DVD-recensie

Leonard Bernstein larger than life

 

© Aart van der Wal, oktober 2016

 

Leonard Bernstein larger than life

Documentaire van Georg Wübbolt (2015)

C-Major 736004 • 76' • (Blu-ray)

Engels gesproken, met ondertiteling (Duits, Frans, Japans, Koreaans)

 

Over Leonard Bernstein (1918-1990) zijn veel documentaires gemaakt. Geen wonder, want een charismatischer dirigent valt niet voor te stellen, met zijn enorme flair en een niet minder groot verbaal talent. Hij is bij mijn weten ook de enige musicus die de gave bezat om een (piep)jonge generatie op een natuurlijke en tegelijk speelse manier kennis te laten maken met de klassieke muziek. Zijn 'Young People's Concerts' met de New York Philharmonic, waren al snel legendarisch. Het lijkt alweer heel lang geleden toen op 18 januari 1958, nog geen twee weken naar zijn benoeming tot chefdirigent, die fabelachtig goed voorbereide en tot in detail uitgewerkte serie van start ging. De tv-uitzendingen gingen over de hele wereld. Veertien jaar lang, tot 1972, behandelde Bernstein in totaal 53 programma's een gevarieerd aantal muzikale onderwerpen, die hij zelf bepaalde en die pasten bij zijn 'educational mission' (de programmascripts schreef hij zonder uitzondering zelf). Hoevele componisten kwamen er niet voorbij: Ives, Copland, Holst, Sjostakovitsj, Liszt, Hindemith, Beethoven, Mahler, Stravinsky, Berlioz, Bach, enzovoorts. De behandelde onderwerpen waren niet minder gevarieerd: driekwartsmaat, sonatevorm, variaties, humor, ballet, jazz, het symfonieorkest, klassieke, Amerikaanse en Latijns-Amerikaanse muziek, concertvorm, toonsoort, melodie, harmonie, impressionisme, opera enzovoorts.Wie herinnert zich niet dat Bernstein gebogen stond over de meer dan levensgroot geprojecteerde eerste maten van Beethovens Vijfde symfonie en zijn kennis over en enorme bewondering voor dit geniale werk op zijn jonge publiek én hun ouders overbracht? Er werd niet alleen bijna ademloos gekeken en geluisterd, maar ook de lachsalvo's vulden regelmatig de zaal. Tienduizenden moeten op die manier voor het eerst hun weg naar de klassieke muziek hebben gevonden. Later zou hij ervan zeggen dat die concerten behoorden tot zijn "favorite, most highly prized activities of my life." De gehele serie is gelukkig voor het nageslacht bewaard gebleven en zowel in boekvorm als op dvd uitgebracht. Wat daarbij opvalt is het moderne karakter ervan: de serie heeft de tijd met gemak doorstaan,

Buitengewoon muzikaal
Het is 'Lenny' vaak verweten dat hij zich teveel door zijn emoties liet meeslepen en in zijn benadering van de muziek van met name Haydn, Mozart, Beethoven, Brahms en Schubert de 'klassieke' proporties daarvan uit het oog verloor. Dat hij Schuberts Negende eigenlijk niet anders behandelde als Tsjaikovski's Pathétique . Bovendien werd zijn manier van dirigeren nogal eens in verband gebracht met wat werd gezien als de typische uiterlijkheden van de Amerikaanse levensstijl, waarin showelementen en uiterlijk vertoon dan een gapende leegte moesten verbloemen.

Zijn buitengewone muzikaliteit heeft echter nooit ter discussie gestaan. Aan Harvard University studeerde hij bij o.a. de componist Walter Piston, aan het Curtis Institute of Music piano bij Isabella Vengerova, hij nam directielessen bij Fritz Reiner en liet zich de fijne kneepjes van het orkestreren bijbrengen door Randall Thompson. In 1940 kwam hij in het door het Boston Symphony Orchestra opgerichte muzikale zomerkamp in Tanglewood voor het eerst in aanraking met chefdirigent Serge Koussevitzky, die daar les gaf en concerten leidde. Daaruit ontstond een warme vriendschap die ten slotte uitmondde in de benoeming van Bernstein tot zijn assistent.

