DVD-recensie

De grootmeester van de flamenco

 

© Paul Korenhof, maart 2012

 

 
 
 

Gades & Saura: Carmen
Vanesa Vento (Carmen), Ángel Gil (Don José), Joaquín Mulero (De echtgenoot), Jairo Rodríguez (De stierevechter), Compañía Antonio Gades

Teatro Real TR97004BD (Blu-ray)

Opname: Madrid, 6 mei 2011

 

 


Gades: Bodas de sangre
Cristina Carnero (de bruid), Ángel Gil (Leonardo), Vanesa Vento (de moeder), Joaquín Mulero (de bruidegom), Maite Chico (en vrouw)

Gades: - Suite flamenca
Stella Arauzo, Miguel Lara (solisten), Compañía Antonio Gades

Teatro Real TR97008BD (Blu-ray)

Opname: Madrid, 9 mei 2011

 

Gades: Fuenteovejuna
Cristina Carnero (Laurencia), Ángel Gil (Frondoso), Joaquín Mulero (Comendador), Alberto Ferrero (Mayor), Ángela Nuñez "La Bronce"(zang), Compañía Antonio Gades

Teatro Real TR97006BD (Blu-ray)

Opname: Madrid, 8 mei 2011

 

 


Lange tijd werd de flamenco door menigeen geassocieerd met volgepropte zaaltjes in Spaanse toeristencentra, waar busladingen toeristen bij een duur glaasje goedkope sangria werden onthaald op joffers in kleurige bolletjesjurken die onder gitaarbegeleiding en veel gekletter van hakken en castagnetten schreeuwerig zongen en luidruchtig dansten. Gelukkig wisten veel Nederlanders al beter, vooral dankzij de schilderachtige impresario Herbert Da Silva, die in de jaren vijftig naam maakte met de theaterseries van Fiesta Gitana.
Na de dood van Da Silva in 1988 werd zijn werk voortgezet door de danser Curro Velez en aan hen beiden is het te danken dat in ons land zelfs een actieve flamencocultuur ontstond, die in de jaren tachtig een extra stimulans kreeg door de film Carmen van Carlos Saura met in de mannelijke hoofdrol de sterdanser Antonio Gades, die ook de choreografie ontworpen had. Opeens kreeg men in brede kring oog voor de enorme expressiviteit van een dansvorm die veel meer was dan warmbloedige, overwegend ritmische folklore. Bovendien ontdekte men in de flamenco een enorme vitaliteit die niet aan leeftijd of uiterlijk gebonden was. De flamenco bleek een dansvorm die niet was voorbehouden aan jonge mooie mensen, maar waarin iedere leeftijdsgroep en iedere sociale klasse zich kon terugvinden. Het publiek stroomde toe, niet alleen bij de film, maar ook bij flamencoshows in het theater en bij de dansscholen, die de oude Zuid-Spaanse dansvorm massaal in hun programma opnamen.

Antonio Gades
De danser en choreograaf Antonio Gades (eigenlijk Antonio Esteve Ródenas), geboren in Alicante in 1936 en ten tijde van Saura's verfilming van Carmen al een eind in de veertig, gold al sinds de jaren zestig als de beste mannelijke danser en later ook choreograaf van Spanje. In 1978, na de val van het Franco-regime, werd hij artistiek leider van het Spaans Nationaal Ballet, maar door zijn politieke opstelling (hij was tot zijn dood toe een overtuigd communist) moest hij die positie al na enkele jaren om politieke redenen opgeven.
Voor de Spaanse danswereld werd zijn vertrek bij het officiële nationale balletgezelschap een zegen. Het grootste deel van zijn dansers en andere medewerkers volgde hem en in de decennia daarna kon hij zich, mede dankzij het succes van zijn films (naast Carmen onder meer Bodas de sangre (1981) en El amor brujo (1987, overigens zijn tweede film op dit thema), uitleven in een aantal zeer persoonlijke voorstellingen die zijn nationale faam nog verder uitbreidden naar de internationale podia. Waarschijnlijk werd zijn onafscheidelijke sigaret, zelfs in zijn films prominent aanwezig, hem fataal en in 2004 over leed Gades na een vergeefse strijd tegen de kanker, maar niet nadat hij juridisch alles in het werk had gesteld om zijn artistieke erfenis veilig te stellen in dienst van de Spaanse danskunst.

