DVD-recensie

Een nieuwe Così uit Glyndebourne: Feest! Feest!! Feest!!!

 

© Paul Korenhof, juli 2007

 

 

Mozart: Così fan tutte.

Miah Persson (Fiordiligi), Anke Vondung (Dorabella), Ainhoa Garmendia (Despina), Topi Lehtipuu (Frrando), Luca Pisaroni (Guglielmo), Nicolas Rivenq (Don Alfonso), Glyndebourne Chorus, Orchestra of the Age of Enlightenment.
Dirigent:
Iván Fischer.

Opus Arte OA 0970 D (2 dvd's)

 

 

 

 


Al voeren ze er tegenwoordig zelfs Tristan und Isolde op, de naam Glyndebourne zal toch vooral verbonden blijven met de werken van Mozart; diens Così fan tutte heeft zijn huidige populariteit zelfs ten dele aan het festival in het landelijke Sussex te danken. De meest recente productie is te danken aan de samen werking tussen regisseur Nicolas Hytner en dirigent Iván Fischer met het Orchestra of the Age of Enlightenment. De laatsten presenteren zich als eersten (en zo hoort het ook!) tijdens een sprankelende ouverture waarin de felle attaque en de speelse lijnen over elkaar heen buitelen.

De regie van Hyrner volgt die aanpak in stemmige, vaak vrolijke en uitgebalanceerde toneelbeelden van Vicki Mortimer die bijna alleen maar bij Così fan tutte kunnen horen (al moest ik bij het zien van sommige decors wel even denken aan de toneelbeelden die Robert Jones had ontworpen voor een recente Giulio Cesare). Wat een verademing: een ontwerper en een regisseur die tekst en muziek serieus nemen en zich uitsluitend tot doel stellen om het verhaal zo goed mogelijk na te vertellen. Daarbij ging Hytner zelfs nadrukkelijk uit van het door Da Ponte ontworpen decor, de baai van Napels, niet alleen door de suggestie van een immer stralende zon, maar ook door de symbolische waarde van het 'leven op een vulcaan', zoals Hugh Canning het in het begeleidende boekje noemt.

Natuurlijk mogen regisseurs hun eigen ingang tot een stuk zoeken, maar het vervelende is dat niet ieder werk dat in dezelfde mate hebben kan. Begrijp me goed: ik ben geen tegenstander van 'moderne ensceneringen', maar wel van regisseurs die meer aandacht hebben voor hun eigen 'concept' (wat dat soms ook moge zijn) dan voor partituur en libretto. Met een muziekdrama van Wagner is op dat punt nu eenmaal meer mogelijk dan met een komedie van Mozart, en zelfs als we ons beperken tot het Salzburger genie, zijn er zo sterke dramatische verschillen tussen een opera seria als Mitridate en een Da Ponte-komedie, dat voor die werken totaal andere benaderingen vereist zijn. In de libretti van Da Ponte liggen zoveel elementen vast, dat iedere afwijking gevaarlijk wordt, en dat geldt helemaal voor Così fan tutte, een tekst die zelfs Mozart nauwelijks mogelijkheden bood voor een 'eigen inbreng' zoals we die wel vinden bij Le nozze di Figaro en Don Giovanni.

Karakters

Waartoe het kan leiden als een regisseur voorbijgaat aan het werk zelf, hebben we hier vorig jaar in extenso meegemaakt bij de totaal ridicule Mozart-cyclus van Jossie Wieler. Veel mensen waren vooral ontstemd over zijn aanpak van Don Giovanni, maar mij stoorde juist Così fan tutte het meeste, omdat de regie daar niet alleen voorbij ging aan talloze concrete punten, dramatische lijnen en dieptewerkingen. De grootste fout van Wieler was dat hij op het toneel karakters neerzette die absoluut niet meer pasten bij de emoties die Da Ponte en Mozart in de partituur schilderden. Wielers teenager-Fiordiligi sloot als karakter niet aan bij haar 'Per pietà', om nog maar te zwijgen van 'Fra gli amplessi', terwijl de puberale Guglielmo die Wieler ons voorschotelde, absoluut niet het personage was dat zich op geloofwaardige wijze tot het publiek kon wenden met een volwassen 'Donne mie, la fate a tanti'. (En dan zwijg ik maar van een Despina die noch met haar teksten noch met haar inbreng in de handeling op haar plaats was in een twintigste-eeuwse jeugdherberg; als ze nu van de marihuana snoepte in plaats van de chocolademelk...)

