DVD-recensie

Tosca op de Titanic

 

© Paul Korenhof, november 2007

 

 

Puccini: Tosca.

Catherine Malfitano (Tosca), Richard Margison (Maria Cavaradossi), Bryn Terfel (Baron Scarpia), Mario Luperi (Cesare Angelotti), Enrico Fissore (Il sagrestano), John Graham Hall (Spoletta), Jef van Wersch (Sciarrone), Ton Kemperman (Un carceriere), Andreas Burkhart (Un pastore), koor van De Nederlandse Opera en Utrechts Kathedraalkoor, Koninklijk Concertgebouworkest.
Dirigent: Riccardo Chailly.
Regie: Nikolaus Lehnhoff.

Decca 074 3201

Opname: 1998

 


Toen Chailly naar Amsterdam kwam, opperde een deel van het muzikale journaille, dat we toch moesten uitkijken voor het moment dat het eerbiedwaardige KCO gevraagd zou worden 'vulgaire Italiaanse opera's' te spelen. In de Mengelberg-periode werkte het orkest samen met de al even eerbiedwaardige Wagner Vere(e)niging en na WO II stonden er tijdens enkele Holland Festivals opera's op het programma, maar afgezien van Verdi's Falstaff bleef het roemruchte Amsterdamse ensemble verre van het Italiaanse draaiorgelrepertoire. En dat moest dus zo blijven!

Chailly was af en toe een olifant in een porseleinkast, maar als het erom ging een orkest naar zijn hand te zetten, ontplooide hij soms een onverwacht talent voor diplomatie. Hij begon met Falstaff, het werk dat het KCO onder Giulini zo onnavolgbaar gespeeld had, liet dat volgen door nog wat Verdi, verraste toen vriend en vijand met een sublieme Pagliacci tijdens de Kerstmatinee 1996, maar toen kwam toch ook het ' vulgaire'† werk aan de beurt: een vijfdelige Puccini-cyclus, bestaande uit Tosca (1998) en Turandot (2002) bij De Nederlandse Opera met tussendoor de in drieŽn gesplitste Il trittico in drie opeenvolgende Kerstmatinees. Mengelberg moet zich in zijn graf hebben omgedraaid, maar gezien de manier waarop hij ooit de bouw van een operatheater op het Museumplein heeft getorpedeerd, gun ik hem dat van ganser harte.

Het hoogtepunt van die cyclus was ongetwijfeld de serie voorstellingen van Tosca in mei 1998, die internationaal vooral belangstelling trok vanwege het debuut van Bryn Terfel als Scarpia. Dat was ook bijzonder, zonder enige twijfel, maar in vrijwel alle recensies ging toch de erepalm naar het KCO - en terecht! Als deze Tosca ťťn ding duidelijk liet horen, was het wel het feit dat orkest met groot plezier en veel enthousiasme in de bak zat. In de zaal van Het Muziektheater werden we onthaald op orkestspel van een schoonheid, een betrokkenheid en een adel zoals Puccini's muziek zelden ten deel gevallen zal zijn, en zeker niet in deze partituur, die toch meer dan eens is beschuldig van rauw en laag-bij-de-gronds effectbejag. Chailly kende duidelijk iedere noot, hield ook van iedere noot, en slaagde erin ieder detail op onnavolgbare wijze door zijn musici te laten realiseren, waardoor bijvoorbeeld de centrale tweede akte tegelijkertijd opwindend en angstaanjagend werd.

Op het toneel werd deze orkestrale droom verder ingevuld door een markant solistenteam. De fysiek en vocaal ietwat fragiele Catherine Malfitano is geen Tosca met een allures van de grote 'tragťdienne', meer een Kabaivanska dan aan Callas, maar zij combineerde een sterke vocale presentatie met een gedetailleerde uitbeelding. Het ene moment was zij de hartstochtelijke, jaloerse of hevig gekwetste minnares en het volgende moment ontplooide zij het maniŽrisme van de schizofrene prima donna voor wie de wereld alleen maar het toneel is waarop zij haar show kan spelen. De Canadese tenor Richard Margison overtuigde echter meer door zijn uitstekend, zij het niet altijd even Italiaans gehanteerde tenor dan door zijn acteertalent, maar dat was niet helemaal zijn fout. Zijn rol kreeg van Puccini al niet veel diepgang mee en in de productie van Nikolaus Lehnhoff was hij eigenlijk niet meer dan een pion in het spel tussen Tosca en Scarpia.

Het leeuwendeel van het succes ging echter toch naar de bas-bariton Bryn Terfel, die van zijn eerste Scarpia een overweldigende persoonlijke triomf maakte. Zelfs bij deze eerste confrontatie met een toch uiterst complex karakter groeide zijn vertolking uit tot een van de grote momenten in het moderne muziektheater. Zijn donkere, fluwelen timbre zette hij in op de meest muzikale en waar nodig ook op meest verleidelijke manier die men zich kon indenken, waardoor Scarpia's doortraptheid van meet af aan duidelijk obscene trekjes kreeg. Met zijn meer dan levensgrote verschijning in combinatie met de elasticiteit van een panter stelde hij zich meteen bij zijn eerste opkomst al mijlen boven de kruiperige koster van Enrico Fissore, maar ook zijn overwicht over de kwetsbare Tosca van Malfitano was in elk van zijn bewegingen voelbaar.

De uiterst gedetailleerde regie van Lehnhoff is geplaatst in decors van Raimund Bauer die - evenals de gestileerde kostuums van Falk Bauer - het traditionele en het eigentijdse bijzonder knap weten te combineren.† De eerste akte suggereert nog een kerk, maar de tweede roept een wereld op die gedomineerd wordt door 'high-tech', gedomineerd door een gigantische propeller die lijkt te suggereren dat we ons aan boord van een bijzonder soort cruiseschip bevinden, terwijl de laatste akte, met wederom een verwijzing naar die propeller, het bovendek van datzelfde schip kunnen zijn. Aan de andere kant verwijzen anachronistische details (Scarpia schrijft met een ganzeveer) ook naar een meer irreŽle wereld en de grote kracht van Lehnhoffs enscenering is toch juist het redelijk abstracte karakter ervan, en juist dat punt werkt op het beeldscherm in de huiskamer bijzonder sterk. Voor het overige: een schitterende opname (met dank aan de NPS!), waarbij de muziek mij in stereo meer overtuigde dan in 5.1, en een informatieve omlijsting. Alleen jammer dat we er zo lang op hebben moeten wachten, maar het schijnt dat het lang geduurd heeft eer Chailly zijn toestemming gaf (en ik hoor menigeen denken: dat zal wel weer met geld te maken hebben gehad...).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links