DVD-recensie

Voetval voor het bewind

 

© Paul Korenhof, maart 2019

 

Prokofjev: Semyon Kotko
Viktor Lutsuk (Semyon Kotko), Lyubov Sokolova (Zijn moeder), Vavara Solovyova (Fosya), Evgeny Nikitin (Remeniuk), Gennady Bezzubenkov (Tkachenko), Nadezhda Vassilieva (Khivrya), Tatjana Pavlovskaya (Sofya), Roman Burdenko (Tsaryov), Olga Sergeeva (Lyubka), Stanislav Leontyev (Mikola), Andrej Popov (Klembovsky), Yuri Laptev (Von Wierhof), Vitaly Yankovsky (Duitse sergeant), Vladimir Zhivopistev (Duitse tolk), Mikhail Kitt (bandoera-speler) e.a.
Marijinski Theater
Dirigent: Valery Gergiev
Regie: Yuri Aleksandrov
Opname: St-Petersburg, 13-14 mei 2014
Mariinsky MAR0592 (BD & DVD)

 

Prokofjev's vertrek naar het westen na de Oktoberrevolutie van 1917 is artistiek heel begrijpelijk: daar kon hij zich in alle vrijheid en niet gehinderd door politieke drijfveren ontwikkelen tot een van de leidende vernieuwers buiten de cirkel die zich liet leiden door de atonale muziek. Igor Stravinsky noemde hem zelfs de beste componist van zijn tijd (na hemzelf natuurlijk…) en ook zelf was Prokofjev zich terdege ervan bewust dat zijn vertrek uit Rusland mede was ingegeven door zijn wens nieuwe wegen te onderzoeken. En op dat punt is er inderdaad ook een groot verschil tussen de opera's uit zijn westerse jaren en de werken die hij zou schrijven met de adem van de stalinistische cultuurbonzen in zijn nek.

Aan de andere kant was zijn besluit om naar Rusland terug te keren bijna onvermijdelijk, al was het moment merkwaardig gekozen. Bij zijn terugkeer in 1936 waren de stalinistische zuiveringen nog in volle gang en Prokofjev heeft dat ook duidelijk moeten ervaren, al was het niet aan den lijve. Nog in 1939, toen de ergste periode voorbij leek, werden vooraanstaande Russische intellectuelen opgepakt en soms ook zonder enige vorm van proces ter dood gebracht. Onder hen was ook zelfs de internationaal vermaarde regisseur Vsevolod Meyerhold, die zich reeds decennia voor Prokofjev's muziek inzette en die ook diens nieuwe opera Semyon Kotko zou regisseren.

Prokofjev's hart was echter altijd in Rusland gebleven en kennelijk waren zijn bezwaren tegen de stalinistische ideologie niet zo groot, dat zij hem zouden beletten naar zijn vaderland terug te keren. Voor ons blijft echter onbegrijpelijk dat een componist die in 1918 met toestemming van de autoriteiten naar het westen uitweek, terugkeerde in de wetenschap dat hij zich voortaan diende te voegen naar de artistieke richtlijnen van de communistische partij. Zijn vertrek was immers voortgevloeid uit de overtuiging dat hij na de revolutie in zijn vaderland weinig belangstelling zou vinden voor de vernieuwingen die hem voor ogen stonden.

In dat licht is begrijpelijk dat in het westen nooit veel belanstelling is geweest voor Semyon Kotko, de opera die Prokofjev vrijwel meteen na zijn terugkeer schreef als voetval voor het stalinistische bewind, en die in 1940 in Moskou in première ging. Het libretto, geschreven in samenwerking met Valentin Katajev op basis van diens novelle Ik ben een zoon van de arbeidende klasse, is typisch een verhaal dat wij ons bij die periode uit de Sovjet-geschiedenis voorstellen. Een eenvoudige Russische soldaat wil trouwen met zijn jeugdliefde, maar haar vader wil absoluut een schoonzoon met meer geld en is zelfs bereid daarvoor de collaboreren met 'vijanden van het volk. '

Het allesoverheersende decor hierbij is de strijd tussen 'rode', 'witte' en Duitse legers, waaruit de communisten natuurlijk als overwinnaars tevoorschijn komen, zij het na veel verwoestingen (door de vijanden), veel leed (van het Russische volk) en veel onmenselijkheden (van de vijanden). Desondanks is Semyon Kotko een typische conversatie-opera geworden, nog meer dan De speler of enige andere opera van Prokofjev. Daarbij heeft De speler het voordeel dat de handeling wordt gedragen door karakters die meer vermogen te boeien, terwijl de situaties herkenbaarder zijn en meer natuurlijke conflictstof bieden. In Semyon Kotko moeten we ons daarentegen bijna drie uur lang verplaatsen in personages die naargelang hun sociale of politieke achtergrond 'goed' of 'fout' zijn.

Dat Prokojev daar overwegend knappe muziek bij schreef, is bijna vanzelfspreknd, maar toch is het een verademing als de merendeels ideologisch getinte dialoogscènes even worden onderbroken. Enkele korte liefdesscènes, diverse emotionele confrontaties en een paar monologen (van met name de hoofdpersoon) leveren echter dermate effectief muziektheater op dat de opera als geheel mij uiteindelijk zeker weet te boeien. Een paar coupures zouden echter geen kwaad kunnen en enkele momenten van pompeus militarisme moeten we maar voor lief nemen. Van een opera die in 1939 de zegen van het bewind moest krijgen, kunnen we nauwelijks anders verwachten. (Aan die zegen zat overigens een kartelrandje; zo werd Prokofjev onder meer verweten dat 'formalistische' elementen onvermijdelijk het begrip door het volk zouden verminderen.)

Dat de uitvoering ook in een westerse huiskamer de moeite van het aanzien waard is, danken we mede aan de door Joeri Alexandrov levendig en met veel gevoel voor details geregisseerde uitvoering. Wel doet het toneelbeeld soms wat overladen aan, maar dat hangt ten dele samen met het sterk op visuele effecten gerichte libretto en het wordt nog versterkt door een onrustige cameraregie met erg veel beeldwisselingen. De beeldkwaliteit is daarbij niet altijd wat wij gewend zijn, een indruk die wordt versterkt door een onevenwichtige belichting die soms ontaardt in over- of onderbelichting.

Muzikaal staat deze Semyon Kotko helemaal op het niveau dat we van een uitvoering door Valery Gergiev en zijn Petersburgse ensemble mogen verwachten. Koor, orkest en solisten zingen en spelen of hun leven ervan afhangt, met in de frontlinie diverse solisten die we al kennen van een cd-uitgave met opnamen uit 1999 en van een concertante uitvoering in Rotterdam tijdens het Gergiev Festival 2003. De tenor Viktor Lyutsuk beschikt niet over de mooiste stem die ik ooit gehoord heb, maar hij lijkt volledig met de titelrol vergroeid, en met haar warme sopraan en haar gedreven spel is Tatjana Pavlovskaya een Sofya voor te knielen. Daarnaast is het goed om in de uitgebreide bezetting enkele oude bekenden terug te zien, onder wie de basbariton Gennady Bezzubenkov als een kapitale Tkatchenko, de schurk in het stuk, en de bas Mikahil Kitt als de bandoera-speler.

De uitgave op het label Mariinsky bevat zowel een blu-raydisc als een gewone dvd en in een viertalig boekje staan de synopsis en de biografeiën van de belangrijkste medewerkers afgedrukt. Een toelichting ontbreekt helaas, maar het gekozen lettertype is dermate klein, dat het lezen daarvan geen pretje zou worden.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links