DVD-recensie

Music, Power, War and Revolution

 

© Aart van der Wal, augustus 2019

 

Music, Power, War and Revolution

Driedelige documentaire:
1. Music in the Time of the Great War (film van Andreas Morell)
2. Silenced: Composers in Revolutionaire Russia (film van Anne-Kathrin Peitz)
3. Music and Power (film van Maria Stodtmeier en Ilsa Willinger)

Accentus Music ACC 20473 • 166' • (2 dvd's) 2018

 

We weten het: muziek is meer dan muziek. Of anders gezegd: er is meer in het spel dan alleen de noten en wat daar rechtstreeks omheen zwermt. Dat geldt uiteraard niet voor alle muziek. Ik denk dat niemand zal beweren dat Mozarts instrumentale werken – een enkele uitzondering daargelaten – iets anders uitdrukken dan puurr muziek. Muziek die – om een uitspraak van Louis Andriessen maar weer eens van stal te halen – uitsluitend over muziek gaat. Zelfs zoiets ‘tastbaars' als Mozarts ‘Mauerische Trauermusik' gaat over niets anders dan muziek, hoezeer de treurnis er ook vanaf straalt. Aan de andere kant van dit spectrum is er de wel of niet politiek geëngageerde bekentenismuziek, met ergens middenin de programmamuziek. Politiek geëngageerd, wat moeten we ons daarbij voorstellen? Een willekeurig voorbeeld: dat is de muziek van Hanns Eisler (1898-1962). We lezen het al in het 'Konzertbuch' uit 1972, uitgegeven in de toenmalige Deutsche Demokratische Republik, de DDR: 'Eisler ist die erste schöpferische Persönlichkeit der deutschen sozialistischen Tonkunst!' Het klinkt als een reclameleus, maar het is wel waar.

Eisler die model kan staan voor zoveel andere politiek geëngageerde componisten, maar ook tekstdichters en theatermakers. Daaronder bekende namen: Kurt Weill, Bertold Brecht, Ernst Busch en Erich Weinert. Maar ook toondichters dichter bij onze tijd: Theodorakis (‘Mauthausen-liederen'), Górecki (Derde symfonie, de ‘Symfonia piesni zalosnych') en natuurlijk Nono (‘Il canto sospeso ', ‘Il tolleranza' en Çanto per il Vietnam'). Dan zijn er Sjostakovitsj' in groot symfonisch geweld of in lange schrijnende adagio's gevatte aanklachten tegen Stalins en later Hitlers massaterreur. Daartegen verbleken de ‘protestsongs' in het popdomein.

Gelukkig is er veel muziek die op haar manier de strijd aanbindt tegen onderdrukking, onrecht of oorlog. Die haar invloed wil laten gelden, vaak letterlijk tegen de verdrukking in. Merkwaardig dat Schönberg er nu juist het omgekeerde in zag:

Jetzt sind mir die Augen geöffnet über so viele meiner Gefühle, die ich gegen Ausländer hatte, meine Freunde wissen es, ich habe es ihnen oft gesagt: ich konnte nie etwas anfangen mit aller ausländischen Musik. Mir kam sie immer schal, leer, widerlich süßlich, verlochen und ungekonnt vor. Ich wunderte mich, dass nicht alle so empfinden wie ich. Diese Musik war längst eine Kriegserklärung, ein Überfall auf Deutschland. Aber jetzt kommt die Abrechnung! Sie sollen den deutschen Geist verehren und den deutschen Gott anbeten lernen. (Arnold Schönberg aan Alma Mahler, 18 augustus 1914, precies drie weken na het begin van de Eerste Wereldoorlog).

De oorlog, het slachtveld, de revolutie, door de eeuwen heen ‘dankbare' onderwerpen voor menige componist. We zien de elementen al terug in sommige middeleeuwse muziek, maar ook in de renaissance en de vroegbarok. Soms vrij realistisch uitgebeeld zelfs, zoals in de ‘Battallia' van Biber, ‘Wellingtons Sieg oder die Schlacht bei Vittoria' van Beethoven, de Ouverture 1812 van Tsjaikovski, ‘Oorlog en Vrede' van Prokofjev, de reeds gememoreerde orkestwerken van Sjostakovitsj. Of anders is wel het motto dat Benjamin Britten boven zijn 'War Requiem' schreef, alleszeggend: 'My subject is war and the pity of war. The poetry is in the pity'.

