DVD-recensie

Het verleden in het heden:

Moesorgski: Khovansjtsjina

 

© Paul Korenhof, november 2008

 

 

Moesorgski: Khovansjtsjina.

Paata Burchuladze (Vorst Ivan Chovanski), Klaus Florian Vogt (Vorst Andrej Chovanski), John Daszak (Vorst Vasili Golitsin), Valeri Aleksejev (Sjakloviti), Anatoli Kotsjerga (Dosifej), Doris Soffel (Marfa), Helena Jungwirth, Lana Kos, Anaïk Morel (Oude gelovigen),  Ulrich Ress (Schrijver), Camilla Nylund (Emma) e.a.. koor van de Bayerische Staatsoper, München, Bayerisches Staatsorchester,
Dirigent: Kent Nagano.
Toneelbeeld en regie: Dmitri Tsjernjakov.

Medici Arts 2072428

 


Moesorgski's Khovansjtsjina heb ik eigenlijk pas goed leren kennen in de oorspronkelijke, ruim een eeuw oude enscenering van het Marijinski Theater. Die enscenering was toen overigens behoorlijk opgefrist (de resultaten zijn ooit door Philips vastgelegd voor laserdisc en inmiddels ook op dvd uitgebracht) en het resultaat was een schitterend plaatjesboek dat een belangrijk moment uit de Russische geschiedenis op uiterst kleurrijke wijze weergaf. Dat het desondanks een gruwelijk verhaal was, spelend in een harde tijd met verhoudingen die naar onze maatstaven soms nauwelijks nog menselijk genoemd konden worden, werd mij eigenlijk alleen maar duidelijk door lezing van het libretto van Vladimir Stasov, dat in samenwerking met de componist nog eens extra aangescherpt was. Ook toen bleef het echter een verhaal dat zich afspeelde in een Russisch verleden dat voor ons moeilijk navoelbaar is.

Een inmiddels legendarische uitvoering door de Weense Staatsopera uit het Abbado-tijdperk ken ik helaas alleen van de cd-registratie, maar het schijnt dat die binnen een historisch kader de moeilijk weer te geven dramatiek van het werk op uitstekende wijze wist te vertalen. Heel indrukwekkend was trouwens ook een enscenering in de Brusselse Muntschouwburg, die met succes afrekende met alles wat naar folklore zweemde. De voorstelling die Kent Nagano kort na zijn aantreden in de Beierse Staatsopera verzorgde, bleek echter een voltreffer van de eerste orde, en dan vooral dankzij de Russische regisseur Dmitri Tsjernjakov. Het vertalen van een historisch gegeven naar de moderne tijd is altijd riskant en ik lanceerde ooit de stelling dat dit beter lukt naarmate het werk zelf 'beter' is, en daarmee bedoelde ik: een sterkere boodschap uitstraalde. Met de werken van Verdi en Wagner lukt het mijns inziens bijvoorbeeld beter dan met die van Puccini en Richard Strauss, juist omdat de eigen stem van de componist daar primair is en het drama ondergeschikt maakt aan zijn muzikale zeggingskracht.

Als ik die lijn consequent doortrek, blijkt Khovansjtsjina een muziekdrama van de eerste garnituur en misschien is dat ook wel zo. Zuiver muzikaal kan men de partituur nog een zekere onevenwichtigheid verwijten, maar wat zegt dat? Volgens Leo Riemens, ooit voor velen de 'operakenner' bij uitstek, was Parsifal zo ongeveer de onevenwichtigste opera aller tijden, al heeft dat natuurlijk ten dele te maken met het feit dat de partituur onvoltooid is gebleven.

In zijn enscenering vertaalde Tsjernjakov het werk echter naar een ongedefinieerde eigentijdse situatie die daarmee het werk juist weer een sterk 'tijdloos' kader geeft en het resultaat is verbluffend. Afgezien van een paar details (we hebben geen tsaren en vorsten meer, soldaten rijden niet meer op paarden en de benaming 'oude gelovigen' is nog moeilijk te rijmen met 'lutheranen') valt alles op zijn plaats en kijken we naar een sterk eigentijds drama dat zich probleemloos ergens in het huidige Azië of Zuid-Amerika zou kunnen afspelen. De kracht van Tsjernjakov is daarbij onder meer dat hij erin geslaagd is de koorleden sterk individueel te kleuren, waardoor je in de grote koorscène niet zozeer anonieme massa's ziet als herkenbare mensen die ook een zekere - soms angstwekkende - identificatie mogelijk maken.

