DVD-recensie

Uniek historisch document

 

© Paul Korenhof, december 2011

 

 

Mozart: Don Giovanni

Dietrich Fischer-Dieskau (Don Giovanni), Josef Greindl (Der Komtur), Elisabeth Grümmer (Donna Anna), Donald Grobe (Don Ottavio), Pilar Lorengar (Donna Elvira), Ivan Sardi (Masetto), Erika Köth (Zerlina), Walter Berry (Leporello), Deutsche Oper Berlin
Dirigent: Ferenc Fricsay
Regie: Carl Ebert
Toneelbeeld: George Wakhevitch

Arthaus Musik 101 574 (2 dvd's)

Opname: Berlijn, 23 september 1961

 


Het Duitse tijdschrift FonoForum staat bij mij hoog aangeschreven: leesbaar, kritisch, actueel, ruimte voor substantiële artikelen en ook nog eens ruime aandacht voor audiotechniek, een combinatie die zowel in het Nederlandse als in het Engelse tijdschriftlandschap ondenkbaar is geworden. Een probleem heb ik alleen met operarecensent Manuel Brug, die zich niet alleen historisch weinig onderlegd betoont, maar die bij het bespreken van dvd's onverbloemd blijk geeft van vrijwel kritiekloze adoratie van het moderne regietheater. En zelfs dat zou niet zo erg zijn, als hij niet op grond daarvan iedere enscenering die ook maar enigszins neigt in de richting van traditie of zelfs visuele herkenbaarheid, bij voorbaat met zijn minachting overgiet. Een recensent moet altijd open staan voor kwaliteit, ook als zijn eigen smaak hem een andere voorkeur ingeeft.

Historische stijlen
Een duidelijk voorbeeld levert zijn bespreking (december 2011, p. 92) van de historische opname van Don Giovanni, de uitvoering waarmee op 24 september 1961 de nieuwe Deutsche Oper Berlin werd ingewijd. Op het muzikale niveau gaat Brug nauwelijks in (veel verder dan het woord 'droombezetting' komt hij niet), maar wel signaleert hij dat de decors en de kostuums eruit zien zoals die er toen uit zagen, dat er geacteerd werd zoals er toen geacteerd werd en dat de cameravoering 'statisch' is. Dat is natuurlijk heel intelligent opgemerkt, maar eerlijk gezegd: van een opname uit 1961 was toch moeilijk iets anders te verwachten.
Noch bonter maakt Brug het als hij op grond van wat hij ziet, de conclusie trekt 'dat vroeger kennelijk niet alles beter was' ('Früher war eben doch nicht alles besser.') Wat had hij dan in 1961 verwacht? Een computergestuurd decor vol laserlicht, waarin een sadomasochistische Don Giovanni een homo-erotische relatie met Leporello heeft terwijl hij tussendoor een in een leren minirokje en netkousen geklede Zerlina verkracht?
Afgezien daarvan: hoe is het mogelijk een begrip als 'beter' te hanteren bij het vergelijken van historisch bepaalde stijlen? Schilderde Van Gogh 'beter' dan Rembrandt en Picasso op zijn beurt weer 'beter' dan Van Gogh? Kunnen we van Rihm zeggen dat hij 'beter' componeert dan Mozart of Brahms, eenvoudigweg omdat het ridicuul zou zijn als hij nog muziek zou schrijven in de stijl van zijn voorgangers? En is een historische roman van Vestdijk, Haasse of Japin 'beter' dan de Ilias van Homeros op grond van het feit dat moderne schrijvers geen dactylische hexameters of andere versvoeten gebruiken?

