DVD-recensie

Tito Gobbi - begenadigd en veelzijdig

 

© Paul Korenhof, april 2014

 

Verdi: Otello

Pier Miranda Ferraro (Otello), Tito Gobbi (Jago). Laura Londi (Desdemona), Anna Di Stasio (Emilia), Giorgio Giorgetti (Cassio), Augusto Pedroni (Roderigo), Alessandro Maddalena (Lodovico), Angelo Nosotti (Montano), Alberto Carusi (Un araldo), Teatro La Fenice
Dirigent: Nino Sanzogno
Regie: Herbert Graf

Opname: Venetië, 6 augustus 1966

La leçon de musique - Tito Gobbi

Mani Mekker (sopraan), Wolfgang Lenz (bas), Baldo Podic (piano)

Opname: Rome, 1980

Hardy HCD 4052 (2 dvd's)
co-productie: Associazione Musicale Tito Gobbi

 

De tijd van de grote Italiaanse baritons lijkt voorgoed voorbij, en als zij er al zijn, krijgen zij in het huidige, door regisseurs beheerste operawereld niet meer de kans zich te ontwikkelen tot zangers met het niveau en de individualiteit waarmee zij een breed repertoire een heel persoonlijke invulling kunnen geven. Wat we daarmee missen, beseft iedereen die de carrière bestudeert van Tito Gobbi (1913-1984), de bariton die dertig jaar lang het Italiaanse operatoneel beheerste in uiteenlopende rollen als Don Giovanni, graaf Almaviva, Figaro, Belcore, Enrico Ashton, Rigoletto, Renato, Boccanegra, Posa, Jago, Falstaff, Tonio, Scarpia en Gianni Schicchi, maar die ook in 1942 opzien baarde in de titelrol van Wozzeck , een opera waarvoor hij een van de grote pleitbezorgers in Italië werd. Gobbi was bovendien niet alleen maar een zanger met een uitzonderlijke combinatie van muzikaliteit en acteerkunst, maar werkte ook aan ruim dertig films, voor het merendeel gewone speelfilms, en daarnaast uitte hij zijn veelzijdigheid als schilder, tekenaar, kostuumontwerper, regisseur en auteur van twee delen memoires.
De stem van Tito Gobbi is bewaard gebleven in een groot aantal audio-opnamen en centraal daarin staat een reeks complete opera's met Maria Callas waaronder de befaamde Tosca onder Victor De Sabata uit 1953. Andere hoogtepunten zijn Otello onder Tullio Serafin met Jon Vickers en Falstaff onder Herbert von Karajan uit 1956, maar afgezien van speelfilms en operafilms (o.a. van Rigoletto en Pagliacci ) blijft het aantal video-opnamen beperkt tot twee registraties van de tweede akte uit Tosca met Maria Callas (Parijs 1958 en Londen 1964) en wat losse fragmenten.
De afgelopen jaren zijn uit de televisie-archieven echter diverse operaregistraties boven water gekomen, waaronder twee opnamen van Otello met Gobbi als Jago: enige jaren geleden verscheen op VAI een opname uit 1959 uit Tokio met Mario Del Monaco en Gabriella Tucci, indrukwekkend met een goede geluidsband, maar maar met een videogedeelte dat nogal wat manco's vertoonde.
Ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Gobbi bracht Hardy vorig jaar met steun van de door Gobbi's dochter Cecilia geleide Associazione Musicale Tito Gobbi een registratie uit van een uitvoering die op 6 augustus 1966 plaatsvond op de binnenplaats van het Palazzo Ducale in Venetië, en die technisch te prefereren valt. Het blijft een korrelig 4:3-beeld, gemaakt met de camera's van toen en een regietechniek die nog in de kinderschoenen stond. Bovendien hadden de microfoons in die tijd nog lang niet de kwaliteit om de stemmen van zangers op een breed toneel in de buitenlucht overal even goed te 'vangen', nog afgezien van het feit dat de wind af en toe ook een partijtje meeblaast, maar alles went en als historisch document is deze uitgave voor de liefhebber onbetaalbaar.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat Gobbi in Tokio in interessanter gezelschap verkeerde. Weliswaar veroorloofde Del Monaco zich in zijn omgang met Verdi's partituur nogal wat vrijheden, maar zijn vertolking bezat meer theatrale flair en meer charisma dan die van de houterige en in zijn zang evenmin feilloze Pier Miranda Ferraro, terwijl Gabriella Tucci als Desdemona veruit te prefereren valt boven de vocaal weinig interessante, moeke-achtige Laura Londi. Bovendien moet de regie van Herbert Graf nogal wat concessies doen aan het toneel in de buitenlucht, wat onder meer tot gevolg heeft dat in de laatste akte geen spraken kan zijn van een slaapkamer.
Aan de andere kant houdt dirigent Nino Sanzogno de uitvoering muzikaal goed in zijn greep en de Jago van Gobbi is zonder meer een belevenis. Aan de natuurlijkheid en geloofwaardigheid van zijn spel, zijn aandacht voor de kleinste details en het schier eindeloze scala aan buigingen en kleuringen van zijn stem kunnen zelfs de best getrainde moderne zangers een voorbeeld nemen. Als er iets is waarmee hij ver boven de moderne operazanger uitrijst, is het echter zijn aandacht voor de tekst. Gobbi behandelt Boito's libretto zoals Laurence Oliver en John Gielgud Shakespeare's tekst behandelden. Dat is een weldaad om naar te luisteren nu zoveel 'grote' operasolisten niet eens meer verstaanbaar zijn!

