DVD-recensie

Schitterende muziek

in magnifieke historische setting

 

© Aart van der Wal, maart 2018

 

Les Funérailles Royales de Louis XIV

'La Chapelle Ardente & Au pied du Grand Degré':
Gregoriaans: Subvenite Sancti Dei
Colin: De profundis (faux-bourdon)
Gregoriaans: Libera me Domine

'Marche pour le Convoy du Roi':
Philidor: Marche pour les Pompes funèbres des cérémonies extraordinaires

'Saint-Denis: les obsèques solennelles. Office des morts':
Lalande: De profundis

'Absoute & Mise au caveau':
Gregoriaans:: Subvenite Sancti Dei
Chein: Ne recorderis
Gregoriaans: Qui Lazarum resuscitasti
Chein: Dirige Domine
D'Helfer: Pie Jesu
Gregoriaans: In Paradisum

'Dernier Adieu & Hommage':
Lalande: La Grande Pièce Royale ou Caprice que le Roy demandoit souvent (uit de Vijfde suite van de Symphonies pour les soupers du roi)

'Bout de l'an':
Lalande: Dies Irae

Céline Scheen (dessus), Lucille Richardot (bas-dessus), Samuel Boden (haute-contre), Marc Mauillon (taille), Christian Immler (basse-taille), Choeur et Orchestre Pygmalion
Dirigent: Raphaël Pichon
Productie: Stéphane Vérité
Belichting: Bertrand Coudere
Harmonia Mundi HMD 9909056.57 • 1.41' • (dvd + Blu-ray)
Live-opname: 3-4 november 2015 (Château des Versailles)

 

Het moet op 23 oktober 1715 een vreemd spektakel zijn geweest toen de lijkwagen met daarop het lichaam van koning Lodewijk de Veertiende voorbij een joelende menigte trok. De Zonnekoning was, op de valreep van zijn 77ste levensjaar, op 1 september in zijn kasteel te Versailles overleden. Hij had Frankrijk waarover hij sinds 1661 regeerde, in een rampzalige toestand achtergelaten. Verzot als hij was geweest op oorlogvoering ("J'amais trop la guerre", zou hij nog op zijn sterfbed hebben gestameld), had hij het land aan de rand van de financiële en sociale afgrond gebracht. De alom heersende chaos kon voor het grootste deel op zijn conto worden geschreven. Na zijn dood wist niemand hoe de inmiddels opgebouwde enorme schulden moesten worden ingelost. Tijdens zijn bewind waren oogsten verloren gegaan, moest het gewone volk zuchten onder torenhoge belastingen (in adellijke en kerkelijke kringen betaalde men uiteraard geen rooie cent) en stak de enorme armoede in de steden en op het platteland grotesk af tegen de pracht en praal van Versailles. Hongersnoden hadden een groot deel van de bevolking eenvoudig weggevaagd, maar de oorlogszuchtige Zonnekoning leek geen andere prioriteiten te hebben dan ten strijde te trekken, zijn volk tot op het bot uit te buiten, zijn tegenstanders bijna letterlijk een kopje kleiner maken en een klimaat van uiterst strenge censuur te scheppen. Iedereen die hem niet welgezind was of kritiek op hem had moest het bezuren, met aan de andere kant van het spectrum zijn tot in het absurde doorgevoerde vriendjespolitiek en een grenzenloze spilzucht. Dat een dergelijke despoot niet op de sympathie van het volk kon rekenen sprak bijna vanzelf. Alleen degenen die zijn bescherming genoten en van zijn gul uitgedeelde privileges mochten profiteren, droegen hem op handen (of deden alsof).

Eerbetoon
Geen wonder dus dat zijn laatste gang werd begeleid door een uitbundig hossende en dansende menigte, die geen enkel respect jegens deze monarch toonde en maar al te blij was eindelijk van hem verlost te zijn. Men schreeuwde verwensingen als de lijkkoets voorbijkwam, vervloekte de gestorven koning, de gebalde vuist werd geheven en en werd zelfs in de richting van de courtège gespuwd. 'De koning is dood, leve de koning!' had een geheel andere betekenis gekregen (dat werd zijn achterkleinzoon, de toen nog pas vijfjarige Lodewijk de Vijftiende).
Maar toch was het eerbetoon in Versailles en later in de kathedraal van Saint-Denis er niet minder om. Het was immers wel een monarch die na een bewind van maar liefst 72 jaar (net als zijn achterkleinzoon na hem beklom hij al als vijfjarige de troon, met zijn moeder als regentes) de ogen voorgoed had gesloten. En natuurlijk waren de pracht en praal die de Zonnekoning tijdens zijn leven omringde in zekere mate terug te vinden in de ceremonieën die aan de bijzetting voorafgingen, al waren ze minder ‘uitbundig' en meer passend binnen een traditie zoals die al in 1643 was gevestigd, toen zijn (meer bescheiden) vader Lodewijk XIII was overleden. Natuurlijk, er werd een wake bij de opgebaarde koning gehouden, er was tijdens de uitvaart sprake van een indrukwekkende processie onder begeleiding van treurmuziek, zoals er ook de lange redevoeringen met de onvermijdelijke loftuitingen (‘over de doden niets dan goeds') waren. En natuurlijk de uitgebreide plechtigheden rond de troonswisseling.

