan de 'romantische vertelkunst' die zijn collega's op en naast het podum zo hartstochtelijk verdedigden. Evenals Toscanini probeerde ook Klemperer de 'Partiturtreue' daadwerkelijk in de praktijk te brengen, wars van een hoge eigendunk of sterrendom. Muzikale zuiverheid, daar ging het om.

Toscanini verzorgde een groot aantal wereldpremières, waaronder die van inmiddels beroemde opera's zoals Puccini's La bohéme, Turandot en La fanciulla del west, Boito's Nerone en Leoncavallo's Pagliacci. Dan waren er opera's van niet-Italiaanse componisten, die Toscanini voor het eerst naar de Milanese Scala haalde: Siegfried (Wagner), Jevgeni Onegin (Tsjaikovski), Salome (Richard Strauss) en Pelleás et Melissande (Debussy).

Grote successen beleefde Toscanini met het Amerikaanse NBC Symphony Orchestra, een van de eerste echte omroeporkesten in de wereld. We danken er het grote aantal opnamen aan dat ons een goed zicht geeft op Toscanini's bijzondere interpretatiekunst, niet in de laatste plaats met behulp van de inmiddels fors voortgeschreden techniek rond de digitale 'remastering'.

In de weinige beschikbare filmopnamen oogt Toscanini nuchter, zakelijk, met bescheiden gebaren, zonder enige 'pomp and circumstance'. Hij is zeker niet zo stram als star als bij bijvoorbeeld Fritz Reiner, de toenmalige chef van het Chicago Symphony Orchestra, maar voor uiterlijke expressie moeten we toch niet bij Toscanini zijn. Mogelijk heeft dat ertoe geleid dat veel critici niet zo van hem gecharmeerd waren, hem een koude, afstandelijke stijl aanwreven. De waarheid was evenwel dat hij pas op de bok verscheen nadat hij de partituur thuis eerst binnenstebuiten had gekeerd (een werkwijze die zijn bewonderaar Karajan later van hem zou overnemen) en hij wat de interpretatie betreft een zeer duidelijk beeld voor ogen had, geholpen door zijn ijzersterke, zo niet fotografische geheugen. Toen dat hem echter tijdens het dirigeren van een Wagnerprogramma in april 1954 in het New Yorkse Carnegie Hall in de steek liet, waarschijnlijk veroorzaakt door een herseninfarct, borg hij zijn dirigeerstok op en trok hij zich terug in zijn huis in Riverdale, in de Bronx in New York, waar hij op 16 januari 1957 aan een beroerte bezweek, 89 jaar oud. Hij werd begraven op het grote Milanese kerkhof Cimitero Monumentale.

De film

Als Toscanini's zoon Walter niet stiekem die bandopnamen had gemaakt, zouden we niets over de diepere gedachten van de beroemde dirigent hebben vernomen. Hij gaf immers geen interviews en liet geen memoires na. Dat deze gesprekken bewaard zijn gebleven is des te interessanter omdat ze werden opgenomen nadat Toscanini zich in 1954 van het podium had teruggetrokken. Zo kon Toscanini in feite een heel leven overzien en becommentariëren.

Op een aantal punten zijn de oorspronkelijke zwartwit-archiefbeelden zeker interessant, hoewel her en der al eerder vertoond. We zien onder andere een fragment van de begrafenis van Giuseppe Verdi in 1901 en van Toscanini zelf in 1957. Dan zijn er de vele muziekfragmenten, die de beelden ondersteunen.

De acteurs doen hun best, maar behoudens Barry Jackson als Toscanini komen de overige gesprekspartners niet natuurlijk over, ze overdrijven in dictie en gebaren. Maar alleen wat Toscanini te zeggen heeft is uiteindelijk van belang, en in dit geval van begin tot het eind. De maestro die zo gewéldig de opera's van Puccini kon dirigeren en hem een gebrek aan oorspronkelijkheid verwijt! Ik wist niet wat ik hoorde. Meer zal ik hier niet verklappen, maar u zult zeker van de ene in de andere verrassing vallen. Mede dankzij de mengeling van conversatie en archiefbeelden, waaronder opnamen uit het privéarchief van de Toscanini's, vormt deze dvd een must voor zowel de Toscanini- als de muziekliefhebber.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links