DVD-recensie

Een Werther uit duizenden

 

© Paul Korenhof, maart 2011

 

 

Massenet: Werther

Jonas Kaufmann (Werther), Sophie Koch (Charlotte), Ludovic Tézier (Albert), Anne-Catherine Gillet (Sophie), Alain Vernhes (Le Bailli), Andreas Jäggi (Schmidt), Christian Tréguier (Johann), Alexandre Duhamel (Brühlmann), Olivia Doray (Kätchen),
Maîtrise de Hauts-de-Seine, Opéra National de Paris
Dirigent: Michel Plasson
Regie: Benoît Jacquot

Decca 074 3406 (2 dvd's)

Opname: Parijs, Opéra Bastille, januari 2010


In september 2004 presenteerde Covent Garden een nieuwe Werther met Marcelo Alvárez in de titelrol en in januari van het vorige jaar verhuisde die productie naar de Parijse Opéra Bastille, waar Jonas Kaufmann de titelrol zong. Een van de voorstellingen werd toen rechtstreeks door Arte uitgezonden en ik heb werkelijk de hele avond gebiologeerd bij de televisie gezeten. Meteen daarna pakte ik mijn agenda om te zien of het me zou lukken zelf een van de volgende voorstellingen mee te maken, maar dat bleek helaas onmogelijk. Het enige wat me overbleef was het opnieuw bekijken van mijn opname, maar ik heb er nog altijd spijt van dat ik toen niet alles opzij heb gezet om toch naar Parijs te gaan.
Het is niet moeilijk te zeggen wat mij aan die voorstelling het meest fascineerde. Dat was de titelrol van de Duitse tenor Jonas Kaufmann, zonder meer een van de grootste operasolisten van dit moment, wiens vocalistiek een combinatie lijkt van de beste elementen in de zang van Richard Tauber en Carlo Bergonzi. Na zijn Lohengrin in Bayreuth besteedde ik al uitgebreid aandacht aan zijn volmaakte beheersing van mezza voce, voix mixte, piano en pianissimo, die mij ook toen sterk aan Richard Tauber deed denken. Als Werther voegt hij daaraan een duidelijk mediterraan element toe, dat herinneringen oproept aan het zuidelijke legato en de uitgebalanceerde spinto-fraseringen van Bergonzi. Zijn Frans is niet helemaal perfect, wel bijna in uitspraak, nog niet in klankvorming, maar dat hoeft hier ook niet. Tenslotte is Werther een duidelijk 'Duits' karakter en bovendien - laten we eerlijk zijn - heeft Massenet de eerste vertolking toevertrouwd aan een tenor die op dat moment de grootste Lohengrin van zijn tijd was - op dat punt bevindt Kaufmann zich dus in uitstekend gezelschap.
Wat de vertolking op deze dvd doet uitstijgen boven alle andere die ik van deze opera ken - en dat zijn er heel wat... - is de weergaloze intensiteit. Als voorbeeld neem ik de 'zelfmoordmonoloog' aan het slot van het tweede bedrijf. Vanuit een liggende houding ('Oui! ce qu'elle m'ordonne') komt Kaufmann tot een eerste moment van magisch mezza voce ('Pourquoi trembler devant la mort, devant la nôtre') om zich even later op te richten in een bijna dromerig 'Voilà ce qu'on nomme mourir', waarna de cameravoering vrijwel constant op zijn gelaatsexpressie gericht zal blijven. Magisch is dan al het crescendo-decrescendo op een wederom mezza voce ingezette frase 'Offensons-nous le ciel en cessant de souffrir?' waarna de inzet van de eigenlijke monoloog ('Lorsque l'enfant') op zeldzame wijze beantwoordt aan de aanwijzing van Massenet: 'simplement', waarbij Kaufmann een elektriserend effect bereikt op de beide wederom in voix mixte gezongen e's van 'l'heure', een effect dat hij overdraagt op de fis waarmee hij zijn volgende frase afrondt. Die lijn trekt hij door tot hij vijf maten later op 'O Dieu' voor het eerst boven piano uitstijgt naar een crescendo op 'moins clément'. De daarop volgende zestien maten bieden een perfect gedoseerde climax naar het decrescendo op het twee maal herhaalde 'Appelle-moi' - en dat alles in volmaakte balans zonder een spoor van buitenmuzikaal ('veristisch') effect!