Amerikaanse componisten
Bernstein wierp zich al vanaf de jaren vijftig op als groot pleitbezorger van de muziek van Amerikaanse eigentijdse componisten, in het bijzonder van Aaron Copland, waarmee hij zeer nauwe banden onderhield. Lenny had reeds als jonge pianist Coplands Variations for piano op zijn programma gezet, maar later zou hij vrijwel alle orkestwerken van de componist uitvoeren én opnemen, sommige ervan zelfs meerdere malen. Ook in zijn populaire Young People's Concert serie besteedde Bernstein relatief veel aandacht aan de muziek van Copland. Het was ook Bernstein die Coplands ter gelegenheid van de opening van de nieuwe concertzaal in Lincoln Center, New York gecomponeerde Connotations for orchestra daar in 1962 ten doop hield. Het zwaartepunt van zijn dirigeeractiviteiten lag echter bij de grote Weense klassieken en het (laat)romantische repertoire (van Berlioz en Tsjaikovski, van Richard Strauss tot Mahler). Dat neemt niet weg dat hij ook veel succes had met bijvoorbeeld de symfonieën van Carl Nielsen. Hij introduceerde deze Deense componist voor het eerst in Amerika en werd in Denemarken beschouwd als een vooraanstaande Nielsen-vertolker.

Mahler
Bernstein stond eveneens aan de wieg van de grote Mahler-hausse. Met het New York Philharmonic voerde hij - tot groot genoegen van Mahlers in New York wonende weduwe Alma - in de jaren zestig alle symfonieën en vrijwel alle orkestliederen uit en nam ze in de studio op. Evenals Mahler was Bernstein van joodse afkomst, was hij een componerende dirigent (of dirigerende componist!) en had hij een vast orkest tot zijn beschikking, maar Bernstein voelde met Mahler ook een bijzonder soort persoonlijke verbondenheid, wat mogelijk de enorme inzet en betrokkenheid verklaart waarmee Lenny de muziek van Mahler niet alleen uitvoerde, maar die later bij de Wiener Philharmoniker (die er eerst weinig van wilde weten) er zelfs min of meer in ramde. Wie de videobeelden van de repetities ziet krijgt in dit verband een goed beeld van de enorme weerstand tegen Mahlers muziek die Bernstein bij de orkestleden moest overwinnen. Men gelooft zijn eigen ogen niet: zelfs meer dan een halve eeuw na Mahlers dood was de componist die zo lang in Wenen had gewoond en gewerkt voor de Weners zelf een persona non grata.

Joodse wortels
De joodse wortels spelen in meerdere composities van Bernstein een belangrijke rol. Zijn drie symfonieën zijn daarvan excellente voorbeelden: de Eerste (Jeremiah) uit 1943, de Tweede (The Age of Anxiety) uit 1949 en de Derde (Kaddish) uit 1963, de laatste ter herinnering aan John F. Kennedy en voor het eerst uitgevoerd door het Israëlisch Filharmonisch Orkest. Dat Lenny - in tegenstelling tot menige collega-componist - een uitstekende vertolker en pleitbezorger van zijn eigen werk was blijkt al even overtuigend uit de vele opnamen die hij heeft gemaakt.

Mogelijk biedt het slot van Dover Beach (ca. 1850) van Malcolm Arnold, een van Bernsteins favoriete dichters, een helder zicht op de kern van Bernsteins levensbeschouwing:

Ah, love, let us be true
To one another! for the world, which seems
To lie before us like a land of dreams,
So various, so beautiful, so new,
Hath really neither joy, nor love, nor light,
Nor certitude, nor peace, nor help for pain;
And we are here as on a darkling plain
Swept with confused alarms of struggle and flight,
Where ignorant armies clash by night.

Broadway
De componist Bernstein beleefde zijn grootste successen met zijn gemakkelijk aansprekende theaterstukken die waren geënt op de grote Broadway-shows en die als musical Amerika veroverden. Hij voelde instinctief aan wat het grote publiek wilde en dat kon hij leveren, zoals de immens populair geworden West Side Story uit 1957. Deze melkkoe van de theaterkassa's en de filmindustrie neemt nu nog steeds, vijftig jaar later, een belangrijke plaats in de amusementsindustrie in. Er was al meer 'Broadway' aan voorafgegaan: On the Town (1944), Wonderful Town (1953) en Candide (1956). De samenwerking met Jerome Robbins, Arthur Laurents, Lillian Hellman, Stephen Sondheim, Richard Wilbur en later ook Alan Jay Lerner ( 1600 Pennsylvania Avenue ) was voor die vele successen mede van doorslaggevende betekenis.

