DVD-recensie

Die Walküre

 

© Paul Korenhof, juni 2020

 

Wagner: Die Walküre
Stuart Skelton (Siegmund), Emily Magee (Sieglinde), Ain Anger (Hunding), John Lundgren (Wotan), Nina Stemme (Brünnhilde), Sarah Connolly (Fricka), Alwyn Mellor (Gerhilde), Lise Davidsen (Ortlinde), Kai Rüütel (Waltraute), Claudia Huckle (Schwertleite), Maida Hundeling (Helmwige), Catherine Carby (Siegrune), Monika-Evelin Liiv (Grimgerde), Emma Carrington (Rossweisse)
Royal Opera House Orchestra
Dirigent: Antonio Pappano
Regie: Keith Warner
Decors: Stefanos Lazaridis
Kostuums: Marie-Jeanne Lecca
Licht: Wolfgang Göbbel
Opus Arte OABD 7270D (BD)
Opname: Londen, 18 & 28 oktober 2018

 

Ook een iconisch muziekdrama als Der Ring des Nibelungen ontkomt er niet aan dat moderne regisseurs de muziek gebruiken ter begeleiding (vaak niet meer dan een muzikaal behang) van een drama dat zij zelf verzonnen hebben. Het is zelfs al in Bayreuth gebeurd en alleen al daarom is het opmerkelijk dat Keith Warner bij de enscenering die hij in 2004 voor Covent Garden ontwierp, opmerkelijk trouw bleef aan de gezongen tekst.

Vanzelfsprekend ga ik voorbij aan Wagner's toneelaanwijzingen. Die zeggen heel veel over de sfeer, maar zijn zo nauw verbonden met het theater van anderhalve eeuw geleden, dat zij niet meer letterlijk genomen kunnen worden. Uiteindelijk zit het drama niet in wat wij zien, maar in de combinatie van tekst en muziek. Het toneelbeeld is daaraan ondergeschikt als visualisatie die het drama moet verdiepen en extra reliëf verlenen, maar als de enscenering tegen tekst en muziek in gaat, resulteert dat misschien in boeiende plaatjes op, maar niet in een muziekdrama. Dat heeft Warner heel goed begrepen en zelfs wie het niet met zijn uitwerking eens is, kan hem niet verwijten dat hij Wagner's drama naar zijn eigen hand zet.

Antonio Pappano
In de loop der jaren heeft Antonio Pappano zich ontwikkeld tot een ware alleskunner die zowel in zijn stijl van dirigeren als in zijn relatie tot de zang en de zangers overeenkomsten vertoont met James Levine. Hoewel hij aanvankelijk voorbestemd leek tot het Italiaanse repertoire, zagen we ook bij hem dat Wagner een steeds belangrijker plaats ging innemen, maar zijn benadering is duidelijk meer 'mediterraan' dan 'Duits'. Waar Levine regelmatig neigde naar brede tempi en een ietwat broeierige atmosfeer, ontplooide Pappano een voorkeur voor warme kleuren, felle accenten en grote aandacht voor menselijke hartstochten.

Die benadering blijkt hier al meteen uit een voorspel met meer muzikale storm en bliksem dan op het toneel zichtbaar is, en in die sfeer ontrolt zich een eerste bedrijf waarin de hartstochten aan het slot onontkoombaar lijken. Ook in het tweede bedrijf worden de uitersten niet geschuwd, wat vooral Wotan's vertelling en de Todeserkündigung warmbloediger doet klinken dan bij andere, meer tot psychologische intensiteit geneigde dirigenten. Hetzelfde geldt in het derde bedrijf voor de slotscène van Wotan en Brünnhilde na een Walkürenritt waar de muzikale vonken vanaf gevlogen zijn.

Eerste bedrijf
Scenisch is het eerste bedrijf voor mij een van de overtuigendste moderniseringen sinds de enscenering van Patrice Chéreau in 1976. Hooguit bevat het toneel te veel overbodige details en neigt de 'roze sneeuw' tijdens Siegmund's 'Winterstürme' naar het kitscherige. Laat ik het er maar op houden dat een modern publiek nu eenmaal meer visuele effecten nodig heeft, zelfs bij een opera met zoveel dramatiek in de muziek, dat iemand met oren aan zijn hoofd misschien helemaal geen behoefte zou hebben aan allerlei plaatjes rondom de handeling.