Met zo'n vertolking kan een voorstelling al bijna niet meer stuk, maar is die nadruk op één rol een juiste benadering? Ook de grootste kunstenaars komen tot hun beste vertolkingen binnen een ideale omgeving en die heeft Kaufmann hier. Om te beginnen met dirigent Michel Plasson, de grijze grootmeester van de Franse opera die deze partituur kent, koestert en tot leven brengt als geen ander. Toegegeven, toen ik deze opera nog niet zo heel lang geleden voor het laatst hoorde met Alfredo Kraus in de intieme atmosfeer van de Opéra Comique, bezat de partituur nog meer zeggingskracht, maar de Bastille is nu eenmaal een veel groter theater en voor dirigent en orkest betekent dat wereld van verschil.
Minstens zo belangrijk voor het geheel is de Charlotte van Sophie Koch, allesbehalve een diva, eerder 'the girl next door' dan een grande dame of - nog erger - een soort 'moeder van Charlotte', maar wel een van de interessantste en meest integere zangeressen van het huidige operatoneel. De befaamde briefscène heb ik echt wel eens met meer vocale ampleur gehoord, maar zelden met zoveel eenvoud en laten we eerlijk zijn: Charlotte is geen godin of vorstin, maar een simpel meisje uit Wetzlar dat met haar gevoelens geen raad weet. Als Koch in de derde akte door de camera in profiel genomen wordt terwijl Kaufmann-Werther haar zijn onderdrukte gevoelens laat merken, spreekt haar gezicht boekdelen. En in het laatste bedrijf, als de sentimentaliteit levensgroot op de loer ligt, is het haar gelaatsexpressie die ieder gevaar bij voorbaat uitbant.
Op een vergelijkbaar niveau staat de Sophie van Anne-Catherie Gillet, vocaal minder 'briljant' dan in handen van sommige befaamde coloratuursopranen, maar ook zij is een geloofwaardig dorpsmeisje met een uitstraling die de rol volledig recht doet. Met Ludovic Tézier, Frankrijks beste bariton en een daarbij een begenadigd acteur in de betrekkelijke kleine rol van Albert, en met de markante Alain Vernhes als Le Bailli kan er daarna eigenlijk niets meer mis gaan. En al deze solisten, van Kaufmann en Koch tot in de kleinste rollen, 'zingen' echt, niet door met veel adem de klanken tussen soms half gesloten lippen door te persen, maar door hun mond- en andere resonansholten maximaal te benutten! De Franse opera is nog niet dood!

Technisch is op de uitgave, genereus verspreid over twqee dvd's, niets aan te merken, met uitzondering misschien van een moment tijdens de briefscène ('Ah! personne auprès de lui'), waar Koch vooraan op het toneel staat en de camera haar met het orkest pakt, waarbij de microfoon haar even een veel ruimtelijker akoestiek geeft, een effect dat helaas na de scène met Sophie herhaald wordt bij 'Seigneur Dieu!'. Het beantwoordt aan de visuele ambiance, dat zonder meer, maar het werkt akoestisch niet fraai. Afgezien daarvan moet ik wel zeggen dat ik mijn dvd's inruil voor een Blu-rayversie zodra die ooit (Decca loopt nooit voorop...) op de markt komt.
Extra aandacht verdient het streven van filmregisseur Benoît Jacquot, die samen met Louise Narboni ook de verfilming verzorgde, om in zowel de regie als de registratie, ieder spoor van valse sentimentaliteit te vermijden. In de confrontaties van de diverse personages gaat hij de directheid niet uit de weg, maar hij omkadert dit op diverse manieren met vervreemden elementen, die het theatrale aspect eerder benadrukken dan verminderen. De toneelbeelden van Charles Edwards en André Diot combineren gedetailleerd scenische realisme met een onverholen blik op een artificieel decor en een geschilderd achterdoek, en dat werkt, in zowel de romantiek als in het overbrengen van wanhoop en desolate momenten.
Met de personages speelt Jacquot een gelijksoortig spel. Zo zien we Werther bij zijn eerste opkomst niet alleen met een anachronistisch zonnebrilletje, maar we zien hem dat ook opzetten, omdat Jacquot ons het drama niet alleen 'vanuit de zaal' laat zien, maar ook vanaf de zijtonelen, vanuit het plafond en dus ook 'tussen de coulissen' (voorzover daarvan sprake kan zijn), als de personages zich opmaken om de bühne op te gaan. Dat klinkt misschien wat gekunsteld en bij de directe tv-uitzending had ik ook even iets van 'moet dat nou?', maar dat duurde niet lang.
De 'zijsprongetjes' van de camera vormen een volmaakte eenheid met de weergave van het drama zelf en daarbij zijn de solisten dermate bij hun eigen rol betrokken, dat je als toeschouwer nooit het gevoel hebt dat je iets ziet wat je eigenlijk niet mag zien. Sterker nog: terwijl ik bij veel registraties van een theatervoorstelling inderdaad het gevoel heb dat ik 'ergens naar zit te kijken', zuigt Jacquot je als het ware het drama in. Hij ontneemt je de comfortabele positie van een toeschouwende buitenstaander die als een voyeur de emoties van anderen kan bekijken en meer dan ooit had ik hier het gevoel dat ik direct bij het drama betrokken was.
Zonder meer ontroerend is bijvoorbeeld vóór het begin van het derde bedrijf (nog te zien aan het slot van de tweede dvd) het silhouet van Sophie Koch als zij zich concentreert vóór haar briefscène. Theater bestaat bij de gratie van de illusie en Jacquot bewijst dat een eerlijk combineren van de theatrale werkelijkheid met de theatrale illusie een veel groter effect sorteert dan iedere actualisering of ander intellectualistisch gedoe om het publiek zogenaamd 'meer bij het drama te betrekken'!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links