DVD-recensie

Callas-Giulini-achtige Traviata uit Glyndebourne

 

© Paul Korenhof, juli 2015

 

Verdi: La traviata

Venera Gimadieva (Violetta Valéry), Michael Fabiano (Alfredo Germont), Tassis Christoyannis (Giorgio Germont), Hanna Hipp (Flora Bervoix), Emanuele D'Aguanno (Gastone0, Magdalena Molendowska (Annina), Eddie Wade (Baron Douphol), Oliver Dunn (Marchese D'Obigny), Graeme Broadbent (Dottore Grenvil), David Shaw (Giuseppe), Michael Wallace (Un commissionario), Glyndebourne Chorus, London Philharmonic Orchestra
Dirigent: Mark Elder
Regie: Tom Cairns

Opus Arte OA BD7169D (Blu-Ray)

Opname: Glyndebourne, 10 augustus 2014

 

Het hoogtepunt van de recente uitvoeringen van Berlioz' Benvenuto Cellini door De Nationale Opera was voor mij het aandeel van Mark Elder, een dirigent die wij hier veel te weinig horen. Zelf had ik het geluk regelmatig, zowel in Engeland als elders, voorstellingen onder zijn leiding mee te maken en behalve door hun intensiteit en hun muzikale niveau troffen zij mij door hun aandacht voor dramatiek, in de bak en op het toneel, die de echte operadirigent kenmerkt. Elder beheerst een breed repertoire, maar toont zich bovenal een operadirigent in hart en nieren, waarbij hij de afgelopen jaren een extra veer op zijn hoed plaatste met zijn registraties voor Opera Rara van werken uit het negentiende-eeuwse bel canto. Meer dan ooit bleek daaruit zijn gevoel voor het muzikaal samengaan van woorden en noten, en van een aandacht voor de tekstweergave die nodig is om tekst en muziek elkaar optimaal te laten versterken.

Giulini
Dat alles vinden we terug in deze vorig jaar in Glyndebourne gemaakte registratie van La traviata . Een soms naar het brede neigend musiceren met donkere ondertonen roept daarbij herinneringen op aan de Verdi-vertolkingen ven Carlo Maria Giulini uit diens laatste operaperiode en hetzelfde geldt voor de manier waarop de solistische bijdragen daarin geplaatst zijn. Niet alleen horen we hier een ouderwetse en tegelijk verfrissende aandacht voor de tekst en de verstaanbaarheid van de tekst, maar ook de frasering en de balans van zang en orkest getuigen van een operastijl die helaas zeldzaam geworden is.

Toevallig ben ik de afgelopen tijd bezig druk bezig geweest met het draaien van onder meer de lp-versies van Rigoletto en Il trovatore die Giulini in de jaren 1979-1983 maakte en waarvan ik bijna vergeten had hoe goed die waren. Die twee opnamen zijn bijna volmaakt van stijl en afwerking, maar meer nog overtuigen zij door een dramatiek die berust op aandacht voor het kleinste detail in de kleinste bijrollen. Ik herinner mij nog dat Giulini bij het begin van de opnamen van Rigoletto zelfs dreigde op te stappen als hij geen betere Marullo kreeg dan de aanvankelijk geëngageerde zanger. Diens 'Gran nuova!' in het eerste tafereel was voor hem de dramatische kern voor de tragedie die ging volgen en zonder de juiste solist op dat moment zou aan een sleutelscène het noodzakelijke effect ontnomen worden.

Het feit alleen al dat deze opname van La traviata dergelijke associaties bij mij oproept, zegt voldoende. De door EMI geplande studio-opname van Callas is er helaas nooit van gekomen en ook later vond Giulini niet de zangeres die hem tot een opname zou inspireren. De jonge Angela Gheorghiu kwam net iets te laat en ontmoette bovendien op een essentieel moment Georg Solti, maar hun registratie haalde toch niet het niveau dat ik gehoopt had. Niet dat er een gebrek was aan goede opnamen. Naast de live-opnamen van Callas, waarvan twee onder Giulini, zorgen de intensiteit van de versies van Votto-Scotto en Kleiber-Cotrubas met daarnaast de superbe muzikaliteit van de opname die Prêtre maakte met Caballé, Bergonzi en Milnes in ieder geval voor een half dozijn vertolkingen waarmee ik heel gelukkig ben.