Serieus
De 'serieuze' componist Bernstein vinden we vooral terug in Prélude, Fugue and Riffs voor soloklarinet en jazzensemble (1949); de Serenade (after Plato's Symposium), voor soloviool, strijkers, harp en slagwerk (1954), de Symfonische Dansen uit West Side Story (1960), de Chichester Psalms voor jongenssopraan, koor en orkest (1965), Mass, een theaterstuk voor zangers, acteurs en dansers (1971), Songfest, een liedercyclus voor zes zangers en orkest (1977), het Divertimento voor orkest (1980), Halil, voor fluitsolo en kamerorkest (1981), Touches voor pianosolo (1981), Missa Brevis voor zangers en slagwerk (1988); Thirteen Anniversaries voor pianosolo (1988), Jubilee Games, een concert voor orkest (1989) en Arias and Barcarolles voor twee zangers en piano vierhandig (1988).

Schrijver
Dan zijn er de vele boeken van zijn hand: The Joy of Music (1959), Leonard Bernstein's Young People's Concerts (1961), The Infinite Variety of Music (1966) en Findings (1982). Dan zijn er de fameuze Harvard Lectures, de serie lezingen die Bernstein tussen 1972 en 1973 aan Harvard University verzorgde en zowel in boekvorm werden gepubliceerd als op de televisie werden uitgezonden, onder de titel The Unanswered Question, naar het gelijknamige werk van Charles Ives.

Verteller
Bernstein als verteller kennen we evenzeer van zijn vele orkestrepetities en 'master classes', waarin hij zijn musici en leerlingen, jong en oud, niet alleen inwijdde in de hogere kunst van het orkest- en solospel, maar op een uitermate aanstekelijke manier de onder handen zijnde composities en componisten nader tegen het licht hield. Hij deed dat het liefst met behulp van metaforen of zo op het oog nogal bizarre vergelijkingen, maar wel met als resultaat dat 'het kwartje viel' en er vervolgens - direct hoorbaar - op een héél andere manier muziek werd gemaakt. Wie dergelijke sessies weleens heeft gevolgd weet dat het niet zo belangrijk was of Lenny nu wel of niet de spijker helemáál precies op de kop sloeg, maar wel dat hij met zijn onnavolgbare aanpak het beste uit de musici wist te halen.

Synergie
Bernstein dankte zijn muzikale en maatschappelijke status aan talent, kennis, geldingsdrang en acceptatie. Dat zijn beminnelijke innemendheid en zijn onverflauwde belangstelling in mensen daarbij eveneens een rol hebben gespeeld ligt voor de hand. Wie de moeite neemt zich in zijn geschriften, lezingen en commentaren te verdiepen ontmoet daarin een buitengewoon sterk karakter met een grote eruditie en een indrukwekkend analytisch vermogen. Het is zeker niet zo dat alles in goud veranderde wat hij aanpakte, maar het is toch onmiskenbaar dat een van zijn grote verdiensten voor met name de muziek voort is gekomen uit het enthousiasme waarmee hij zijn musici, jong en oud, wist te bewegen alles uit de kast te trekken, hetgeen op het publiek zijn uitwerking niet miste. Hij bracht de synergie voort die kon ontstaan uit een zeldzame combinatie van extroverte bevlogenheid en naar binnen gerichte contemplatie. Bernstein was een doener en een denker tegelijkertijd. Het was daarbij om het even of hij een pianoconcert van Mozart speelde, een symfonie van Mahler dirigeerde of een orkestklas onder zijn hoede had.

Seksualiteit
Bernstein heeft als echtgenoot en vader moeten leven met zijn promiscuïteit (hij zei er zelf over geen voorkeur te hebben voor voedsel, muzikaal genre of seks) die al terugging naar zijn uitbundige sociale leven in de beginjaren in New York City, waar hij met zowel mannen als vrouwen seksuele relaties onderhield. Zijn huwelijk met Felicia Montealegre Cohn op 9 september 1951 kwam niet zonder veel problemen tot stand, waarbij het verhaal hardnekkig de ronde deed dat het min of meer een verstandshuwelijk waarmee hij zijn kansen zou vergroten om chefdirigent van het Boston Symphony Orchestra te worden. Bernsteins mentor, de toenmalige dirigent van het New York Philharmonic Dimitri Mitropoulos, zou hem hebben geadviseerd 'een vrouw te zoeken' om op die manier het conservatieve orkestbestuur ervan te overtuigen dat de verhalen rond zijn homoseksualiteit niet meer dan roddels waren. Arthur Laurents omschreef het kort en krachtig: Bernstein was gewoon een "gay man who got married." Shelly Rhoades Perle zei erover: "He required men sexually and women emotionally."

