DVD-recensie

This is Rattle

 

© Maarten Brandt, september 2019

 

This is Rattle

Grime: Fanfares

Adès: Asyla

Birtwistle: Vioolconcert

Knussen: Symfonie nr. 3

Elgar: ‘Enigma' Variations op. 36

Christian Tetzlaff (viool), London Symphony Orchestra o.l.v. Simon Rattle
LSO3066 • 115' • (Blu-ray en dvd)
Opname: 14 september 2017, Barbican Hall, Londen

https://lsolive.lso.co.uk/

 

Onlangs had ik een visioen van het nieuwe fusieorkest, ontstaan uit de samenvoeging van het Orkest van het Oosten en Het Gelders Orkest. We bevinden ons in bijvoorbeeld de Parkzaal van Musis Sacrum te Arnhem tijdens het inauguratieconcert van het nieuw geformeerde ensemble. Uiteraard is Ed Spanjaard de chef. Ter linkerzijde hangt dan ook een flat-screen met daarop de volgende tekst: ‘Dit is Spanjaard'. Het programma bestaat uit alleen werk van eigen bodem. Bijvoorbeeld met als opening een speciaal voor deze gelegenheid geschreven werk van Michiel van der Aa, Robin de Raaff of Willem Jeths. Op de voet gevolgd door het Pianoconcert van Tristan Keuris en met als afsluiter voor de pauze het monumentale orkeststuk ‘Boog' van Robert Heppener (geschreven voor het Koninklijk Concertgebouworkest, maar sinds de vuurdoop in 1988 nooit meer door dit gezelschap gespeeld). Tijdens het gedeelte na de pauze staan de schijnwerpers gericht op achtereen-volgens twee klassiekers uit de eerste helft van de afgelopen eeuw: de aforistische Zes symfonische epigrammen van Willem Pijper - een soort Nederlands commentaar op de Sechs Orchesterstücke, opus 6 van Anton Webern, die Pijper zeer bewonderde - en de Tweede symfonie van Matthijs Vermeulen. Onvoorstelbaar, zult u zeggen, en terecht. Want we hebben het over Nederland, waarin wijsneuzen van bedenkelijk allooi in de raden van toezicht en besturen doorgaans de dienst uitmaken en waar om het even welke kennis van de symfonische muziek van eigen bodem doorgaans schittert door notoire afwezigheid (uiteraard heb ik het niet over de ZaterdagMatinee, die is en blijft gelukkig nog steeds een rots in de branding).

Gewoonste zaak van de wereld
Maar nu terug naar de realiteit. Het kan namelijk ook anders en dat leert bovenstaande productie die zowel op Blu Ray en DVD kan worden beluisterd en bekeken. Het betreft hier een registratie van het eerste concert dat Sir Simon Rattle als chefdirigent van het London Symphony Orchestra gaf op 14 september 2017. Over Engeland kunnen we moeiteloos heel veel slecht nieuws opdissen. De kranten staan er vol van en we worden er bij wijze van spreken per uur door de verschillende media mee bekogeld. Hoe het ook zij, dit gebeurt er dus ook: een symfonische productie met niets anders dan muziek van Britse herkomst. En dit bovendien gebracht alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Het is niet minder dan een beginselverklaring. “Dit ben ik” heeft Rattle er mee willen zeggen. “En hier sta ik voor!” Niet meer en vooral niet minder, zou ik er aan willen toevoegen. Trouwens niet alleen in eigen land, ook daarbuiten heeft Rattle zich sterk gemaakt voor zijn landgenoten. Zoals bijvoorbeeld gedurende het eerste concert dat hij op 7 september 2002 – door Euroarts op DVD uitgebracht - leidde in zijn hoedanigheid als chefdirigent van de Berliner Philharmoniker en bij welke gelegenheid hij een uitvoering van Mahlers Vijfde symfonie vooraf liet gaan door een van de stukken die we ook hier horen, te weten Adès' zowel geladen als swingende ‘Asyla' dat al geruime tijd een repertoirestuk is van Rattle. De grondhouding van waaruit deze eminente musicus opereert is die van wat onze oosterburen treffend ‘künstlerische Moral' noemen en dat is een eigenschap die Rattle en Spanjaard (en gelukkig ook nog anderen) ondubbelzinnig met elkaar delen.