De invulling door de solisten is eveneens van hoog niveau, al wordt Sieglinde mij in de regie van Keith Warner net iets te gefrustreerd neergezet, op het hysterische af. Na wat overbodig stil spel tijdens de openingsmaten groeit Emily Magee echter uit tot een vocaal overtuigende, helder getimbreerde Sieglinde. Mist haar Sieglinde in het eerste bedrijf nog iets van de gepassioneerde spontaneïteit waar de rol om vraagt, in het tweede en derde haalt zij er alles uit wat er aan muzikale emoties in zit.

Jammer genoeg is Magee's dictie een uitvloeisel van de huidige, op het visuele gerichte uitvoeringspraktijk. Zonder tekst of ondertiteling is zij vaak moeilijk verstaanbaar, soms zelfs helemaal niet, en zeker niet voor wie de tekst niet kent. Het probleem is een articulatie met weinig aandacht voor de ingesloten medeklinkers, terwijl die aan het begin en vooral het slot van een woord of frase juist de neiging hebben te 'ploffen'. Hier wreekt zich dat wij leven in een operawereld waarin regisseurs en dirigenten voor dit element nauwelijks nog aandacht hebben.

Dat daardoor het accent meer op Siegmund valt, is hier geen probleem. Stuart Kelton is in deze rol duidelijk in zijn element. Hij heeft zowel de stemkracht als het baritonale timbre dat voor de rol vereist is, wéét wat hij zingt en krijgt daarbij van Pappano alle ruimte voor onder meer twee fenomenale Wälse-roepen. Het resultaat is een vertolking die dicht bij een van de opnamen van Lauritz Melchior komt, vocaal overrompelend, sterk van dictie en met een in alles doorklinkende overtuigingskracht.

Tweede bedrijf
Het tweede bedrijf speelt zich af in de studeerkamer van grootindustrieel Wotan, maar dan wel een studeerkamer die eruitziet alsof opstandige werknemers er naar hartelust hebben huisgehouden. Voordeel van die chaos is wel dat Warner tijdens Wotan's lange vertelling wat psychologische spelletjes kan spelen door Brünnhilde verschillende objecten te laten oppakken om zich daar associatief mee bezig te houden. In het moderne theater moet er nu eenmaal constant iets 'gebeuren' om de ogen van het publiek bezig te houden. Concentratie op woord en muziek wordt bij een modern publiek niet meer mogelijk geacht.

Vreemd is natuurlijk wel dat Siegmund en Sieglinde in hun vlucht voor Hunding eveneens terechtkomen in die studeerkamer, waar het aan het slot een komen en gaan wordt van alle personages, inclusief een toekijkende Fricka. Mij ontgaat hiervan weer eens de logica, zeker als Wotan ook nog komt luisteren naar de hallucinaties van Sieglinde. Gelukkig is het camerawerk echter van dien aard dat wij ons bij het beeldscherm overwegend op de personages kunnen concentreren. En dat is de moeite waard, zeker nu Magee is uitgegroeid tot een vertolking die zonder meer gelijkwaardig is aan de vocaal en als personage wederom sterk gekarakteriseerde Siegmund van Skelton.

Bij hen voegt zich nu de superieure Brünnhilde van de Zweedse Nina Stemme. Vocaal is zij misschien iets minder imposant dan Scandinavische voorgangsters als Flagstad, Varnay en Nilsson, maar haar vertolking is warmer, menselijker, met een treffende touch van meisjesachtige romantiek. In haar menselijkheid, reeds aanwezig in haar scènes met Wotan, groeit zij in de Todeserkündigung uit tot een hoogte die zij moeiteloos vasthoudt in haar scènes met Sieglinde en Wotan in het derde bedrijf.

