DVD-recensie

Prokofjev in sterke actualisering

 

© Paul Korenhof, maart 2013

 

 

Prokofjev: De speler (titeluitgave: The Gambler)

Vladimir Ognovenko (De generaal), Kristine Opolais (Polina), Misha Didyk (Aleksej), Stefania Toczyska (Baboelenka), Stephan Rügamer (De markies), Viktor Rud (Mr Astley), Silvia De La Muela (Blanche), Gian Luca Pasolini (Baron Wurmerhelm), Plamen Kumpikov (Potapitsj), Gleb Nikolsky (Directeur van het casino) e.v.a., Staatsopernchor en Staatskapelle Berlin
Dirigent: Daniel Barenboim
Toneelbeeld en regie: Dmitri Tcherniakov

C Major 701708

Opname: Berlijn, 13-15 maart 2008


In een nieuwe productie van Andrea Breth keert De speler van Prokofjev volgend seizoen terug op het Nederlandse operatoneel. Daarmee is de eerste avondvullende opera van deze Russische componist hier relatief dikwijls te zien geweest: in 1975 en 1978 bij de Nederlandse Operastichting in een productie van David Pountney, in 1996 in een drietal uitvoeringen door Valeri Gergjev en zijn Marijinski Theater in Den Haag en nu dus voor het eerst in Het Muziektheater. Een uitstekende score voor een onbekende opera die in de meeste operacentra nog steeds zelden of nooit wordt uitgevoerd, zeker als we daar bijvoorbeeld tegenover stellen dat een 'repertoirewerk' als Verdi's La forza del destino in Amsterdam al bijna een halve eeuw niet meer te zien is geweest.

Verzet van musici
Toen Prokofjev in 1915 op 24-jarige leeftijd aan De speler begon, gold hij als het grote opkomende talent onder de moderne, anti-traditionalistische musici. Misschien zou een daarom ook een moderner gegeven dan een uit 1867 daterende roman van Dostojevski voor de hand gelegen hebben, maar behalve met veel talent was de jonge componist ook gezegend met een groot praktisch inzicht. Niet alleen 'lag' dit onderwerp goed in Rusland, maar bovendien wordt de naar verhouding korte roman gekenmerkt door een minimum aan beschrijvende passages en een maximum aan kant en klare dialogen. Na het trekken van een dramatische hoofdlijn en het schrappen van een paar hoofdstukken hoefde de componist bij wijze van spreken de overgebleven dialogen alleen nog maar tot hun essentie in te korten om een bruikbaar libretto te krijgen.

Toen anderhalf jaar later de partituur voltooid was, werd het werk aangenomen door het Marijinski Theater in Sint-Petersburg, maar de eerste repetitie in januari 1917 leidde meteen tot protesten van orkestleden tegen het muzikaal modernisme van de jonge componist. De geplande première moest worden uitgesteld van de première, prompt daarop brak de communistische revolutie uit en toen de musici in de nasleep daarvan het theater in eigen beheer namen, werd de nieuwe opera meteen van het speelplan genomen.
Latere pogingen van Prokofjev om het werk in Moskou of Sint-Petersburg uitgevoerd te krijgen, stuitten op te veel verzet en uiteindelijk besloot hij zijn partituur te bewerken. In die vorm ging De speler op 29 april 1929 in Brussel in première, maar pogingen om de tweede, licht vereenvoudigde versie in Rusland op het tonele te krijgen, ketsten af op de houding van de Sovjet-autoriteiten. Zij hadden de jonge componist in 1917 zonder bezwaar uit Rusland laten vertrekken, maar inmiddels waren zij niet meer zo gecharmeerd waren van zijn verblijf in het westen.

Natuurlijke actualisering
Voor een co-productie van de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn met de Scala te Milaan verplaatste de Russische ontwerper en regisseur Dmitri Tcherniakov het gegeven van een luxueus hotel voor de adel in de 19de eeuw naar een vergelijkbaar onderkomen voor rijke Russen in onze eigen tijd. Dat ging niet alleen probleemloos, maar het leverde ook opvallend weinig anachronismen op. Jammer is wel dat hij het niet kon laten om het geheel op te sieren met een paar modieuze trekjes die heel goed gemist hadden kunnen worden. Zo ontgaat mij ten enen male waarom in eigentijdse ensceneringen constant sigaretten gerookt moeten worden. Het slaat nergens op en het levert soms belachelijke situaties op met nep-sigaretten of met zangers die manmoedig proberen zo min mogelijk rook langs hun stembanden te laten strijken. Een detail dat bedoeld lijkt om 'natuurlijkheid' te suggereren, dreigt zo juist te veel aandacht te trekken door een onbedoelde onnatuurlijkheid.