Grootschalige kamermuziek
Het is fascinerend om beide vertolkingen van ‘Asyla', dus die door de Berliner en de Londenaren, met elkaar te vergelijken. Eigenlijk zou men ze beide moeten bezitten. Want tussen deze uitvoeringen gaapt een wereld van verschil, wat geen negatief waardeoordeel inhoudt, integendeel. De Berlijnse versie is ongekend ‘wuchtig', wat natuurlijk ook samenhangt met de klankcultuur van dit orkest, die soms ook iets turboachtigs heeft. Vooral het derde deel, het ‘ecstasio' knalt er uit. De dynamische contrasten zijn over de gehele linie enorm. Vijftien jaar later klinkt het in Londen heel anders. Veel lichtvoetiger en puntiger. Soms – hoe vreemd het ook moge overkomen bij een stuk met een zo grote bezetting – als grootschalige kamermuziek. Details treden op een andere en veel doorschijnender wijze aan het licht, vooral ook in de langzame geledingen. Is de Berlijnse verklanking dionysisch en soms zelfs ronduit demonisch, gedurende de Engelse remake meent men bij vlagen zelfs apollinische accenten te bespeuren. Niettemin hebben beide uitvoeringen hun onloochenbare merites. Dat lichtvoetig niet identiek is met licht-gewicht, blijkt niet alleen uit Rattle's huidige visie op Adès, maar tevens het stuk waarmee dit luisterrijke programma wordt geopend: de ‘Fanfares' van Helen Grime dat later onderdeel zou worden van een grootschaliger opdracht in de vorm van ‘Woven Space' welke compositie recentelijk (in april van dit jaar) op een van de cd's van LSO Live is uitgebracht. Qua karakter en gebarentaal hoort ‘Fanfares' thuis in het rijtje virtuoze orkestwerken à la Stravinsky's ‘Feu d'artifice' en Knussens ‘Flourish with fireworks'. En muzikaal vuurwerk van de rankste en verfijndste soort is wat hier de revue passeert. Wat is er mooier dan een programma als dit mee te openen?

Dialoog
Harrison Birtwistle brengt ons in een geheel andere wereld. Zijn plaats in de Engelse muziek zou men enigszins kunnen vergelijken met die van een Pierre Boulez in centraal Europa en Elliott Carter in Amerika. Een van de fenomenen die genoemde componisten met elkaar gemeen hebben is een rijke en gelaagde textuur, terwijl Birtwistle's partituren soms ook – vooral wat de sfeer betreft, want het gaat hier niet om citaten – aan Berg en Schönberg herinneren. Zijn uit 2010 daterende monolithische Vioolconcert met een speelduur van ongeveer 25 minuten is het resultaat van een opdracht van het Boston Symphony Orchestra en geschreven voor de violist die het ook hier speelt, Christian Tetzlaff. Opmerkelijk is niet alleen dat de solist in dialoog met het orkest verkeert maar ook met enkele lessenaaraanvoerders daaruit en dat zijn – in volgorde van opkomst – fluit, piccolo, cello (die niet hoeft op te komen, omdat deze al vooraan zit), hobo, en fagot. Heel in de verte doet deze opzet ietwat denken aan die van Carters Piano Concerto waarin de protagonist immers niet alleen interacteert met het orkest, maar tevens met een concertino. Tetzlaff, Rattle en het orkest zetten hier een uitvoering neer die van A tot Z staat als een huis. Ondanks de vele secties waaruit het geheel is opgebouwd ervaart men dit stuk als één reusachtige spanningsboog. Daarbij is de muziek van een enorme rijkdom in expressie binnen onverschillig welke gelaagdheid. Zoveel is duidelijk, Birtwistle's Vioolconcert behoort nu al tot de meest belangrijke composities in dit genre van de 21 ste eeuw.

‘Nieuwe oren'
De Derde symfonie van Oliver Knussen sluit voorbeeldig op het voorgaande aan. Was de spanning – op een paar uitbarstingen na zich veelal onderhuids manifesterend - gaande het Vioolconcert van Birtwistle al om te snijden, die komt tot een fenomenale explosie in deze partituur die de componist op 27-jarige leeftijd voltooide, zij het dat hij er al mee begon toen hij 21 was. Net als Berg in zijn Drei Orchesterstücke, Bernd Alois Zimmerman in zijn Sinfonie in einem Satz of, om een voorbeeld uit eigen land te noemen, Peter-Jan Wagemans in zijn Symfonie, opus 3, gooit ook Knussen alle remmen los door zich geen enkele reserve op te leggen gedurende de soms ongekend hevig uitpakkende climaxen. Dit betekent echter niet dat Knussens Derde gespeend is van uiterst subtiele momenten, waarbij van begin tot eind – en dat gaat voor al Knussens werk op – een streven naar het bereiken van ultieme perfectie opvallend is. Want middelmaat is een fenomeen dat in het vocabulaire van deze veel te vroeg heengegane componist nergens voorkomt. Alles klinkt als een klok, zeker in deze uitmuntende weergave door Rattle en de zijnen.

Na dit alles, en dat is een van de geheimen van dramaturgie, ondergaat men een op zich te pas en te onpas gespeeld werk als de ‘Variations on an original theme, ‘Enigma', opus 36, zoals Elgars meest bekende compositie heet, met'- om John Cage te parafraseren - volledig ‘nieuwe oren'. Wat heb ik genoten van de messcherpe articulatie in de snelle variaties in deze meesterlijke verklanking! Maar ook het beschouwende karakter, met ‘Nimrod' voorop, in de uitgebalanceerde episodes krijgt het volle pond. Goed, of we aanstonds nog kunnen zeggen ‘Britannia rules te waves', is op z'n minst aan twijfel onderhevig, maar muzikaal doet men dit – getuige deze voorbeeldige productie – nog in (zeer) hoge mate. Hopelijk zullen we nog heel lang van Rattle en zijn Londense musici kunnen genieten en rolt er nog menige fraaie BD/DVD-productie van deze pracht-combinatie van de persen. Rest nog te melden dat de présence van het gebodene op de Blu-ray nog imposanter overkomt (mede door de schitterende beeldkwaliteit) dan op de DVD en dat de toelichtingen van Paul Griffiths en Stephen Johnson van de bovenste plank zijn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links