DVD-recensie

Traag War Requiem in Coventry

 

© Aart van der Wal, maart 2013

 

 

Britten: War Requiem op. 66

Erin Wall (sopraan), Mark Padmore (tenor), Hanno Müller-Brachmann (bariton), City of Birmingham Symphony Orchestra, CBSO Chorus & CBSO Youth Chorus
Koordirigenten Simon Halsey en Julian Wilkins
Orkestdirigenten: Laurence Jackson, Zoë Beyers en Andris Nelsons (artistieke leiding)

Arthaus Musik 108 070 • 97' • (Blu-ray)

Live-opname: 30 mei 2012, Coventry Cathedral (VK)


My subject is war
and the pity of war.
The poetry is in the pity.
Benjamin Britten

Het is buitengewoon jammer dat de BBC heeft nagelaten om van de première van Brittens War Requiem op 30 mei 1962 in St Michael's Church van Coventry Cathedral, een beeldopname te maken. De techniek was wel degelijk in huis om deze belangrijke gebeurtenis rechtstreeks via de televisie uit te zenden. Het zal altijd wel een raadsel blijven waarom de beschikbare reportagewagens en straalverbindingen niet werden ingezet. Wel verzorgde de BBC Home Service vanuit de Midlands, in samenwerking met de Zwitserse en Franse omroep, een rechtstreekse radio-uitzending. Er circuleert daarvan een geluidsopname, maar ik weet niet uit welke bron die afkomstig is. Afgemeten aan de achtergrondruis en de door de bank genomen matige geluidskwaliteit (te beluisteren via Spotify) lijkt deze niet afkomstig te zijn van de BBC.

De voorbereidingen verliepen volgens de berichten van degenen die er toen bij waren verre van vlekkeloos. De frustraties liepen bij tijd en wijle hoog op, niet in de laatste plaats door de botte weigering van de Sovjets om Galina Visjnevskaja naar Coventry af te zenden (zij nam gelukkig wel deel aan de later door Decca’s John Culshaw gemaakte grammofoonplaatopname, een soort eind goed al goed). Voor Britten bleef niets anders over dan een passend alternatief te zoeken, die hij gelukkig tijdig vond in de toen nog onbekende Engelse sopraan Heather Harper (dat zou later ingrijpend veranderen). De overige solisten waren de tenor Peter Pears, Brittens levenspartner, en de Duitse bariton Dietrich Fischer-Dieskau. Het City of Birmingham Symphony Orchestra, het Festival Choir, een jongenskoor en het Melos Ensemble, met twee dirigenten op het podium: Meredith Davis en de componist, Benjamin Britten (hij leidde het kamerorkest).

Een recensie in The Guardian werpt een helder licht op die eerste uitvoering. Let wel, de recensent hoorde het werk – zoals vrijwel ieder ander – voor het eerst in de volgepakte kathedraal:

Coventry Cathedral had its musical christening proper last night when the first major choral concert of the festival to be given there took place - the first performance of Britten's "War Requiem." Like his previous work on a similar theme "The Sinfonia da Requiem composed during the last war in memory of his parents the War Requiem," is an anti-war requiem, and interspersed with the main sections of the Latin Mass for the Dead are nine of Wilfred Owen's anti-war poems. This mass of material makes it the most extended work that Britten has written other than the operas, and it is equally large in all other dimensions, conceived on the scale of the Berlioz and Verdi, and scored for mixed and boys' choirs, three soloists, full orchestra, chamber orchestra and organ. The chamber orchestra accompanies throughout the tenor and baritone soloists, who are cast as the soldiers in the Owen poems, while the soprano soloist sings always in Latin with the choir and full orchestra as one of those at home who mourn them. Although the groups are not mixed until the final movement, the use of them all in the one work points again to the kind of synthesis of chamber and full orchestral music that was a feature of "A Midsummer Night's Dream," which requires a chamber orchestra expandable into a full one.
In other aspects, too there are some marked similarities to the opera, notably in the opening "Requiem Aeternam" where much of the orchestral music recalls that of Theseus and Hippolyta, where a whole-tone phrase in in the boys' chorus, "Te decet hymnus" jerks us sharply into the world of the fairies. This latter is one of several passages in the requiem where Britten toys with twelve-note technique, and as in the opera declares again the ambiguity of his feeling about it by compensating for the so-called "cerebral" nature of the technique by making it yield the sweetest music in the work.
A similar sweetness is a characteristic of much else in the work, notably the final ensemble "In Paradisum," in the hymn-Iike tenor solo in Owen's poem "At a Calvary" (where sweetness is combined with bitonality), and in the "Lacrimosa" and the "Benedictus," two of the most "beautiful" movements in the work, both with Choral harmonies surmounted by a soaring decorative melodic line for the soprano soloist.
The interpolation of the Owen poems into the text of the Mass is brilliantly done, and some of the transitions are among the most memorable moments - for instance, the final cadential "Kyrie Eleison" to an exquisite progression of soft harmonies, after Owen's "Anthem for Doomed Youth" in the first movement; the alternations of the "Lacrimosa" with the stanzas of Owen's "Futility" the mingling of the "Agnus Dei" with "At a Calvary"; and above all the gradual diminuendo of the gigantic G-minor chord at the climax of the "Libera Me" into the quiet sustained chord, still the same G-minor triad, over which the tenor soloist sings Owen's "Strange Meeting" beginning "It seemed out of battle I escaped down some profound dull tunnel" – which, hushed as it is, is undoubtedly the emotional climax of the work.
It is impossible here even to list, let alone describe all the striking musical ideas in the work. Every movement brings several new ones, particularly the "Sanctus," which is rather like the "Cantata Academica" in miniature, every line a marvellous new short movement, but the work is also to a considerable extent "through-composed," with several prominent thematic recurrences – most often and most conspicuously of the "mourning" motive, a tritone persistently present both in the harmony and in the melody. This draws together all the abundance and variety of invention in the work, and gives a tight formal unity and tautness, despite its 90 minutes, to what is undoubtedly one of Britten's masterpieces.
It received a magnificent performance last night, in which the cathedral revealed itself as accoustically much better for music on this scale than it had promised at rehearsal, with no audience to absorb the resonance. Heather Harper, Peter Pears and Dietrich Fischer-Dieskau were all three superb in the solo parts, and the Festival Choir fully redeemed itself after its unsatisfactory performance in the Bliss last week. The excellent orchestra was the City of Birmingham Symphony Orchestra, and Meredith Davies was the masterly conductor, with the composer as assistant conductor for the sections with chamber ensemble, which were finely played by the Melos Ensemble.

Precies vijftig jaar later,op 30 mei 2012, was er in diezelfde kathedraal de uitvoering met hetzelfde orkest onder leiding van de Let Andris Nelsons (1978), die anders dan in 1962 niet alleen een zeer goed gesmeerd uitvoeringsapparaat tot zijn beschikking had, maar ook een keur van mediale state-of-the-art lekkernijen die hun vruchten duidelijk hebben afgeworpen: de geluid- en beeldregistratie laat niets te wensen over. Is Nelsons echter de geschikte dirigent voor dit immense werk? Ik vrees van niet. Ik neem zonder meer aan dat hij samen met de twee overige orkestleiders, Laurence Jackson en Zoë Beyers, en de beide koordirigenten Simon Halsey en Julian Wilkins, een coherent uitvoeringsplan heeft gemaakt, maar het resultaat daarvan is in ieder geval uitgesproken teleurstellend. Het probleem schuilt niet zozeer in de afwerking (in iedere live-uitvoering vallen spaanders), maar in de onduldbaar trage tempi die hij zelf moet hebben bedacht, want ze staan zo nergens in de partituur. Mogelijk was er een puur akoestische reden, maar ik kan het me nauwelijks voorstellen. Wie een bewegingloos begin van het Libera me imposant vindt zal misschien de gehele uitvoering geweldig vinden, maar ik vind het buiten iedere redelijke proportie. Die tempi pakten bovendien niet goed uit voor zowel het koor- als het solistenaandeel. Te langzaam betekent in dit geval het schikbarend verlies aan momentum én problemen met de vocalistiek. De enige solist waar ik vrede mee kan hebben is de sopraan Erin Wall (voor de gezongen bijbelteksten). De tenor Mark Padmore hanteert in deze uitvoering een irritant vibrato terwijl de bariton Hanno Müller-Brachmann in zijn hoge noten met name bij het legato goed hoorbaar tekortschiet. De pleister op de wonde is de historische omgeving waarin deze uitvoering zich afspeelt en de reeds gememoreerde, uitstekend beeld- en geluidregie. Maar of dat voldoende is om deze dvd aan te schaffen waag ik toch te betwijfelen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links