DVD-recensie

Een Britse Callas

 

© Paul Korenhof, oktober 2013

 

Verdi: Macbeth

Kostas Paskalis (Macbeth), Josephine Barstow (Lady Macbeth), James Morris (Banco), Keith Erwen (Macduff), Rae Woodland (Hofdame), Ian Caley (Malcolm), Brian Donlan (Dokter), Ian Caddi (Dienaar), John Tomlinson (Moordenaar, Eerste verschijning), Angela Wittingham (Tweede verschijning), Linda Esther Gray (Derde verschijning) Glyndebourne Chorus, Glyndebourne Ballet, London Philharmonic Orchestra
Dirigent: John Pritchard
Regie: Michael Hadjimischev

Arthaus Musik 102 316

Opname: Glyndebourne 1972

 

Ruim veertig jaar geleden heb ik bij een zwart-wittelevisie gefascineerd zitten kijken naar deze Macbeth uit Glyndebourne. Dankzij de grammofoonplaten kon ik de muziek dromen, maar mijn eerste kennismaking in het theater was een afknapper geworden. Met Italiaanse routine had ik nog weinig ervaring, maar een gastvoorstelling door het Teatro La Fenice tijdens het Holland Festival 1968 had mij wel geleerd dat het land van de opera niet per definitie het land van de beste operavoorstellingen was.

De tv-registratie uit Glyndebourne was een ander verhaal. Een sobere voorstelling met een bevlogen dirigent en zangers die wisten waar zij mee bezig waren, gaf Verdi's eerste Shakespeare-opera de dramatiek die het werk verdiende. Die uitzending bewees bovendien wat toen nog maar weinig mensen beseften: dat deze lang onderschatte opera in feite de eerste was waarin Verdi's muziekdramatische genie ten volle tot ontplooiing was gekomen.

De regie van Michael Hadjimischev in toneelbeelden van Emanuele Luzzati komt vooral op 'jongere kijkers' misschien wat bedaagd over, maar hier gebeurt wel precies wat er gebeuren moet. We zien het muziekdrama zich langs de verhaallijn ontwikkelen met aandacht voor de essentie van zowel de tekst als de muziek en met een gedetailleerde personenregie. Anders dan in menige moderne Shakespeare-benadering worden de karakters hier neergezet zonder een poging het werk te ´actualiseren´ of er een invulling aan te geven die niet primair uit de partituur voortkomt. Wie zich niet laat hinderen door het oude beeldformaat (4:3) en enkele door de technische onvolkomenheden (zo hapert het beeld regelmatig even), ziet een voorstelling op een muzikaal niveau dat tegenwoordig zeldzaam is.

Gelukkig draaien we ook een dvd-uitgave van een opera vooral om van de muziek te genieten en dat kan hier maximaal. Stereo-televisie was in 1972 nog vrijwel onbekend en het geluid van de meeste apparaten was nog heel primitief (althans in vergeleking met nu), dus daaraan werd bij de opname ook minder aandacht besteed. Daardoor klinkt de ietwat primitieve stereo-opname soms misschien een beetje metalig en staan het frequentiebereik en de helderheid natuurlijk niet op het niveau van moderne opnamen, maar de volle klank vergoedt veel en de geluidsband is bovendien opmerkelijk gaaf bewaard gebleven.

Opvallend is bovendien de balans van het totale klankbeeld, resultaat van onder meer het feit dat deze regie nog rekening hield met akoestische en muzikale verhoudingen als gevolg van het decor en de plaatsing van de zangers ten opzichte van elkaar. In combinatie met de gedreven directie van John Pritchard ontstond daardoor een voorstelling van een grote theatrale kracht, ook als de beelden dus de tand des tijds niet helemaal hebben doorstaan.

Een belangrijkste element in deze uitgave is de bezetting met in de titelrol Kostas Paskalis, de grote Griekse bariton die veel te weinig opnamen naliet en die van Macbeth min of meer zijn visitekaartje maakte (hij zong als eerste in de 20ste eeuw ook de eerste versie). Hier presenteert hij zich in een geacheveerde vertolking als een Verdi-bariton bij uitstek, sterk in zowel zijn middenregister als de hoogte. Essentieel voor een Verdi-bariton is dat hij ook in zijn topnoten een baritonaal timbre behoudt, minder kleurrijk maar met iets meer metaal in zijn kern Ettore Bastianini, en hij overtreft zijn legendarische voorganger hier zelfs in tekstbehandeling en in respect voor Verdi's aanwijzingen.

Zo mogelijk nog belangrijker is de bijdrage van Josephine Barstow, de Britse sopraan die voor mij bij de English National Opera onder meer onvergetelijk is geworden als Violetta Valéry en Octavian in Der Rosenkavalier. Dat zij in haar beste dagen aan de overkant van de Noordzee terecht gold als 'de Britse Callas' bewijst zij ook hier op overtuigende wijze. Een beter geacteerde Lady Macbeth is op dvd moeilijk te vinden en als zangeres kan onder de latere vertolksters maar een enkele zich met haar meten. Onovertroffen onder alle zangeressen 'na Callas' blijft Barstow in de combinatie van intensiteit met tekstweergave, waarbij niet alleen ieder woord verstaanbaar is, maar de expressie ook direct met de tekst verbonden is, meer zelfs dan met de muziek. En is dat niet precies waarvoor Verdi zich sterk heeft gemaakt, zijn leven lang, niet alleen verband met dit werk? Zijn uitspraken over Lady Macbeth en bijna een halve eeuw later weer over Jago zijn op dit punt overduidelijk.

Bij de overige solisten horen we James Morris vóór zijn grote doorbraak als een lyrische Banco in pure belcantostijl, terwijl de Engelse tenor Keith Erwen een betrouwbare Macduff bijdraagt. Het dvd-boekje gaat wel uitvoerig in op de geschiedenis en vooral de herwaardering van Macbeth in de vorige eeuw, maar voor de bezetting van de bijrollen was minder aandacht. Vreemd, want daarbij bevinden zich toekomstige grootheden als Linda Esther Gray en John Tomlinson.

Er is trouwens nog iets veel vreemds. De opname wordt gepresenteerd als 'live from the Glyndebourne festival 1972', maar nergens in de annalen staat vermeld dat Barstow in die jaren in het festival is opgetreden, en al helemaal niet als Lady Macbeth. Vermoedelijk werd de oorspronkelijke vertolkster van die rol niet goed genoeg bevonden voor de verfilming (de recensies liegen er niet om) en zijn de scènes van Lady Macbeth achteraf zonder publiek verfilmd. Opmerkelijk is namelijk dat er wel applaus klinkt na de aria's van Macduff en Macbeth, maar niet na de grote fragmenten van Lady Macbeth. Wel zien we Barstow aan het slot bedanken, maar die beide elementen kunnen met gemak gemanipuleerd zijn, zoals het applaus na de eerste drie bedrijven eveneens gemonteerd zal zijn..

Afgezien van de gesignaleerde haperingen, die overigens niet op de muziek doorwerken, heeft het beeld de tijd goed doorstaan. Het enige schoonheidsfoutje is een af en toe optredend volumeverschil, onder meer als in de finale II het orkest vóór Macbeth's 'Sangue a me' te sterk inzet en ook de stem van Paskalis aanvankelijk luider klinkt dan na de voorafgaande scène viel te verwachten.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links