Coupures
Na een uitgebreid eerste kennismaking plaatst de videoregistratie uit Glyndebourne zich voor mij in ieder geval in dit rijtje, waarbij de geluidstechniek van de blu ray-disc een niet te verwaarlozen bijdrage levert. Tot de belangrijkste redenen behoren echter vooral de directie van Elder en het klanktechnisch superieure, van emoties doortrokken spel van het London Philharmonic Orchestra.
Als Elder ergens bij Giulini achterblijft, is het hooguit diens gave om in de muziek ook het ritme van de Italiaanse tekst op te nemen, maar Giulini had dan ook altijd een Italiaanse solistenkern tot zijn beschikking, zeker voor de op dit punt zo belangrijke kleinere rollen. Jammer bovendien - en gezien het werk van Elder voor Opera Rara eigenlijk onbegrijpelijk - dat de structureel en dramatisch essentiële tweede strofe van Violetta's 'Ah! fors'è lui' ontbreekt! Ook Alfredo's 'Oh mio rimorso' ontbreekt trouwens, terwijl Germont père de tweede strofe van zijn minder interessante 'No, non udrai improveri' wel te zingen kreeg.

Venera Gimadieva
De grootste verrassing blijkt echter de titelrol van de jonge Russische sopraan Venera Gimadieva, slanke lyrische sopraan met donkere ondertonen, maar zoals alle goed Violetta's wel een zangeres met een eigen individualiteit, moeilijk met anderen vergelijkbaar. Als het gaat om de stemklank, kunnen smaken verschillen, maar als vertolkster ligt zij voor mij een straatlengte voor op de befaamde Salzburger registratie van haar landgenote Anna Netrebko (die bovendien het nadeel had van de slappe directie van Carlo Rizzi).
De zang van Gimadieva is niet gericht op 'mooi', maar zindert van leven en dramatiek en in driekwart van haar muziek glanst een onhoorbare traan op de achtergrond. Haar duet met Germont père en de daarop volgende scène, culminerend in een aangrijpend 'Amami, Alfredo!' vormen een half uur hartverscheurend drama met momenten van ontroerende breekbaarheid zoals ik dat lang niet meer heb meegemaakt, al blijft Callas hier en in het laatste tafereel natuurlijk onbereikbaar.

Voordracht
Als Venera Gimadieva mij al aan beroemde voorgangsters doet denken, zijn dat vooral Claudia Muzio (in klank en intensiteit, niet in stijl en vertolking) en Leyla Gencer, met van Renata Scotto de kunst om af en toe met een (ver)kleuring van het timbre opeens een extra dimensie aan te brengen. Haar voordracht en frasering zijn echter minder nadrukkelijk en daarmee moderner dan die van veel voorgangsters, bijna met het understatement dat we kennen van het Engelse toneel en hier in Nederland van de vroegere Haagse Comedie.

De Amerikaanse tenor Michael Fabiano blijkt aan haar gewaagd: met een krachtig, naar het lirico spinto neigend timbre weet hij van Alfredo een geloofwaardig karakter te maken, terwijl hij over voldoende lyriek beschikt om ook muzikaal te kunnen overtuigen. Ook bij hem treffen bovendien de aandacht voor de tekst en de betekenis die daarmee aan zijn zang gegeven wordt. Als zijn Giorgio Germont is de Griekse bariton Tassis Christoyannis in deze voorstelling evenzeer op zijn plaats met een welluidende lyrische bariton en een voordracht die getuigen van dezelfde minutieuze voorbereiding, maar dat geldt in feite voor alle betrokkenen, ook voor de vertolkers van de kleinste rollen en de koorleden.