Een eenvoudig lied kan ook alleszeggend zijn, zoals Schuberts 'Kriegers Ahnung', gecomponeerd in 1828 op een tekst van Heinrich Friedrich Ludwig Rellstab (ca. 1825). We zijn getuige van de gruwelijke werkelijkheid van een willekeurig slachtveld. Bijna honderd jaar later treffen we een soortgelijke sfeer in de vele brieven van de soldaten die tijdens de 'Grote Oorlog' vanuit de loopgraven hun geliefde schreven. De liedtekst laat niets aan de verbeelding over:

In tiefer Ruh liegt um mich her
Der Waffenbrüder Kreis;
Mir ist das Herz so bang und schwer,
Von Sehnsucht mir so heiss.

Wie hab' ich oft so süss geträumt
An ihrem Busen warm!
Wie freundlich schien des Herdes Glut,
Lag sie in meinem Arm!

Hier, wo der Flammen düstrer Schein
Ach! nur auf Waffen spielt,
Hier fühlt die Brust sich ganz allein,
Der Wehmut Träne quillt.

Herz! Dass der Trost Dich nicht verlässt!
Es ruft noch manche Schlacht –
Bald ruh ich wohl und schlafe fest,
Herzliebste – Gute Nacht!

Ook in andere belangrijke werken zien we machtswellust en de gevolgen ervan als belangrijk, zo niet centraal thema: in Beethovens ‘Eroica', in het Agnus Dei van zijn ‘Missa Solemnis', maar ook – in de vorm van een meer opwekkende, ja zelfs optimistische boodschap – in de vredestichtende finale van de Negende.

Oud filmmateriaal en foto's toont de machthebbers als gewone concertbezoekers, al zitten ze dan uniform en met vol ornaat op de voorste rijen. Daar zitten ze, de nazibonzen die getuige zijn van een Wagner-opera, in de pauzes handenschuddend ej zich gemoedelijk onderhoudend met de dirigent (Wilhelm Furtwängler) en 'Herr Präsident der Reichsmusikkammer' (Richard Strauss). De muziek is onschuldig, maar wordt aldus onverbiddelijk schuldig gemaakt. Muziek die ook de beelden moest versterken, het gebral moest ondersteunen. De fameuze ‘Walkürenritt' was, met Liszts ‘Les Préludes', zelfs vaste prik in de ‘Kriegswochenschau'. En het werd algauw in Duitsland een onhebbelijke gewoonte om een concert af te sluiten met Wagners 'Kaisermarsch', met iedereen natuurlijk stram in de houding, de rechterarm vooruit.
We weten het, het was ‘slechts' een kwestie van puur politiek gevoede misinterpretatie, maar wel een die na de Duitse capitulatie langer stand heeft gehouden dan misschien ooit is gedacht: tot vandaag, in Israël.

Muziek gericht tégen de oorlog. Oude en nieuwe muziek die ervoor werd ingezet. Maar ook muziek als vehikel van de oorlog. Het is zo op het oor dezelfde muziek of althans muziek waarbij men zich geen buitenmuzikale voorstelling hoeft te maken. Toch blijken de vele associaties onmiskenbaar.

Zoals er ook muziek was die macht moest uitstralen. Bijvoorbeeld de macht van de oprukkende industrialisatie, maar tegelijkertijd ook van de arbeider. Zoals in Sovjet-Unie, waar muziek zelfs de suggestie van sloophamers en zware machines opriep. Wie kent het stuk niet, Mosolovs ‘Zavod', ofwel de ‘IJzergieterij'? Het zijn zo van die onmiddellijk herkenbare patronen die niet weggepoetst kunnen worden.

Maar ook de keerzijde: het door het Centraal Comité van de Communistische Partij aan de avant-garde opgelegde stilzwijgen omdat van hen werd geëist dat hun muziek voortaan schoonheid en gratie moest uitstralen, allereerst melodisch moest zijn en de ware Russische volksaard diende te weerspiegelen. Componisten die van de ene op de andere dag met lege handen stonden...

Hoe wreed ook, muziek speelde ook een belangrijke rol in de concentratiekampen, niet alleen ter verstrooiing, maar ook functioneel (het schrale gevangenenorkestje dat onder het spelen van vooral vrolijke muziek het ten dode opgeschreven slachtoffer naar de terechtstelling moest begeleiden). We hebben er in onze serie ‘Muziek achter prikkeldraad' aandacht aan besteed.