Met de Wotan van haar landgenoot John Lundgren heb ik soms wat moeite. Hij is een overtuigend acteur, weet menig psychologisch detail zichtbaar te maken en zet een sterk derde bedrijf met een prachtig 'Abschied' neer. Vooral in het tweede bedrijf miste ik in zijn zang en in zijn heldere, soms bijna metalige timbre echter de tekstgerichte autoriteit van zijn grote voorgangers. Dat viel mij des te meer op, doordat ik in de weken voorafgaand aan deze bespreking eerst de door Testament uitgebrachte, klanktechnisch schitterende lp-versie van de Bayreuther opname uit 1956 met Hans Hotter had gedraaid en vervolgens (eveneens vanaf de lp) de al even tekstgerichte Engelse versie onder Goodall met Norman Bailey.

De vergelijking met de Bayreuther voorstelling onder Joseph Keilberth in de regie van Wieland Wagner is misschien niet helemaal eerlijk. Een feit is echter wel dat zangers die meedraaien in de huidige, door regisseurs beheerste operawereld, niet meer de gelegenheid krijgen een vocale persoonlijkheid te ontwikkelen die vergelijkbaar is met die van veel voorgangers. En voor de goede orde: dat geldt niet alleen voor de solisten in het Wagner-repertoire. Bij opera's van Mozart, Bellini, Verdi, Puccini en andere componisten kunnen we hetzelfde constateren.

Derde bedrijf
De minst geslaagde scène is het begin van het derde bedrijf met acht vrijwel onverstaanbare Walküren (afgezien dan van hun 'hojotoho!') vóór een enorme muur waarop af en toe vage projecties zichtbaar zijn. Akoestisch werkt die muur echter uitstekend en vooral in zijn uitbarsting van onbeteugelde woede profiteert Lundgren's Wotan daarvan niet weinig. Ook het 'Abschied' (met een merkwaardig lange en incestueuze kus) speelt zich af vóór die muur, maar doordat de camera zich focust op de solisten, zal het effect op het beeldscherm anders zijn dan voor de toeschouwers in de zaal.

Door het in slaap brengen van Brünnhilde te laten plaatsvinden achter die muur, onzichtbaar voor het publiek, ontneemt Warner die scène van een deel van zijn emotionele kracht. Als tijdens de Feuerzauber het scherm wordt opgetrokken, zien we echter in een prachtig belichte ruimte Brünnhilde uitgestrekt op de chaise longue die we kennen uit Wotan's studeerkamer in het tweede bedrijf. Een schitterend beeld, dat zonder meer, maar door het ontbreken van een dramatische opbouw ernaartoe staat het toch een beetje geïsoleerd en wordt het geen onderdeel van het drama.

Zuiver vocaal staat het ensemble Walküren overigens op het niveau dat wein Covent Garden mogen verwachten en ook de Hunding van Ain Anger bezit internationale allure. Minder weg ben ik van de Fricka van Sarah Connolly. Zij klinkt mij te licht van timbre en is mede daardoor beduidend minder majestueus dan een zangeres als Christa Ludwig of de onvergetelijke Doris Soffel bij DNO. Aan de andere kant mist zij de combinatie van trots en spruitjeslucht die de aanmerkelijk 'vrouwelijker' vertolking van Hanna Schwarz ver boven het gemiddelde uittilde.

Technische afwerking
De Blu-ray Disc is technisch van de hoogste kwaliteit, in video (AVC 22-30 Mbps variabel) en in audio (LPCM 48kHz/24bit, 2.3 Mbps). Dat betekent dat schitterende beelden, scherp en met een grote suggestie van theatraal perspectief, gepaard gaan met een klankkwaliteit met alle voordelen van de moderne opnametechniek. Daarbij overrompelt de muziek vanaf de eerste maten door een sfeer en een dieptewerking zoals we die kennen van de beste lp-versies.

Nadat ik regelmatig ben afgeknapt op de artificiële klank van cd's en digitale opnameklank in het algemeen (om maar te zwijgen over het belabberde, gecomprimeerde geluid van moderne radio-uitzendingen) is zo'n uitgave een verademing. Jammer alleen dat Opus Arte blijft weigeren om in het begeleidende boekje een trackindeling op te nemen. Het sfeerverstorende ronddraaien van het begin van de Walkürenritt onder het dvd-menu kan ik bovendien missen als kiespijn!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links