Hoe het ook zij, deze Don Giovanni blijft een ruim vijftig jaar oude registratie van een voorstelling die volledig beantwoordde aan de toenmalige maatstaven, en die toen waarschijnlijk zelfs modern genoemd kon worden. Op dat punt ben ik voorzichtig, omdat mijn eigen ervaring in die jaren nog niet verder reikte dan toneelvoorstellingen van de Haagsche en de Nederlandse Comedie, enkele voorstellingen van de Nederlandse Opera (waaronder ook een door Bernard Haitink gedirigeerde Don Giovanni) en een paar geïmporteerde voorstellingen in het kader van het Holland Festival.
Natuurlijk heeft Brug in zoverre gelijk, dat we nu bepaalde zaken niet meer zouden accepteren en misschien zelfs lachwekkend zouden vinden, van de vreemde broek van Don Giovanni tot de in spel en uiterlijk weinig meisjesachtige Zerlina van Erika Köth. Toen vonden we zoiets echter normaal, terwijl ik de 'statische' cameravoering zelfs prefereer boven het onrustige gedoe van tegenwoordig, waarbij de camera ons bovendien voortdurend een blik wil gunnen op het inwendige van des zangers strottehoofd. Alsof totalen en halftotalen niet een veel betere indruk van de voorstelling geven - nog afgezien van het feit dat zingende zangers van heel dichtbij niet echt suggestief werken. Dan veel liever Pilar Lorengar ten voeten uit of hooguit tot haar middenrif in een gedetailleerd romantisch fantasiekostuum.

Restauratie
Daarmee kom ik dan meteen op de technische kwaliteit. Die blijkt verbazingwekkend, niet alleen waar het de werkelijk verbluffend heldere en dynamische mono-geluidsband betreft. Een groot deel van de diepte die we daarin horen, vinden we echter terug in het beeld, een vijftig jaar oude zwart-witregistratie uit het theater, wat met de toenmalige camera's geen sinecure moet zijn geweest.
Bij de restauratie bleek de filmband daarnaast een breed spectrum aan grijstinten te bezitten, terwijl het decor van de legendarische Georges Wakhevitch meer filmisch dan naturalistisch van karakter is, waardoor het toneelbeeld minder 'kneuterig' overkomt dan men zou verwachten. Bij de digitalisering is men erin geslaagd de 'beeldruis' behoorlijk te elimineren, en op een goede televisie en vanaf een normale afstand bekeken blijkt het beeld van de primitieve tv-camera's weliswaar niet zo scherp als dat van een bioscoopfilm uit die periode, maar het is alleszins genietbaar. Bij de restauratie heeft men bovendien rafelrandjes en beschadigingen keurig weggepoetst, onder meer (althans die indruk krijg ik) door het beeld soms enigszins bij te snijden en daarna tot het juiste formaat uit te vergroten.

Kijkend naar de regie van Carl Ebert begrijp ik trouwens niet dat Brug niet gezien heeft dat in die door hem verfoeide decors een mooi staaltje acteerkunst ten beste wordt gegeven, volledig in de Mozart-stijl die deze regisseur samen met Fritz Busch tot basis van het succes onder het Glyndebourne Festival had gemaakt. In de regie van de koorleden ontbreekt nog de individualisering die we later zouden leren kennen dankzij de 'Oost-Duitse' school van onder anderen Harry Kupfer, maar de personages zijn beter gedetailleerd dan in menige andere registratie die ons uit die tijd is overgeleverd. Goed, ze beantwoorden nog volledig aan wat we uit de partituur over hen te weten komen, maar daartegen heb ik niet zoveel bezwaar als collega Brug!

Ferenc Fricsay
En dan tot slot (het lijkt wel een operarecensie in een Nederlandse krant) ook nog een paar woorden over de muzikale kant. Om te beginnen wordt er natuurlijk in het Duits gezongen, zoals dat toen in de meeste Duitse theaters nog de gewoonte was. Dat heeft naast de bekende nadelen ook grote voordelen. Zingen in de landstaal had als doel dat het publiek het kon verstaan (boventiteling bestond bovendien nog niet) en dat betekent dat van zangers werd verwacht dat zij zodanig articuleerden en fraseerden, dat de tekst inderdaad verstaanbaar werd. Kom daar nu eens om…