Maar ook nu nog zijn er speciaal gezochte momenten waarin muziek de boventoon voert. Zo herinner ik aan de uitvoering van Sjostakovitsj' Zevende symfonie door het orkest van het Mariinski onder leiding van Valery Gergiev in augustus 2008, letterlijk tussen de ruïnes van de Zuid-Ossetische hoofdstad Tsjinwali. Vervolgens hetzelfde orkest onder dezelfde dirigent dat op 5 mei 2016 opnieuw tussen de ruïnes concerteerde, ditmaal in het Syrische Palmyra, met in het nog door de Romeinen gebouwde amfitheater onder het gehoor een groot aantal Russische militairen dat deel had uitgemaakt van het Syrische leger dat zes weken eerder deze stad op Islamitische Staat had heroverd. Op het programma onder andere Bachs Chaconne voor viool solo en Prokofjevs Eerste symfonie. Het was een van de vele uitvloeisels van Gergievs engagement met Poetin. Al beweerde de dirigent in de pers dat muziek en politiek twee volkomen verschillende zaken waren, muziek niet politiek kón zijn. Een te gemakkelijke redenering waar zo doorheen kan worden geprikt.

En als de muziek niet specifiek voor politieke doeleinden wordt ingezet? Dan zijn er gelukkig nog de musici – mits daarvoor ontvankelijk. Alhoewel dat niet altijd zonder slag of stoot ging. Het betekende immers nogal wat wanneer machthebbers een beroep deden op een musicus.
Zo tekende de violist Yehudi Menuhin uit de mond van Wagners kleindochter Friedelind op dat zij er getuige van was geweest dat Hitler zich tot Furtwängler had gewend met niet een verzoek maar met de mededeling dat de alom gerespecteerde dirigent door de Partij voor propagandadoeleinden zou worden ingezet. Furtwängler wees het echter prompt van de hand, wat hem op meer dan een reprimande kwam te staan: een zeer geërgerde Hitler legde hem het toekomstig verblijf in een concentratiekamp voor. Waarop Furtwängler zou hebben gezegd: “Mijnheer de rijkskanselier, dan zal ik in goede gezelschap zijn.” Waarop een verraste Hitler niet - zoals vaak bij tegenspraak - een van zijn bekende driftbuien kreeg, maar gewoon wegliep.
Furtwängler profileerde zichzelf tijdens het naoorlogse denazificatieproces als een ‘nicht-politischer, überpolitischer Künstler', wat echter niet wegneemt dat Furtwängler zich wel degelijk door Goebbels' propagandamachine heeft laten gebruiken; en hij bepaald niet alleen: hij vond vele opportunisten aan zijn kant.

De tijd schrijdt voort en de vergetelheid rukt op. Misschien zit het niet meer zo diep in ons collectief geheugen: de vele gebeurtenissen die de wereld daadwerkelijk hebben veranderd, zoals de Russische Revolutie van 1917 en de beide wereldoorlogen. Muziek maakte, zoals meerdere kunstvormen (denk maar aan Speers uitbundige architectuur als bouwkundige viering van het Derde Rijk) er onverbrekelijk deel van uit. En als we het toch nog niet voldoende wisten: die lijn kan zonder enige hapering worden doorgetrokken naar onze huidige tijd.

Dat is ook wat deze driedelige, op dvd vastgelegde filmserie onomstotelijk duidelijk maakt. De drie delen vormen een indrukwekkende van historisch en eigentijds materiaal, met drie belangrijke ankerpunten: 1. Muziek in de tijd van de Grote Oorlog (1914-18), 2. Het zwijgen opgelegd: componisten in het revolutionaire Rusland en 3. Muziek en Macht (die weliswaar niet als filmische variant mag worden gezien van Elias Canetti's sociologische standaardwerk ‘Massa en Macht', maar waarvan de raakvlakken wel degelijk onmiskenbaar zijn).

Anders dan veel documentaires van Duitse bodem heeft Accent gezorgd voor ondertiteling, waardoor we niet worden getrakteerd op die vréselijke Duitstalige voice-overs. We horen dus ook de originele spreekstemmen van de geïnterviewden in hun eigen taal, waarbij naar wens voor ondertiteling (Duits/Engels/Frans) worden gekozen. De beelden en commentaren, maar ook de gekozen muziekfragmenten zijn zo zorgvuldig samengesteld dat het effect van dit op historische fundamenten rustende epos wel zeer indringend is. Met recht mag daarom van een zeer bijzondere productie worden gesproken. Wel een puntje van kritiek: de beide dvd's zijn zo verpakt dat een ervan niet klemt en bij het openslaan van de cover er prompt uitvalt. Opletten dus.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links