"Ad ogni parola il suo giusto valore"
"Ieder woord zijn juiste waarde" was het adagium van Gobbi bij het instuderen en zingen van zijn partijen en die houding komt terug in de film La leçon de musique op de tweede dvd van deze uitgave. Daarin zijn we een uur lang ervan getuige hoe de vermaarde bariton zijn kunst probeert over te brengen op twee jonge zangers. We zien hem daarin onder meer aan het werk met een jonge bas in delen uit Don Carlos en Simon Boccanegra, en met een jonge sopraan in delen uit Tosca , drie opera's waarin hij zelf ook grote successen had geboekt.
Ook in die lessen staat de tekstweergave centraal, zoals blijkt uit zijn advies: "Begin een opera te bestuderen vanuit de het libretto. Bestudeer en leer de tekst alsof het een toneelstuk is. Dat maakt het trouwens ook veel makkelijke rom in de muziek door te dringen en de betekenis achter de noten te vinden, omdat je dan in feite dezelfde weg bewandelt die de componist gegaan is." In deze tijd, waarin ik me soms afvraag of de dirigenten en zelfs de regisseurs het libretto nog wel gelezen hebben, zou je zo'n uitspraak toch in grote letters op de muren van de repetitielokalen van Het Muziektheater willen schrijven!
Het boeiendste van deze lessen, althans voor de bewonderaars van Gobbi, is echter het feit dat hij hierin zoveel loslaat over zijn eigen opvattingen en interpretaties. Daarbij denk ik vooral aan zijn uitspraken over de twee bas-baritonconfrontaties in de beide Verdi-opera's, waarbij overigens de confrontaties zelf niet op de eerste plaats staan. Meer interesseert hem wat de personages denken en voelen, zowel Filips II en Fiesco als Rodrigo en Boccanegra, want de confrontatie, het conflict is in feite niet meer dan een uitvloeisel daarvan.

Het is onvoorstelbaar dat zangers in liederen van Schubert onverstaanbare klanken zouden uitbrengen omdat de tekst als minder belangrijk of zelfs zwak wordt beschouwd, maar onder invloed van het regietheater lijkt in de huidige operawerled verwaarlozing van zowel de tekstbehandeling als de articulatie eerder regel dan uitzondering. Deze uitgave leert dat het anders kan en ook moet - maar vóór alles is deze dubbel-dvd een eerbetoon aan een van de grootste zanger-acteurs uit de vorige eeuw.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links