Aan de andere kant draagt de verplaatsing in de tijd bij dit werk niet alleen bij aan de herkenbaarheid. Dostojevski's roman is een juweeltje van psychologische analyse, maar de personages behoren tot een maatschappij die ver achter ons ligt en de operabewerking brengt daarin geen verandering. Dat geldt natuurlijk voor veel werken, maar dikwijls passen de geschilderde personages ook als mensen niet in onze tijd. Hoe je het ook wendt of keert, diverse hoofdpersonen in Lucia di Lammermoor, Carmen, Manon, Jevgeni Onegin of - om bij Prokofjev te blijven - De vuurengel en Oorlog en vrede zitten situationeel en in hun reactiepatroon te veel vast aan hun historische context om een 'actualisering' helemaal geloofwaardig te maken. Tcherniakov's eigen geruchtmakende enscenering van Tsjaikovski's Jevgeni Onegin levert daarvan een ondubbelzinnig voorbeeld.

Moderne Polina
In De speler is de Russische regisseur er echter in geslaagd - ik zou bijna zeggen: bij wijze van uitzondering - de personages niet alleen geloofwaardig over te brengen naar deze tijd, maar hen daardoor ook veel dichter bij ons te plaatsen. Al in de openingsscène, Tot nu toe heb ik altijd moeite gehad met het 'dubbele' in het optreden van Polina, zowel in haar reacties op het feit dat de huisonderwijzer Aleksej haar juwelen verspeeld heeft als in haar totale houding tegenover hem. Haar plaatsing in de 19de eeuw maakt haar in feite te veel een lotgenote van Lisa in Schoppenvrouw.
Bij Tcherniakov zien we diezelfde Polina in het begin als een geëmancipeerde moderne vrouw, materieel, moreel en sexueel onafhankelijk, en daardoor helemaal geloofwaardig in de dubbele agenda die zij vanaf het eerste moment tegenover Aleksej hanteert. In de loop van de opera wordt haar pantser echter dunner en steeds meer schillen vallen weg, waardoor zij niet alleen steeds kwetsbaarder wordt, maar uiteindelijk ook ten prooi valt aan een totale desillusie. En als een regisseur voor die benadering de beschikking heeft over Kristine Opolais, charmant, charismatisch en met de vocale kracht en de warmte van een Puccini-sopraan, wordt het resultaat - zeker op het scherm - muziektheater in zijn allerbeste vorm.

Parallel aan Schoppenvrouw
Terwijl we bij Polina steeds meer tot de kern doordringen, legt Aleksej een omgekeerde weg af, parallel aan de route die Poesjkin uitstippelde voor de Hermann in Schoppenvrouw . Lijkt hij in het begin een onbeduidend werktuig in de handen van Polina en haar 'klasse', in de daarop volgende scènes blaast zijn geldingsdrang hem op tot proporties die hij psychisch niet meer aan kan en als hij dan een keer ervaart hoeveel schijn van status succes aan de speeltafel hem brengt, is hij verloren. Dit alles verpakte Prokofjev in een tenorrol die steeds meer van de zanger lijkt te eisen en waarvoor uithoudingsvermogen en stemkracht belangrijker zijn dan stemschoonheid. Misha Didyk beantwoordt volledig aan die eisen, toont zich daarbij een voortreffelijk acteur die precies weet hoe ver hij kan gaan in zijn exaltatie, en het is geen kritiek als ik zeg dat hij mij Jan Blinkhof niet kan laten vergeten.

Conversatiestuk
Ook de overige solisten in de zeer uitgebreide bezetting (alleen al de scène in de speelzaal beval een twintigtal 'rollen') staan op een niveau dat op een goede avond in de Staatsoper Unter den Linden mag verwachten. Uitschieters daarbij vormen de kostelijk opgeblazen generaal van de bas Vladimir Ognovenko, de sterke Blanche van de opmerkelijk veelzijdige Silvia De La Muela en de door opportunisme gedreven markies van de tenor Stephan Rügamer. Als de rijke oude Baboelenka zorgt Stefania Toczyska voor een vocaal indrukwekkende cameorol, maar de camera laat wel duidelijk zien dat deze eertijds befaamde mezzosopraan zich als actrice minder op haar gemak voelt in 'moderne' ensceneringen.
Met andere werken van Prokofjev in mijn oren had ik soms misschien iets meer orkest willen horen, maar de componist heeft bewust de instrumentatie niet te dicht gemaakt. De speler is een conversatie-opera die op ieder moment verstaanbaar moet zijn, ook voor wie het Russisch niet beheerst. Barenboim huldigt hetzelfde principe, maar weet desondanks de kleurenrijkdom van de instrumentatie in alle details te laten doorklinken. Zijn accentueringen sluiten naadloos aan bij de geheel op de tekst gerichte regie van Tcherniakov, terwijl hij bovendien een grote emotionele kracht weet te leggen in het slottafereel en in enkele intiemere momenten als de korte scènes van Polina en Baboelenka.

De dvd combineert een uitmuntend beeld (1080/60p) met een heldere, volle klank op cd-niveau (48kHz/16bit) en de regie is levendig zonder onrustig te worden. Wel denk ik dat de pilaren op de voorgrond die de afscheiding van de hotellobby suggereren, in het theater beter werken dan op het scherm. Voor iemand in de zaal zijn het immers stilstaande objecten die als onderdeel van een visueel geheel geaccepteerd worden, maar op de tv schuiven zij bij iedere camerabeweging voorlangs door het beeld.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links