Bovendien weet de regie uitsteken maat te houden. Het geschetste gedragspatroon is nietsontziend, maar blijft binnen de grenzen van het aanvaardbare en nooit ontstaat een onoverbrugbaar conflict tussen een visuele vertaling en de tekst van het libretto, zoals bijvoorbeeld in de enscenering van Salome bij De Nederlandse Opera. Daar presenteerde Konwitschny zich andermaal als een moderne regisseur die zijn eigen verhaal vertelt en daarbij wel uitgaat van de partituur en (details van) de letterlijke tekst, maar die ondertussen aan de dramatische lijn ('plot') een geheel eigen invulling geeft. Tsjernjakov laat ook het verhaal in tact. Hij verplaatst dat weliswaar in de tijd, maar geeft alleen maar een eigen invulling op momenten waarop tekst en muziek 'open' zijn en hem ook de ruimte daarvoor bieden. Het resultaat is tegelijk fascinerend en verontrustend, en dat is precies wat men mag verwachten van een opera met een politieke boodschap.

Hoewel Khovansjtsjina een echte ensembleopera is, frappeert de voorstelling toch ook door individuele prestaties met voorop de Chovanski van Paata Burchuladze. Deze Bulgaarse bas, ooit begonnen als een imponerende basso profondo, heeft zich in de loop van zijn carrière ontwikkeld tot een markante karakterbas met een grote toneelpersoonlijkheid. Tegenver hem staat de al even sterk karakteriserende Dosifej van Anatoli Kotsjerga, die zich door vaderlijker, sms zelfs licht zalvende toon fraai onderscheidt van de iets rauwere vocalistiek van Burchuladze. Heel fraai van klank en in zijn aanvankelijke wispelturigheid goed getroffen is de Andrej van de tenor Klaus Florian Vogt, terwijl de mezzosopraan Doris Soffel er mede dankzij de gedetailleerde regie in slaagt de toch ietwat problematische figuur van Marfa meer een eigen gezicht te geven dan vaak het geval is.

Van de overige rollen moeten zeker ook de sinistere Sjakloviti van de bas-bariton Valeri Aleksejev en de lichtelijk overspannen schrijver van de tenor Ulrich Ress genoemd worden, terwijl de structuur van het decor een geheel eigen plaats inruimt voor de zwijgende rol van Tsaar Peter. De Emma van de sopraan Camilla Nylund blijft een beetje vlak, maar dat is ten dele ook aan de toch enigszins onbevredigende rol te wijten

De opname, die dateert van 10 en 14 juli 2007, moet door de opbouw van het decor nogal wat voeten in de aarde hebben gehad. Tsjernjakov ontwierp namelijk een decor dat de structuur heeft van een poppenhuis: rond een centraal speelvlak op toneelniveau bevinden zich diverse kamers en andere ruimtes, die ook constant gebruikt worden ter illustratie en verdieping. Dat gebeurt door te laten zien wat zich intussen elders afspeelt, maar ook door het zwijgend ten tonele voeren van een personage als Peter de Grote, die als gevolg van de toenmalige censuur door Moesorgski geen rol in de partituur toebedeeld mocht worden.

De in de regie getoonde nevenhandelingen worden verduidelijkt met tekstprojecties op de zwarte tussenvlakken, maar een videoregistratie heeft natuurlijk het nadeel dat de camera voortdurend 'kiest' wat via het beeldscherm getoond wordt, terwijl de toeschouwer in het theater op dit punt vrij is en daardoor in feite een totaal andere 'voorstelling' kan meebeleven. Daarmee is dit een voorstelling die perfect zou passen in het Amsterdamse Muziektheater en ik kan zo diverse producties van De Nederlandse Opera opnoemen die ik er graag voor zou willen inruilen. Voorlopig ben ik echter bijzonder blij met deze indrukwekkende registratie, die zonder verdere poespas (ook geen tekstbijlage) op technisch bevredigende wijze op één enkele dvd werd uitgebracht. Wellicht hadden bij gebruik van twee schijfjes zowel het beeld als het geluid iets meer diepte kunnen krijgen (het betreft wel een voorstelling van drie volle uren), maar ik kan me voorstellen dat men gepoogd heeft deze uitgave zo economisch mogelijk te produceren.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links