DVD-recensie

Jeanne d'Arc au Bûcher: de definitieve registratie?

 

© Maarten Brandt, oktober 2015

 

Honegger: Jeanne d'Arc au Bûcher

Marion Cotillard (Jeanne d'Arc), Xavier Gallais (Frère Dominique), Yann Beurron (Porcus, héraut I, le clerc), Marian Hinojosa (La Vierge), Marta Almajano (Marguerite), Aude Extrémo (Catherine), Anna Moreno-Lasalle (la mère aux tonneaux), Eric Martin-Bonnet (une voix, héraut II, paysan), Carles Romero Vidal (héraut, l'âne, Bedford, Jean de Luxembourg), Pep Planas (l'appariteur, Robert de Chartres, Guillaume de Flavy, Perrot, un prêtre), Lieder Càmera Choir, Madrigal Choir, Vivaldi - Petits cantors de Catalunya Choir, Barcelona Symphony Catalunya National Orchestra o.l.v. Marc Soustrot

Alpha cLASSICS 708 • 81' •

Live-opname: 17 november 2012,
Auditorium Sala Pau Casals, Barcelona

www.outhere-music.com

 

Jeanne d'Arc (haar echte naam spelt men als 'Jehanne Darc'), bijgenaamd 'De Maagd van Orléans', behoorde tot de meest markante en tot de verbeelding sprekende vrouwelijke persoonlijkheden uit de wereldgeschiedenis en speelde een vitale rol in de 100-jarige oorlog. Ze werd in 1412 in het Lotharingse plaatsje Domrémy geboren en stierf op 30 mei 1431 in Rouen op de brandstapel. Hoe kon het zover komen? Welnu op 13-jarige leeftijd verscheen de aartsengel Michael haar in een droom, met in zijn gevolg Catherina en Margareta. De opdrachten die ze gaven logen er niet om, want van Jeanne werd verlangd dat ze de Fransen moest bevrijden van de Engelse bezetter, dat Orléans weer Frans gebied moest worden en dat Kroonsprins Karel in Reims tot Koning diende te worden gekroond.
Vervolgens vertrok Jeanne met haar oom naar Vacouleurs. In mei 1928 trachtte ze vergeefs de leider van die stad, Robert de Baudricourt, van haar missie te overtuigen. In januari van het daaropvolgende jaar ondernam ze, zij het weer zonder succes, een tweede poging. Ze vertelde De Baudricourt voorts over het verloop van de veldslag tussen de Fransen en de Engelsen en, wanneer het hem uitkwam smeekte hij om haar te begeleiden. In maart 1429 kwamen ze, vergezeld van zes begeleiders, in Chinon aan. Bovendien schreef ze aan kroonprins Karel over haar goddelijke missie. Twee dagen later werd Jeanne tot hem toegelaten, maar Karel liet zich aanvankelijk niet overtuigen, totdat hij haar testte door een andere man, zij het als hemzelf vermomd, op de troon te zetten. Maar het kostte Jeanne geen enkele moeite de echte koning in de menigte aan te wijzen en zo kon het gebeuren dat Karel haar serieus begon te nemen.

Tot Jeanne's eerste wapenfeiten behoorde de bevrijding van Orléans uit de handen van de Engelse bezetter. Zo probeerde ze op 29 april eerst de Engelsen te bewegen de stad vrijwillig te verlaten, maar toen dit niet lukte ontbrandde een hevige strijd, die acht dagen duurde en dus uiteindelijk in het voordeel van de Fransen uitviel. Hiermee was haar tocht echter nog niet ten einde. In een week tijd bevrijdde Jeanne Jargau, Maeung-sur Loire, Beaugengy en Patey. Op 17 juni werd de Kroonprins in Reims tot Koning Karel VII gekroond.

In 1430 trok Jeanne opnieuw ten strijde, hoewel de stemmen van de Engelen haar zulks hevig hadden ontraden en haar voorspelden dat ze in de zomer van dat jaar gevangen zou worden genomen. Niettemin nam Jeanne in mei deel aan de slag bij Compiegne, waar ze door de Bourgondiërs gevangen werd genomen en tot overmaat van ramp Koning Karel niets ondernam om haar te bevrijden. Na een lang, pijnlijk en vernederend proces dat tot maart 1431 duurde, werd ze van ketterij beschuldigd en op 30 mei op de brandstapel ter dood gebracht. Jeanne was dan wel voor velen een heldin, om niet te zeggen een heilige die menigeen had bevrijd van de oorlogsontberingen, in de ogen van de kerkelijke autoriteiten was ze een heks die was bezeten door de duivel en daarop stond nu eenmaal de doodsstraf.

Dit historische gegeven, dat menig kunstenaar inspireerde, ligt aan de basis van het grootse dramatisch oratorium 'Jeanne d'Arc au bûcher' van de Frans/Zwitserse componist Arthur Honegger (1892-1955). Het is allerminst toevallig dat Honegger dit werk, waarvoor Paul Claudel de tekst schreef, in eerste aanzet in 1938 voltooide, toen Europa aan de vooravond stond van de Tweede Wereldoorlog en het continent in vergelijkbare omstandigheden verkeerde als ten tijde van het leven van Jeanne d'Arc. In 1944 werd het oratorium, bestaande uit elf en vol bonte contrasten stekende scenes, nog uitgebreid met een indrukwekkende en duister gekleurde proloog. Als aanleiding tot het ontstaan van 'Jeanne d'Arc au bûcher' fungeerde een opdracht van de actrice en danseres, Ida Rubinstein die ook tekende voor de titeltol bij de in 1938 te Bazel plaatsvindende vuurdoop en die voorts betrokken was bij menige belangrijke compositie, zoals Debussy's mysteriespel 'Le martyre de Saint Sébastien', een choreografie van Ravels 'Boléro' en Stravinsky's 'L'oiseau de feu' alsmede 'Le baiser de la fée'.

