DVD-recensie

Europese top

 

© Paul Korenhof, februari 2018

 

Verdi: Messa da requiem

Krassimira Stoyanova (sopraan), Veronica Simeoni (mezzosopraan), Francesco Meli (tenor), Georg Zeppenfeld (bas)
Ballett Zürich
Koor en Extrakoor Oper Zürich
Philharmonia Zürich
Dirigent: Fabio Luisi
Choreografie: Christian Spuck
Accentus Music ACC20392
Opname: Zürich, december 2016

 

Al heel wat jaren staat de Oper Zürich aan de top van mijn lijstje favoriete Europese operatheaters. Een breed en gemêleerd speelplan waarin het ijzeren repertoire bepaald niet geschuwd wordt, is daar een vast onderdeel van een artistiek beleid dat interessante bezettingen met vaak ook grote namen presenteert in verrassende combinaties. Grote solisten lijken er zelfs eer in te stellen zich in Zürich voor het eerst - soms zelf voor de enige keer - in een nieuwe, uitdagende rol te presenteren. Daarnaast biedt het repertoire een mengeling van traditioneel en modern gerichte ensceneringen waarbij toch altijd het werk en niet de regisseur centraal stelt. Ook de meest traditioneel ingestelde bezoeker krijgt daar zelden of nooit het gevoel dat een regisseur een operatekst niet serieus neemt.

Nog belangrijker is dat de Oper Zürich in alles aandacht voor het publiek uitstraalt. Dat blijkt niet alleen uit het repertoire en de manier waarop een bezoeker van dat theater zich tegelijk 'welkome gast' en 'thuis' voelt. Ook de communicatie met het publiek speelt zich af op een niveau waarop de echte operaliefhebbers zich gerespecteerd voelt en MAG, het tijdschrift van het Opernhaus Zürich, een theater voor opera en ballet, behoort daardoor al vele jaren tot mijn favoriete leesvoer. Het is een tijdschrift dat zich richt op kenners en geïnteresseerden, en dat niet vooral bedoeld lijkt om met een populair en 'laagdrempelig' toontje een 'jong en nieuw' publiek te trekken, terwijl de echte operaliefhebbers het gevoel krijgen dat niemand hen nog serieus neemt.

Respect voor het publiek
Al zolang als ik dat theater ken, straalt de Zürcher operaleiding het besef uit dat een toegewijd en terugkerend publiek van echte liefhebbers belangrijker is dan het wereldje van yups en snobs dat wordt aangetrokken door visueel spektakel, maar dat weinig of geen affiniteit heeft met de partituren, laat staan met een stilistisch verantwoorde uitvoering daarvan. In Zürich worden zowel bestaande als potentiële operabezoekers bovendien behandeld als volwassenen, niet als onmondige kleuters. Het feit dat Sophie de Lint, de opvolgster van Pierre Audi, juist uit dat operahuis afkomstig is, biedt enige hoop voor de toekomst van de opera in Amsterdam!

Niet onbelangrijk - en onbereikbaar voor DNO - is het feit dat de Oper Zürich beschikt over een eigen orkest met een 'echte' chef-dirigent, momenteel de Italiaan Fabio Luisi. Dat kwam vorig jaar tot uiting in een gezamenlijk uitvoering van Verdi's Requiem door het ensemble van de opera Zürich en het Ballett Zürich, maar ik moet zeggen dat ik daar even tegenaan heb zitten hikken. Dat Verdi's partituur theatrale elementen bevat, staat buiten kijf, maar een theatrale vormgeving, van welke aard ook, vormt toch een gevaar voor de intensiteit en de muzikale eenheid.

Abstract
Dat laatste gevaar heeft choreograaf Christian Spuck blijkbaar duidelijk onderkend. De geënsceneerde weergave van deze Italiaans-extraverte dodenmis maakten zij tot een sterk abstract gebeuren zonder verhalend element en met toneelbeelden, een kleurstelling en een bewegingspatroon die de grootst mogelijke soberheid uitstralen. Niet alleen past die door ontwerpers en choreograaf nagestreefde soberheid wonderwel bij Verdi's muziek, maar - nog belangrijker - de aandacht wordt er ook geen moment van afgeleid. Heel knap is daarbij de manier waarop solisten en koor in het 'ballet' geïntegreerd werden. Geen moment kreeg ik het idee dat de solisten 'een rol speelden' en daarmee leek iedere indruk van twee kunstmatig samengebrachte werelden bij voorbaat uitgebannen.

Wat de toegevoegde waarde van het beeld is, mag ieder voor zich uitmaken. Op mij kwam zowel integer als sfeervol over en eigenlijk heeft alleen tijdens het 'Hostias tibi' mij even gestoord door overbodige bewegingen. Aan de andere kant is bij zo'n abstract beeldspel af en toe even niet kijken helemaal geen probleem en eigenlijk was het enige nadeel dat het koor vooral op de meer heftige momenten ('Dies irae') misschien iets te veel moest bewegen om tot een honderd procent perfect klankbeeld te komen.

Muzikaal is het zeker een uitvoering op niveau met intense zang en bijzonder fraai, geladen orkestspel waarin Fabio Luisi zorgt voor een homogene en emotionele samensmelting van de muziek met de toneelbeelden. De solisten vormen een uitstekend kwartet waarin vooral de bijdragen van de sopraan Krassimira Stoyanova en de bas Georg Zeppenfeld in combinatie met Luisi's directie voor aangrijpende momenten zorgen. De tenor Francesco Meli geeft heb goed partij maar mist toch iets van de stem en de frasering van grote voorgangers en de integere zang van Veronica Simeoni weegt op tegen het feit dat ik hier toch de voorkeur geef aan een iets kernachtiger mezzosopraan met meer 'Amneris-allures'.

Balans
Fraaie en sfeerrijke beelden gecombineerd met een aangename theaterakoestiek zonder het overbriljante karakter dat technici juist deze muziek soms zo graag meegegeven. Of de klankbalans via de luidsprekers overeenkomt met wat het publiek in Zürich hoorde, moet ik wel betwijfelen, zeker als we in de openingssectie het koor breed en vrijuit het 'Requiem aeternam' horen zingen, terwijl de stemgroepen - aanvankelijk volledig onzichtbaar - uiterst links en rechts op het toneel staan opgesteld. Als hier lichtelijk gemanipuleerd is (of mogelijk een andere opname ingezet) tot bij het 'Kyrie eleison' de solisten zichtbaar worden, heb ik daar absoluut vrede mee. Ook is er vrijwel altijd een mooie balans met en van de solisten bereikt; alleen tijdens het 'Lux aeterna' had ik soms het gevoel dat de drie stemmen in dat deel iets te prominent en minder als een homogeen ensemble waren vastgelegd. Jammer is wel het ronddraaiende geluidsbandje onder het menu. Juist bij dit werk past dat absoluut niet.

Een bijzonder boeiende toegift is een bijna zestig minuten durende documentaire ('Stepping into the unknown') over het ontstaansproces waarbij ook zangers en koorleden nauw betrokken zijn geweest. Niet alleen de commentaren van Spuck werken daarbij verhelderend, maar ook en zelfs meer nog het inzicht in het repetitieproces. Jammer alleen dat binnen die zestig minuten geen enkel trackpunt werd aangebracht. Niet dat ik daarom zat te springen, maar het zou wel handig zijn geweest.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links