Libera me
Maar bescheiden of niet, de dood van een monarch bracht in Frankrijk een aanzienlijke reeks plechtigheden op gang. Die begonnen officieel precies een etmaal na zijn overlijden. De kist met het gebalsemde lichaam (in feite twee kisten: de binnenste was van lood, de buitenste van massief eiken) werd opgesteld in de ‘chambre de parade', onderdeel van de grote ‘salon de Mercure', in het paleis van Versailles, de koninklijke residentie. Er werden rijk versierde altaren ingericht, de ruimte stemmig verlicht door kaarsen. De komende week stond in het teken van de vele missen en de gebeden voor de zielenrust van de overledene, gezongen door monniken in aanwezigheid van dignitarissen van de koninklijke huishouding, de ‘Maison du Roi', dagelijks onderbroken door de missa defunctorum, de mis voor de doden, in de antichambre gezongen door de ‘Musique du Roi'. Na afloop was er dan de statige processie van de musici. Ze schreden naar de kist om vervolgens een diepe buiging te maken, waarbij het Libera me, Domine werd gezongen.

Naar Saint-Denis
Op 9 september, na het zingen van de laatste vespers voor de doden, begeleidden de musici van de koning, brandende kaarsen in de hand, de kist naar de voet van de grote paleistrap, waar de met zwartfluweel en zilverbrokaat gedrapeerde lijkkoets, getrokken door acht paarden, klaarstond om het stoffelijk overschot naar de kathedraal van Saint-Denis over te brengen. Er klonk muziek: De Profundis, Psalm 29, wederom door de ‘Musique du Roi'. Rond acht uur 's avonds zette de lange stoet zich stapvoets in beweging, begeleid door hobo's en omfloerste trommels, afgewisseld door het rouwgezang van de monniken. Pas tegen het ochtendgloren arriveerde het gehele cortège bij de hoofdingang van de kathedraal, na een symbolische tocht van donker (de dood) naar licht (de verlossing). Het in ingetogen zwartfluweel gehulde koorgedeelte werd vanaf nu veertig dagen lang de plaats waar de overleden koning lag opgebaard, met op het katafalk onder meer kroon en scepter. Dag en nacht waren er de waken en er werd zonder ophouden door de monniken gebeden en gezongen voor het zielenheil van de gestorvene. De apotheose was de begrafenisplechtigheid op 23 oktober, in het koor van de kathedraal. Timmerlieden van de ‘Menus-Plaisirs du Roi' hadden voor die gelegenheid een speciaal ‘amfitheater' gebouwd, waarop de vele genodigden gezeten waren: prelaten, monniken, leden van de hofhouding, prinsen en prinsessen, edel- en staatslieden, buitenlandse vertegenwoordigers en vele andere hoogwaardigheidsbekleders.

Vanaf de zoldering
In de vroege ochtend begon de uiteindelijke uitvaartdienst, waarbij de muziek werd verzorgd door de ‘Musique du Roi', de ‘Musique de la Chapelle' en de ‘Musique de la Chambre'. Het moet zeer indrukwekkend hebben geklonken vanaf de zoldering, op de daarvoor aangebrachte stellages boven de centrale toegangsdeur van de kathedraal. De plechtige dodenmis was in de traditionele polyfone stijl gehouden – volgens niet bijster betrouwbare bronnen was het of de Missa pro defunctis van Eustache Du Caurroy (1549-1609) of, meer waarschijnlijk, een zetting uit 1656 van Charles d'Helfer. Vaststaat wel dat Michel-Richard de Lalande, toen ‘sous-maître' van de ‘Musique de la Chapelle' en ‘surintendant' van de ‘Musique de la Chambre', bij deze gelegenheid zijn eigen zetting van De Profundis leidde. Daarmee is dit dan tevens het enige werk waarvan vaststaat dat hij tijdens de uitvaartceremonie werd uitgevoerd.

Geen precieze reconstructie
Het was zeker niet de bedoeling van de producent, Stéphane Vérité, om de verschillende ceremonieën zoals die in september en oktober 1715 werden gehouden, letterlijk naar deze productie te 'vertalen'; wat overigens een onmogelijke opgave zou zijn geweest, al was het alleen maar om de onbetrouwbaarheid ervan. Wel is - en met succes - geprobeerd om een daarbij passend beeld en de daarbij behorende muziek te scheppen. Maar hoewel van een precieze reconstructie geen sprake kon zijn, is het uiteindelijk resultaat toch zonder meer bijzonder indrukwekkend en - misschien nog belangrijker - overtuigend. Het is ook een verstandige keuze geweest, want de nadruk ligt terecht op de (schitterende!) muziek in een magnifieke historische setting: de koninklijke kapel in het paleis van Versailles. Dat de kathedraal van Saint-Denis er niet in werd betrokken zal mogelijk op allerlei praktische bezwaren hebben gestuit, maar zoals het nu is vastgelegd, is het meer dan imposant genoeg. De rouwsluier die over het geheel ligt is bovendien diep ontroerend, zoals ook de bijdragen van de vijf solisten en het Pygmalion koor- en orkest onder leiding van Raphaël Pichon dat zijn. Misschien nog wel (veel) mooier en indrukwekkender dan zoals het in september en oktober 1715 geklonken moet hebben. Een apart compliment ook voor de door Bertrand Coudere verzorgde belichting die een belangrijk deel van de sfeer heeft bepaald. Beeld- en geluidregie zijn van hoog niveau, met de Blu-ray versie uiteraard in het voordeel.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links