'Jeanne d'Arc' is een allesbehalve conventioneel oratorium, omdat de scheidslijn tussen eerstgenoemd genre en opera werkelijk flinterdun is. Daarom is het merkwaardig dat er in de loop der tijden relatief bar weinig geënsceneerde opvoeringen van 'Jeanne d'Arc' zijn geweest. Honegger volgt in zijn opzet niet chronologisch de geschiedkundige feiten, maar plaatst deze binnen een allusief overkomend totaal, met als gevolg dat de historische realiteit verre wordt overstegen en het geheel als een droom, om niet te zeggen: een soort nachtmerrie overkomt . Dit leidt er vervolgens toe dat de tijdloze aspecten van het gegeven, niet alleen door de schitterende, poëtische en heel direct overkomende teksten van Claudel, maar nog sterker door de grandioze klanktaal van Honegger, voorbeeldig tot hun recht komen. Een klanktaal die wortelt in een lange traditie, welke reikt via het barokke oratorium tot en met (om een van de voorbeelden te noemen dat - zij het deels - voor Honegger model heeft gestaan) Stravinsky's 'Oedipus Rex', maar waarin ook verre invloeden van Messiaen zijn te bespeuren, zoals het gebruik van de Ondes Martenot.

Bovenstaande uitgave biedt een uitgelezen kans om met 'Jeanne d'Arc' kennis te maken. En wel omdat de gefilmde en live gegeven ongepolijste en ongerepte vertolking uit Barcelona onder Marc Soustrot, een van de voormalige chefdirigenten van het inmiddels in het fusieorkest Philharmonie Zuid Nederland opgegane Het Brabants Orkest, zonder meer voorbeeldig mag heten. Soustrot beschikte bij deze gelegenheid over een ideale cast, met in de gesproken hoofdrollen niemand minder dan de actrice Marion Cotillard als de protagoniste van het drama en de acteur Xavier Gallais alias de aanvankelijk Jeanne steunende Frère Dominique. Beide figuren zijn bekend uit de theater- en filmwereld en dat maakt dat men, ondanks het feit dat hier geen sprake is van een geënsceneerde opvoering, bijna het gevoel krijgt dat dit laatste toch het geval is. De suggestiviteit van de gestiek en de gelaatsexpressie, wat mutatis mutandis ook voor de overige leden van de bezetting geldt, is dermate natuurgetrouw en dus levensecht dat het gebeuren een ieder die het ondergaat voor de volle honderd procent bij zijn of haar lurven grijpt .

Ik aarzel zelfs niet deze interpretatie als de definitieve van dit werk te beschouwen, die niet alleen de - tamelijk gelikte - verklanking onder Seiji Ozawa (DG) maar zelfs die onder Serge Baudo (Supraphon, tot op heden mijn favoriet) ver achter zich laat. Zoveel is duidelijk, Soustrot cum suis beheersen de taal en het vocabulaire van Honegger in zowel woord als klank tot in de puntjes. Ultieme, zij het nooit steriel werkende, precisie en dito bevlogenheid reiken elkaar in deze meesterlijke herschepping van een van de meest sublieme oratoria uit de muziekgeschiedenis van de 20 ste eeuw ongedwongen de hand. Wat koor, solisten en orkest hier presteren is ongelooflijk, en dan te bedenken dat dit tijdens een live-uitvoering geschiedde. En, wie de tranen na de verbrandingsscene en vlak voor het ovationele slotapplaus losbarst op de wangen van Cotillard ziet verschijnen, vergeet dat nooit meer. Juist omdat dit niet geënsceneerd maar volkomen doorvoeld en dus authentiek, ook en vooral in de zin van op en top integer, overkomt. Als er een voorbeeld is van het louterende effect dat een kunstwerk kan sorteren, dan dit stuk in deze exemplarische uitvoering

Over het 'War Requiem' van Benjamin Britten is gezegd dat men dit niet vaak genoeg ten gehore kan brengen, al was het alleen maar om ons te herinneren aan de zinloosheid van onverschillig welk oorlogsgeweld. Maar dat laatste geldt eens te meer voor Honeggers 'Jeanne' d'Arc'. Want laten we nooit vergeten dat aan de bakermat van elke oorlog - en wat dat betreft is er anno 2015 helaas nog steeds niets veranderd - al dan niet door religieus fanatisme gevoede, waandenkbeelden liggen. En deze wetenschap ligt in substantiële mate ten grondslag aan dit beurtelings verpletterende en ontroerende oratorium, dat ook qua beeld voortreffelijk voor het nageslacht is vastgelegd en wat de opname betreft bovendien in volle glorie uit de luidsprekers komt. Van deze uitgave bestaat ook een cd-versie (verschenen op Alpha 709), maar deze gefilmde versie verdient hoe dan ook verre de voorkeur, omdat men dan veel meer de sensatie ondergaat van het echt erbij zijn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links