DVD-recensie

Esthetiek en ingehouden emoties:

Glucks Alceste en Orphée et Eurydice

 

© Paul Korenhof, februari 2009

 

 
   
 

Gluck: Alceste

Anne Sofie von Otter (Alceste), Paul Groves (Admète), Dietrich Henschel (Le Grand Prêtre), Yann Beuron (Évandre), Ludovic Tézier (Un héraut), Frédéric Caton (L'Oracle) e.a., Monteverdi Choir, English Baroque Soloists
Dirigent: John Eliot Gardiner
Regie en toneelbeeld: Robert Wilson

EMI 2165709

Opname: 1999

 

 

Gluck: Orphée et Eurydice

Magdalena Kozená (Orphée), Madeline Bender (Eurydice), Patricia Petibon (Amour), Monteverdi Choir, Orchestra Révolutionnaire et Romantique
Dirigent: John Eliot Gardiner
Regie en toneelbeeld: Robert Wilson

EMI 2165779

Opname: 2000

 

 

 

 


Over het algemeen ben ik niet zo weg van de ensceneringen van Robert Wilson. Ze zijn me te statisch, te geësthetiseerd, te weinig op de inhoud gericht en daarbij lijken ze ook nog eens op elkaar als eeneiige tweelingen. Een uitzondering vormen voor mij de twee opera's van Gluck die hij samen met John Eliot Gardiner in het Parijse Théâtre Châtelet op de planken bracht, en die na eerdere uitgaven door Arthaus Musik nu door EMI in een goedkope dvd-editie werden uitgebracht. Pure hebbedingetjes, prachtig van esthetiek (want dat kun je aan Wilson overlaten), muzikaal onweerstaanbaar en vooral: met een toneelbeeld dat stilistisch naadloos aansluit bij de door Gluck nagestreefde 'classicistische' versobering. In prachtig gekleurde toneelbeelden, soms versluierd door een effectief canvasmotief, krijgen we een juist door de afstandelijkheid aangrijpende Alceste uit 1999 voorgezet met Anne Sofie von Otter in een diep menselijke titelrol.

Het 'Wilson-effect' werkt het sterkste in de confrontatie van Alceste met haar echtgenoot Admète (mooie rol van Paul Groves) als het tot hem doordringt dat zij zich voor hem heeft opgeofferd en in zijn plaats naar de onderwereld zal afdalen. Hier werkt het ontbreken van alle uiterlijke emoties optimaal. Aan de ene kant staat de egoïstische Admète die alleen maar een enorm zelfmedelijden ten toon spreidt als hij beseft dat hij voortaan zelf zijn bed moet opmaken en de kinderen naar school brengen, en die geen moment medelijden heeft met zijn vrouw, die toch degene is die gaat sterven - voor hém! Daartegenover een uiterlijk beheerste maar innerlijk verscheurde Alceste, die waarschijnlijk een andere reactie op haar daad van liefde had verwacht. Groots!

Van hetzelfde niveau is de Orphée et Eurydice van een jaar later met Magdalena Kozená in een al even beheerste titelrol. Ik kan me voorstellen dat sommigen hier meer emotionaliteit zouden willen, maar dat is toch ten dele een kwestie van gewenning. Ik geef grif toe dat er een wereld van verschil is tussen de Orfeo van Kathleen Ferrier en Aafje Heynis aan de ene kant en de Orphée van Kozená aan de andere, en dat dit niet alleen is terug te voeren op de gevolgde versie. Hier speelt niet alleen drie decennia ´authenticiteit´ een grote rol, maar ook het simpele feit dat de wereld verandert en daarmee zowel onze uitvoeringspraktijk als onze receptie. Een uitvoering van dit werk zoals die een halve eeuw geleden gegeven werd, zouden we nu gewoon niet meer zouden accepteren. Ook hier is het trouwens de emotionele afstandelijkheid van Wildon die dubbel positief werkt. Emoties die naar binnen geslagen zijn, kunnen onder bepaalde omstandigheden veel sterker doorwerken en de muziek van Gluck in combinatie met het uiterst sobere libretto van Calzabigi biedt daarvoor het juiste kader.

Met zijn twee orkesten brengt Gardiner de muziek tot klinken met de mengeling van stijlgevoel en theatrale inslag waarin hij voor het 18de-eeuwse repertoire uniek blijft. En ook speelt daarbij de combinatie van Britse afstandelijkheid met warmbloedig Frans temperament mee, die vooral in zijn periode als chefdirigent van de Opéra in Lyon zijn visitekaartje is geworden. Kortom: twee heruitgaven die ik niet genoeg kan aanbevelen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links