Vonkende emoties

Hytner toont ons twee zusters die denken dat zij met hun geld, een leuke verloofde en een goed huwelijk in het vooruitzicht alles keurig op een rijtje hebben. Dat die verloofden naar het front moeten, is op zich al een schok, maar het groeiende besef dat zij uiteindelijk niet de baas zijn over hun eigen gevoelens, brengt hun hele wereldbeeld aan het wankelen. En ondertussen zijn die nieuwe ervaringen ook nog eens heel erg leuk, ontzettend spannend en volslagen onbeheersbaar. Tel uit je winst!

De extase waarmee Anke Vondungs Dorabella al in haar eerste scènes overschakelt van 'himmelhoch jauchzend' naar 'zum Tode betrübt' om meteen daarna in nog grotere vervoering te raken, is ronduit verrukkelijk, maar Miah Persson overtreft haar nog. Zelden of nooit heb ik alle emoties van Fiordiligi zo geloofwaardig zien worden in een vertolking die door talloze details wel het meisjesachtige wist te bewaren. Niet het kinderlijk-puberale van Wielers Amsterdamse Fiordiligi, maar het meisjesachtige van een jonge vrouw die nog net zo volwassen blijkt als zij zich voordoet (en als zij zelf denkt dat zij is...). Haar 'Per pietà' met subtiele kleuren voor alle woorden en klinkers afzonderlijk (let alleen al een sop het woordje 'perdona') vormt een ontroerende climax met het duet 'Fra gli amplessi'.

Een hoofdstuk apart vormt overigens het samenspel tussen Persson en Vondung, waar werkelijk de vonken van af springen. Samen komen beiden tot een zang, een acteerwerk en een ensemblespel van een uitzonderlijk niveau. Hun 'dritte im Bunde' is een heerlijk schmierende Ainhoa Garmendia, die als Despina precies weet hoe ver zij in haar overdrijving te ver moet gaan. Het klinkt allemaal zo simpel, maar bij alle drie de dames is de meesterhand van Hytner voelbaar!

Een soortgelijke beschrijving kan ik geven van het drietal heren, aangevoerd door Nicolas Rivenq als een opmerkelijk 'gewone' Don Alfonso, zonder nadrukkelijke knipogen of aangezet cynisme. Zo ontstaat ook een duidelijk vriendschappelijke en minder betweterige relatie tot de beide officieren, in wie we om te beginnen Luca Pisaroni herkennen, en ook hij acteert hier met een opmerkelijk 'naturel', veel sterker dan in Amsterdam, waar hij duidelijk een rol vertolkte. (Het stilistische verschil in zijn zang is waarschijnlijk kenmerkend voor het verschil tussen Iván Fischer en Ingo Metzmacher..) Zijn expressieve, met veel gevoel voor belcanto vertolkte Guglielmo krijgt gezelschap van de Finse tenor, een elegante Mozart-tenor, misschien niet helemaal met de persoonlijkheid die de andere solisten tentoonspreiden, maar een uitstekend ensemblelid.

De motor in de orkestbak

Van Così fan tutte kan ik toch al nooit genoeg krijgen (ik vind het niet alleen Mozarts beste, maar zelfs een van de beste opera's aller tijden, op één lijn met Poppea, Falstaff, Carmen en Wozzeck), maar deze dvd's kon ik eindeloos draaien. Natuurlijk, het blijft een live-opname zonder retouches en gezien de aan alle kanten spetterende uitvoering kan het niet anders of af en toe staan er weleens een paar nootjes niet precies onder elkaar, maar een kniesoor die daarop let. Wel moet ik eerlijk zeggen dat ik de standaard stereoversie prefereer boven het surround-effect, dat wel een goede 'zaal-imitatie' geeft, maar dat de muziek toch iets benauwder doet klinken dan de traditionele stereokanalen, zeker als die via de grote versterker worden geleid.

Een uitgelezen cameravoering completeert een uitvoering die voor mij zonder meer de beste is van de diverse uitvoeringen van Così fan tutte die de afgelopen jaren op de markt gekomen zijn, veel speelser en kleurrijker dan bijvoorbeeld de Chérau-uitvoering uit Aix en op zeker alle punten overtuigender dan de versie die we in de Mozart-box uit Salzburg aantreffen. Wilt u een stukje 'proeven', neem dan het sextet 'Alla belle Despinetta' uit de eerste akte (track 14). Alleen al daarvan kon ik niet genoeg krijgen! Maar bij alle wervelingen in de regie en al het enthousiasme van het solistenteam bleef ik me er wel van bewust dat de motor achter het geheel in de orkestbak zat. Wat daar gebeurt is één groot muzikaal feest!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links