DVD-recensie

Verwaarloosde sleutelfiguur

 

© Paul Korenhof, maart 2020

 

Mercadante: Didone abbandonata

Viktorija Miškunaite (Didone), Katrin Wundsam (Enea), Carlo Vincenzo Allemano (Jarba), Pietro Di Bianco (Osmida), Diego Gody (Araspe), Emile Renard (Selene)
Coro Maghini
Academia Montis Regalis
Dirigent: Alessandro De Marchi
Regie: Jürgen Flimm
Decors: Magdalena Gut
Kostuums: Kristine Bell
Naxos NBD0095V (BD)
Opname: Innsbruck, Tiroler Landestheater, 8-14 augustus 2018

 

In het Nederlandse operaleven is Saverio Mercadante (1795-1870) nog steeds een grote afwezige, zelfs in de concertzaal, en dat is toch vreemd, Niet dat deze Italiaanse componist een onontdekt muzikaal genie is, maar evenals zijn oudere collega Giovanni Simone Mayr (1763-1845) heeft hij zijn plaats in de 19de-eeuwse Italiaanse operageschiedenis ten volle verdiend. Waarschijnlijk meer dan enige andere componist is Mercadante de verbindende schakel tussen de nog sterk door de 18de-eeuwse opera seria beïnvloede muziek van Rossini en het melodrama van Donizetti en Verdi.

Dat ook Mercadante nog een duidelijke band had met de opera seria, blijkt al uit de keuze van de stof. Hoewel er maatschappelijk en cultureel in 1823 andere tijden waren aangebroken, greep de librettist Andrea Leone Tottola namelijk terug op de befaamde tekst van Pietro Metastasio die precies een eeuw eerder was geschreven voor Domenico Sarro . Die opera kennen wij niet meer, maar talloze andere componisten hebben zich daarna eveneens over het libretto ontfermd. Dat leverde opera's op van onder meer Leonardo Vinci (1726), Baldassare Galuppi (1740), Johann Adolph Hasse (1742), Niccolò Jommelli (1747), Tommaso Traetta (1757) en Niccolò Piccinni (1770), en diverse daarvan hebben wij de afgelopen halve eeuw wel al leren kennen.

De verdienste van Tottola , die onder meer Rossini voorzag van de libretti voor Mosè in Egitto (1818), Ermione (1819), La donna del lago (1819) en Zelmira (1822), is dat hij Metastasio's tekst moderniseerde door obligate aria's te vervangen door ensemblezang en daar ook nog enkele koren tussendoor te plaatsen. Mercadante haakt daar dankbaar op in en wie zowel Rossini als Verdi kent, hoort duidelijk wat hij aan de eerste en de tweede aan hem te danken heeft.

De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat Mercadante het niveau van zijn beroemde kunstbroeders niet haalt. Zelfs bij de beste uitvoering zal de temperatuur niet zo oplopen als kort geleden in het Amsterdamse Concertgebouw bij Rossini's Semiramide, en Verdi's Attila mag dramatisch zwakker zijn, muzikaal is het werk zonder meer opwindender. Dat wil niet zeggen dat Didone abbadonata het aanhoren niet waard is, zeker niet voor iedereen met welgemeende belangstelling voor het bel canto uit de eerste helft van de 19de eeuw.

Muzikaal komt deze uitvoering in het kader van de Festwochen der Alten Musik in het Tiroler Landestheater goed uit de verf. Dat lijkt vooral te danken aan de inzet van dirigent Alessandro De Marchi die de op authentieke instrumenten spelende Academia Montis Regalis als de door hem merkbaar goed getrainde solisten inspireert tot een stilistische verantwoorde en mede daardoor muzikaal overtuigende uitvoering. Vooral bij de strijkers zou de orkestklank soms een fractie voller kunnen zijn en vooral de mannelijke solisten zijn hoorbaar geen belcanto-sterren, maar die minpunten zijn te klein om storend te werken.

De meest overtuigende vocale prestatie komt van de mezzosopraan Katrin Wundsam als Enea (Aeneas), een travestierol met een lyriek die doet denken aan Bellini's Romeo en met dramatische momenten die geïnspireerd lijken door Arsace in Rossini's Semiramide. Dido, meer de lyrische sopraan die we kennen van diverse rollen die Rossini schreef voor Isabella Colbran dan de majestueuze vorstin die we met Berlioz in het achterhoofd misschien verwachten, is op een enkel minder fraai nootje na in goede handen bij Viktorija Miškunaite .

Als Dido's jongere zuster Selena doet de mozartiaanse lyriek van Émilie Renard betreuren dat Tottola haar geen groter aandeel in het drama heeft gegeven, iets wat zeker had gepast bij het feit dat in deze versie ook zij verliefd is op Aeneas. Van een totaal andere orde is de vertolking van de Moorse koning Jarba (s) door Carlo Vincenzo Allemano . Als de schurk in het stuk weet hij zijn lyrische tenor een opmerkelijke dosis dramatiek mee te geven, die hij met zijn bijna te exuberante spel - en geholpen door de regie - overtuigend ondersteunt.

Daarmee zijn we aangeland bij Jürgen Flimm, die dertig jaar na zijn onvergetelijke Così fan tutte bij De Nederlandse Opera nog altijd een doorwrochte personenregie neerzet, maar die mij dit keer bepaald niet overtuigt. Dat begint al met de minder gelukkig keuze van zijn ontwerpers die de indruk wekken dat de decors en kostuums afkomstig zijn uit een filmstudio waar ooit een film over het vreemdelingenlegioen is opgenomen.

Vanaf het eerste moment speelt Flimm sterk op die ontwerpen in en dat roept grote vraagtekens op. Een opera over Dido en Aeneas kan uitstekend in moderne kostuums worden opgevoerd, maar dat personages op dramatisch belangrijke momenten snel even een flesje bier uit een prominent aanwezige koelkast pakken, gaat mij te ver. Daarbij voert Flimm de dramatiek flink op met als dieptepunt de slotscène: terwijl Dido op het ronddraaiende draaitoneel (ik wou dat ze die dingen nooit hadden uitgevonden!) haar slotcabaletta zingt, zien we hoe de uitzinnig dansende Jarbas zich te buiten gaat aan verkrachting (Selena) en brute moord (Selena en anderen). En daarop volgt het vreemdste moment uit de hele enscenering: Dido steekt Jarbas onder het oog van zijn mannen dood zonder dat één van die mannen daarbij een vin verroert.

Didone abbandonata in de tijd van het vreemdelingenlegioen is nog tot daar aan toe, al zijn er momenten waarop ik als fervent filmliefhebber bijna Philippe Noiret , Catherine Deneuve of Laurel en Hardy in dit Noord-Afrikaanse filmtoneel zou verwachten. Onvermijdelijk is echter wel dat het verhaal van Dido en Aeneas bij zo'n ongelukkige actualisering veel van zijn betekenis verliest. Jammer. De uitvoering verdient beter en Mercadante verdient veel beter.

Gelukkig is - zeker in de blu-ray-versie - op de cameraregie weinig en op de klank absoluut niets aan te merken. Het bijgevoegde boekje concentreert zich bovendien op het werk met een uitgebreid interview met De Marchi over Mercadante en de muzikale achtergronden en een uitgebreide synopsis, beide in drie talen, aangevuld met een gedetailleerde tracklist en uitgebreide biografieën in het Engels.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links