Die last moet hij lang hebben meegetorst. Het draaide uiteindelijk toch om de keus tussen zijn seksuele geaardheid en zijn gezin. Lenny en Felicia kregen drie kinderen, Jamie, Alexander en Nina (kleinkinderen: Francisca, Evan, Anya and Anna). Naarmate Lenny ouder werd en de homoseksualiteit meer en meer van zijn maatschappelijke en sociale boeien werd ontdaan, viel het Bernstein moeilijker er 'discreet' mee om te gaan, zozeer zelfs dat hij Felicia in 1973 verliet en samen ging wonen met zijn nieuwe liefde, de jonge Tom Cothran. Toen Felicia aan longkanker leed keerde hij naar haar terug, waarna hij haar tot haar dood op 16 juni 1978 bijstond. Ook Cothran overleed vroegtijdig, aan aids. Hun beider dood greep Bernstein bijzonder aan. Het overlijden van Felicia heeft Bernstein zichzelf lange tijd zelfs persoonlijk aangerekend. Zijn leefstijl kwam meer en meer in het teken van drugs en alcohol te staan, zijn homoseksualiteit bleef voor de buitenwereld steeds minder verborgen. In het boek van Alan Helms, Young Man from the Provinces, A Gay Life before Stonewall, wordt een gebeurtenis uit 1977 gememoreerd, een 'date' met de dronken Bernstein. Dan is er het verhaal van de pianist William Huckaby die na een recital op het Witte Huis met de toenmalige president Carter in gesprek was: "I felt these hands clamped on my shoulders, I was whirled around and engaged in a deep kiss of the French variety and Bernstein was saying, 'I haven't heard such virile piano playing for fifteen years. It was magnificent.' President Carter watched all this with his mouth open and then walked away. I was charmed in a way, but in retrospect one had to concede he was crude." In de jaren tachtig behoorden aantrekkelijke jonge mannen tot Bernsteins vaste entourage.

Laatste jaren
Zijn muzikale energie bleef ook in zijn laatste jaren ongebroken. Een voormalige klarinettist van het New York Philharmonic zei hierover na Bernsteins overlijden: "Lenny was zijn leven lang jong en ging toen dood." De zware roker en enorm harde werker ondervond in die laatste jaren als gevolg van een longziekte (bronchitis, longemfyseem en uiteindelijk ook nog mesothelioom) meer en meer beperkingen, maar tussen de hoestbuien en aanvallen van benauwdheid door bleef hij dirigeren en onderwijzen, met datzelfde vurige enthousiasme waarmee het allemaal was begonnen.

Op 9 oktober (1990) volgde dan Bernsteins aankondiging dat hij als gevolg van zijn slechte gezondheid al zijn werkzaamheden definitief had gestaakt. Het einde van zijn werkzame leven, zoals hij dat eens in de New York Times zo had samengevat:

''I don't want to spend my life, as Toscanini did, studying and restudying the same 50 pieces of music. It would bore me to death. I want to conduct. I want to play the piano. I want to write for Hollywood. I want to write symphonic music. I want to keep on trying to be, in the full sense of that wonderful word, a musician. I also want to teach. I want to write books and poetry. And I think I can still do justice to them all.'' Lenny op 14 oktober 1990 in zijn appartement in New York.

Larger than life
Het aardige van de nieuwste film over Bernstein is dat Georg Wübbolt niet heeft gekozen voor een stereotiepe chronologie, maar zo op het eerste gezicht volkomen willekeurig te werk is gegaan. Dat levert de nodige verrassingen op, terwijl degene die weinig tot niets van en over Lenny weet, er toch direct wordt ingetrokken. Wat de film ook duidelijk maakt is Lenny's onuitputtelijke liefde voor de muziek, maar ook zijn sociale omgang op en naast het podium, en 'behind the screens'. Er is weer sprake van zijn enorme energie, zijn muzikale overtuigingskracht, zijn onwankelbare geloof in de goede zaak (de muziek) en zijn bereidheid om werkelijk alles te geven. Dat dit keer ook zijn kinderen ruimschoots aan bod komen is wat deze film duidelijk onderscheidt van zijn voorgangers. Wat zij over hun vader te vertellen hebben, voorzien van direct aansprekende privébeelden, is per saldo boeiender dan de bekende trits van geïnterviewde musici zoals Alsop, Nagano, Eschenbach, Sondheim, Dudamel en leden van de Wiener Philharmoniker. Dat beeld kennen we zo langzamerhand wel.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links