Vraagtekens
Dat deze uitvoering mij doet denken aan wat is ons is overgeleverd van de legendarische Scala-productie met Callas en Giulini, is na dit alles niet onbegrijpelijk, maar die voorstelling had een derde steunpilaar: Luchino Visconti. Dat element ontbreekt hier helaas. De toneelbeelden van Hildegard Bechtler combineren een sobere maar ook door de belichting fraai ingekleurde stilering met decent moderne kostuums.
Hoewel zeker in het eerste tafereel niet duidelijk wordt dat wij ons daar in de 'demi monde' bevinden, had dat alles visueel een prachtige voorstelling kunnen opleveren, als regisseur Tom Cairns zich niet geroepen had gevoeld Verdi's opera te voorzien van enkele misplaatste 'regievondsten'. Zo loopt Violetta's 'huishoudster' Annina op een vaak irritante manier door de hele voorstelling heen, zelfs op het feest bij Flora, zonder dat duidelijk wordt wat zij daar doet. Dmitri Tcherniakov deed een paar jaar geleden eveneens zoiets in de Scala (met Diana Damrau als Violetta, maar daar met een functie: zijn Annina was een 'oudere dame uit het vak' die Violetta min of meer coachte en beschermde. Niets daarvan bij Cairns' veel jongere Annina; als ik Violetta was. had ik me snel van zo'n bemoeial ontdaan! Afgezien daarvan heb ik grote moeite met de steeds sterker wordende neiging om personages die op dat moment niets te zingen hebben, wel fluisterend, gesticulerend of 'onhoorbaar pratend' aan de handeling te laten deelnemen. Hun optreden, onvermijdelijk niet of zelden gerelateerd aan de muziek, is niets meer of minder dan een brevet van onvermogen van een regisseur die niet in staat is zijn concept aan de hand van de partituur op het toneel te zetten.

Een stap te ver gaat Cairns in het duet met Germont père, die hier bepaald niet altijd de welopgevoede heer is die Verdi voor ogen moet hebben gestaan; gezien zijn briefwisseling uit die periode is het zelfs niet onaannemelijk dat hij tijdens de compositie aan zijn schoonvader Antonio Barezzi heeft gedacht. Hier presteert Alfredo's vader het zelfs Violetta met een stapel bankbiljetten te willen 'compenseren' - en dat terwijl hij in het volgende tafereel met een verontwaardigd 'Di sprezzo degno' zijn zoon tot de orde roept als die tijdens het feest bij Flora Violetta geld voor de voeten smijt!
Een ander zwaktepunt is het feit dat de brief van Germont in het laatste bedrijf niet door Violetta wordt voorgelezen, maar dat wij die door een luidspreker horen komen. Het kan best zijn dat Gimadieva geen echte 'spreekster' is (weinig zangeressen zijn dat), maar evenals bij de briefscène in Macbeth is dit stilistisch onaanvaardbaar. Juist het contrast tussen de spreekstem en de zangstem van de soliste in kwestie moet het dramatische schokeffect teweeg brengen!

Sobere presentatie
Dat de solisten als vertolkers stuk voor stuk toch zo overtuigend overkomen, heeft wellicht meer te maken hebben met hun - en Elder's - aandacht voor dictie en frasering dan met de insteek van regisseur Cairns. Als een zanger(es) zich ten volle bewust is van de betekenis van zowel de tekst als de muziek en het feit dat je die op het publiek moet overbrengen, ligt daarmee een groot deel van de acteerprestatie al vast. Bij een opera ligt het drama verankerd in de partituur. Daarvan zouden moderne zangers en vooral moderne regisseurs zich veel meer bewust moeten zijn!

De technisch voortreffelijke Blu ray-uitgave wordt verder gekenmerkt door een sobere presentatie. Aan de ene kant is er een boekje zonder track-indeling en met een bijna onleesbare kleine letter, maar aan de andere kant heerst er een weldadige rust bij het inleggen van de disc. Eindelijk weer eens geen irritante, opdringerige en door de constante herhaling storende muzikale 'intro' tijdens het openingsmenu. Hier heest doodse stilte tot het moment waarop de voorstelling begint. Een weldaad!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links