De op 20 februari 1963, anderhalf jaar na deze uitvoering, in Bazel overleden Hongaarse dirigent Ferenc Fricsay behoort zonder meer tot de grote dirigenten uit de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog. In de jaren na zijn dood, toen in het theater steeds meer gezocht werd naar psychologische diepgang, kwamen zijn Mozart-interpretaties echter onder vuur te liggen als 'te snel' en 'te oppervlakkig'. Het was de tijd waarin de zware aan pak van Klemperer en daarna ook de toenmalige trage tempi van Harnoncourt door velen als het summum van muzikale diepgang werden beschouwd werden beschouwd en waarin een dirigent als Fricsay gezien werd als een exponent van een 'luchtige' Mozart-traditie. Ik heb die controverse nooit zo begrepen, al was het maar omdat Mozart zelf zijn Da-Ponte-opera's als komedies beschouwde en Don Giovanni zelfs betitelde als 'opera buffa'. (Voor de goede orde herhaal ik maar weer even: 'dramma giocoso' betekent niets anders dan 'blijspel' tegenover 'dramma tragico', wat de Italiaanse betiteling is voor een tragedie. Maar in een tijd waarin veel mensen denken dat een 'drama' automatisch een 'tragedie' is, blijkt het misverstand niet meer uit te bannen!)

Droombezetting
Op één punt heeft Brug echter volledig gelijk: hier horen we een droombezetting, die zonder meer het ensemble overtrof dat Fricsay drie jaar eerder bij zijn opname voor DG ter beschikking had. Ook nu Dietrich Fischer-Dieskau in de titelrol, maar of het komt door het Duits of door de regie van Ebert (of beide), zijn vertolking hier klinkt veel eleganter, fluweliger, waar het moet venijniger en juist minder 'Duits-martiaal' dan zijn Italiaanse titelrol op DG. De tweede dubbeling is de Masetto van Ivan Sardi, een ontdekking van Fricsay, die het echter vooral van zijn stem moet hebben en in beide uitvoeringen een beetje 'vierkant' overkomt. Tot op zekere hoogte past dat wel bij Masetto, maar ik zal toch nooit vergeten wat de jonge Bryn Terfel van die rol wist te maken!
Als Leporello veegt de schalkse, Weens-smeuïge Walter Berry de vloer aan met Karl Christian Kohn, Josef Greindl is een 'gala-Commendatore' die zelfs de niet kinderachtige bas van Walter Kreppel doet vergeten en de vaak onderschatte, te vroeg overleden Donald Grobe komt als Don Ottavio absoluut geloofwaardiger over dan de toch altijd wat oratorium-achtige Ernst Haefliger.

Nog interessanter is het verschil tussen de damestrio's. Elisabeth Grümmer, de 'grande dame' van de Deutsche Oper Berlin, is een warme, lyrische Donna Anna die de mooie maar net iets te madonna-achtige Maria Stader naar het tweede plan verwijst. Tussen Erika Köth en Irmgard Seefried is het moeilijk kiezen. De eerste klinkt iets levendiger, de tweede weet haar lyriek iets meer uit te spinnen en blijft onovertroffen in haar behandeling van de recitatieven. Het vocale hoogtepunt van beide opnamen is echter de Donna Elvira, in de studio-opname de onlangs overleden Sena Jurinac, een Mozart-vertolkster par excellence en in iedere stembuiging op en top lid van het befaamde Weense Mozart-ensemble uit de jaren vijftig, terwijl we op de dvd een jonge en in alle opzichten betoverende Pilar Lorengar aan het werk zien. Kiezen is onmogelijk, maar wat een luxe dat een 'stadsgezelschap' zo'n bezetting op de been kon brengen! (De opname op deze dvd's is overigens nog een dag ouder dan we altijd gedacht hebben. Wat ik toen gefascineerd het zitten bekijken als de 'rechtstreekse uitzending' van de openingsvoorstelling, bleek later de registratie te zijn van de generale repetitie de dag ervoor.)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links