DVD-recensie

 

© Maarten Brandt, mei 2018

 

Bruckner: Symfonie nr. 8 in c (1887/1890; Editie Robert Haas) – Messiaen: Couleurs de la Cité Céleste

Pierre-Laurent Aimard (piano), London Symphony Orchestra o.l.v. Simon Rattle
LSO Live 3042 (Blu-ray & dvd ) • 1.44' •
Live-opname: 14 april 2016, Barbican Hall, Londen

 

Bruckner en Messiaen op een en hetzelfde programma, dat komt niet al te dikwijls voor. Een van de weinige – en zeer geslaagde – uitzonderingen, die ik me herinner was een productie van de Berliner onder supervisie van Sir Simon met voor de pauze Messiaens Et exspecto ressurectionem con mortuorem en erna de Negende van Bruckner. Dat dergelijke combinaties niet vaker voorkomen is eigenaardig omdat er zowel qua persoonlijkheid als het spirituele gehalte van veel van hun muziek sterke raakvlakken bestaan: niet voor niets bestempelde de ongekroonde koning van de Nederlandse – maar nu bijkans geheel ter ziele gegane – muziekjournalistiek, Hans Reichenfeld, Messiaen als de ‘Bruckner van de twintigste eeuw'. Een van genoemde raakvlakken bestaat in het religieus/apocalyptische gehalte van de muziek van beider componisten, een eigenschap die speciaal opgaat voor zowel de Achtste als de Negende symfonie van de Oostenrijkse symfonicus als voor de nodige werken van Messiaen, waaronder bijvoorbeeld Et exspecto, maar ook de op bovenstaande discs vastgelegde Couleurs de la Cité Céleste (1963) voor pianosolo en een substantieel – en deels aan Et exspecto verwant zijnd - ensemble van blazers en slagwerk.

Uitersten in dynamiek
Natuurlijk zijn er, behalve in idioom en vocabulaire, eclatante verschillen. Krijgt Bruckners muziek gestalte via enorme bogen en over lange trajecten geprojecteerde ontwikkelingen, die van de nestor der Franse avant-garde vindt haar beslag via een keten van vooral kleinschalige episodes vol letterlijke en gevarieerde herhalingen. Maar de impact van zowel Bruckner als zijn latere Franse collega is van een onmiskenbare – en soms dreigende – grandeur en monumentaliteit. En minder musici wil in het geval van Messiaen bepaald niet zeggen: minder geluid, integendeel. Want de uitersten in dynamiek – met in het tussengebied ook tal van geraffineerde schakeringen – zijn soms enorm. Daarbij horen we hier een Messiaen tijdens zijn meest radicale periode. Namelijk die van de jaren vijftig en zestig en waarin hij (zij het op zijn onvervreemdbaar eigen wijze) werd beïnvloed door bijvoorbeeld zijn leerling Pierre Boulez en we lichtjaren ver zijn verwijderd van enerzijds de – niet zelden oorstrelende - Turangalîla -symfonie en aan de andere kant late en onverbloemd romantische werken als Éclairs sur l'au-delà (1988-92) en het Concerto à Quatre (1990-92). Dit terwijl Bruckner zich in bovenal zijn Achtste en Negende symfonie, dus aan het eind van zijn leven, van zijn meest vooruitstrevende kant laat zien.

Stanleymes
Messiaen, uiteraard gespeeld voor de pauze, ook al staat diens opus merkwaardig genoeg op deze uitgave als laatste geprogrammeerd, was voor mij van deze productie het onbetwiste hoogtepunt. Hier gelden twee trefwoorden: strak en met de onverbiddelijke scherpte van een stanleymes. En ook met een ultieme precisie die een ongekend spannende ‘suspense' geen seconde in de weg staat. Daarbij is Aimard de pleitbezorger bij uitstek voor deze muziek, die hij met zowel een opperste aan concentratie als vervoering tot leven wekt, daarin dus perfect gesecondeerd door de blazers en slagwerkers van het London Symphony Orchestra die ook in april 2016 al konden lezen en schrijven met Rattle. Zelfs de oude en op zich fascinerende Boulez-opname met Yvonne Loriod, de echtgenote van de componist, en het Orchestre du Domaine Musical (Erato en later op Sony heruitgebracht) verdwijnt hiermee enigszins naar het tweede plan, iets waaraan uiteraard ook de superieure geluidskwaliteit van de nieuwe vastlegging (en dat nog wel live) het nodige aan toevoegt.

Aanvechtbare versie
Maar nu dan Bruckners Achtste die hier om voor mij volstrekt onbegrijpelijke redenen in de aanvechtbare, zogenaamd eerste tekstkritische editie van Haas klinkt. Aanvechtbaar, want laatstgenoemde smokkelde via de achterdeur, vooral in het adagio en de finale, elementen uit Bruckners oorspronkelijke en uit 1887 daterende ontwerp, in diens uit 1890 stammende – en door Leopold Nowak consequent in de tweede Kritische Gesamtausgabe uitgegeven – revisie binnen. Natuurlijk, de muziek – en dat is het enige verschil met de sterk gemutileerde edities van Schalk en Löwe – is allemaal van Bruckner, maar verder dient deze versie musicologisch te worden verworpen. Zelfs Haitink, tot voor kort een verklaard voorstander van Haas, is nu wat de 1890-editie betreft op de hand van Nowak. Maar laten we eerlijk zijn, niemand minder dan een van de meest rationele dirigenten ooit, we hebben het hier over Boulez die zich in de laatste jaren van zijn leven met Bruckner is gaan bezighouden en voor DG een uitvoering van de Achtste vereeuwigde, verdedigde de Haas-versie met als argument dat het concept hem in termen van dramaturgie beter beviel. En ook Karajan en Wand hebben die uitgave tot hun laatste snik gedirigeerd.

Maar nu terug naar Rattle en de Londenaren, die de noten zonder meer mooi tot leven wekken. Mooi, niet meer en niet minder. Er valt instrumentaal van alles te bewonderen (Wagnertuba's) en speciaal ook in het adagio zijn enkele prachtige doorkijkjes. Daarbij is opnieuw de opname om door een ringetje te halen. Maar verder ontbeert deze vertolking, die nogal cosmetisch uitpakt, bij vlagen voldoende spanning. De al genoemde ‘suspense' bij Messiaen is hier soms ver te zoeken. Het klinkt me allemaal te gemakkelijk, om niet te zeggen, soms behoorlijk gelikt. Ook al is de inzet van de finale overrompelend, wat weer minder voor de oog- en oorverblindende coda geldt. Als Rattle's Bruckner 8 ergens op lijkt dan enigszins op die van een Chailly (Decca), maar dan mooier opgenomen. Alles klopt, maar ‘so what'? Een ander punt is dat de trackindeling op één belangrijk punt – en dit geldt zowel voor de dvd als de blu-ray – niet deugt. Want track 3 begint als het adagio al bijna 3 minuten aan de gang is (het begin van dit gedeelte is dus bij het scherzo ingelijfd). Een andere omissie is het in het booklet ontbreken van de timings van de onderdelen, Voor de volledigheid vermeld ik ze hier: Bruckner: I: 14'36, II: 14'45, III: 27'10 en IV: 23'40. Messiaen: 17'26.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links