Carmen
In mei 2011 organiseerde de Companía Antonio Gades in samenwerking met het Teatro Real in Madrid als eerbetoon ter gelegenheid van Gades' 75ste geboortedag een kort festival met enkele van zijn belangrijkste choreografieën. Daartoe behoorde natuurlijk ook Gades' theaterversie van Carmen, die min of meer parallel aan de film en eveneens in samenwerking met Carlos Saura is ontstaan. Ook hier is een belangrijk kenmerk de afwisseling van delen uit de opera van Bizet via de geluidsband en originele bijdragen van de flamencogitaristen die aan de productie meewerken. De keuze van de operafragmenten (in de theaterproductie afkomstig van de Decca-opname onder Thomas Schippers) verschilt echter zoals ook het verhaal in feite verschilt. In het theater concentreerde Gades zich helemaal op Mérimée en Bizet (in die volgorde), maar in de film bracht hij samen met Saura een tweede lijn aan door de relatie Carmen-Don José door te trekken naar de vertolkers van de hoofdrollen, daar gespeeld door Gades zelf en de in die film opvallend sterk overkomende Laura del Sol als Carmen.
Toen ik de theaterversie voor het eerst zag, kwam die op mij brokkeliger over dan de film die ik toen al goed kende, maar juist dat laatste deed mij ook aan de objectiviteit van mijn oordeel twijfelen. De blu-rayversie, vorig jaar vastgelegd in het Teatro Real in Madrid en ook door dit theater uitgebracht, heb ik dan ook meerdere malen bekeken om mijn eerste indruk op de proef te stellen, maar veel is die niet gewijzigd. De vloeiende dramatische lijn die Saura en Gades in hun film wisten te leggen, juist door de parallelle personages, ontbreekt hier enigszins, terwijl aan de andere kant weer een nieuwe dieptewerking ontstaat doordat Don José als individu meer aandacht krijgt.
De film was vooral gericht op Gades' fascinatie voor het karakter van Carmen en daarmee ook op haar erotische aantrekkingskracht, waardoor Don José als karakter bijna automatisch een beetje bij haar in de schaduw kwam te staan. In het theater krijgt de mannelijke hoofdrol meer aandacht, bijvoorbeeld met een sterke 'gevangenisscène' die Gades realiseerde met behulp van spiegels, waardoor het publiek zich automatisch meer bij hem betrokken voelde en daardoor in zekere zin eveneens 'slachtoffer' werd van Carmen's sensualiteit.

Het gevoel van een ietwat brokkelige opbouw bleef mij bij tijdens het bekijken van de vorig jaar in Madrid opgenomen uitvoering, maar aan de andere kant werd het met de keer boeiender om het verhaal van Carmen nu eens duidelijk vanuit de 'rauwe' flamencohoek te bekijken. Uiteindelijk blijft de film van Saura toch een licht geromantiseerd tintje houden (dat zal zeker ook aan de grote populariteit hebben bijgedragen) en dat ontbreekt bij deze 'echte' dansproductie, waarin - geheel in de traditie van de flamenco - leeftijd en 'uiterlijk schoon' ondergeschikt zijn aan danstechnische kracht en dramatische expressiviteit. Het is overigens wel opvallend dat het publiek in het Teatro Real vorig jaar niet met een lang en uitbundig applaus reageerde, een feit dat extra opvalt doordat er wel applaus blijft klinken terwijl duidelijk zichtbaar is dat het publiek zich al naar de uitgangen begeeft of zelfs al vertrokken is. Muziek en beeld werden overigens wel fraai geregistreerd, hoewel het soms jammer is als het voetenwerk net buiten beeld valt. Jammer is ook dat de mogelijkheid van ondertiteling, zowel bij deze disc als bij de beide hieronder, alleen functioneert bij de korte documentaire over het ontstaan van het werk, maar niet bij de gezongen en gesproken passages van het ballet zelf.

Bodas de sangre
In 1974 presenteerde Gades in Rome zijn Bodas de sangre ('Bloedbruiloft'), een choreografie op basis van de gelijknamige, met symboliek overladen tragedie van Federico García Lorca, waarin hij de drie bedrijven van het oorspronkelijke stuk op een verbluffend effectieve manier had samengebald. Hoewel, effectief? Ik heb altijd gedacht dat dit ballet alleen maar ten volle begrepen kon worden door iemand die het stuk van Lorca door en door kende, maar zoiets kan mutatis mutandis van talloze bewerkingen gezegd worden. Een feit is dat de in minder dan drie kwartier samengebalde verhaallijn voor niet-ingewijden lastig te duiden is. Daar staat echter tegenover dat zowel de choreografie van Gades als de hier vastgelegde uitvoering door zijn Companía behalve door vitaliteit ook uitmunt door een uiterst fraaie esthetiek.

Suite flamenca
Op dezelfde disc als Bodas de sangre vinden we ook een zeventig minuten durende suite flamenca die volledig overeenkomt met wat de titel suggereert. Hier is de flamenco tot absolute kunstvorm verheven in een opeenvolging van onderdelen met veelzeggende titels als Soleá por bulerías, Farruca, Zapateado, Tanguillo en Tángos de Málaga. Het geheel wordt onder de titel Rumba bekroond met een 'toegift' Rumba, een ontlading van energie die alle fysieke kracht uitstraalt waartoe de flamenco in staat is. En ook deze suite heeft in de verste verte niets te maken met het goedkope nachtclubgedoe dat de toeristen in Torremolinos wordt voorgezet…

Fuenteovejuna
Waarschijnlijk de belangrijkste choreografie van Gades, zeker in zijn eigen ogen, was Fuenteovejuna, zijn bewerking van een toneelstuk uit 1619 van Lope de Vega dat nauw aansloot bij zijn eigen politieke overtuigingen. Uitgangspunt was een volksopstand die een eeuw eerder had plaatsgevonden in het plaatsje Fuenteovejuna, waar de dorpelingen een met onmenselijk harde hand regerende magistraat hadden omgebracht, niet in een opwelling van wraaklust, maar als een collectieve veroordeling. Dit historische feit bleef zonder repercussies, omdat een door Los Reyes Catolicos afgevaardigde onderzoeksrechter niet in staat was een schuldige te vinden. Op zijn vragen of iemand wist wie de daad had gepleegd, kreeg hij steevast een bevestigend antwoord en als hij daarop vroeg naar de naam, luidde die 'Fuente Ovejuna'.
Vier eeuwen lang bleef de politieke zeggingskracht van dit stuk onverminderd en het was bijna onvermijdelijk dat een overtuigde communist als Gades hierin een ideale basis zag voor een 'flamencoballet', een mengeling van volkskunst en overstijgende stilering bij uitstek. Het zou zijn laatste grote choreografie worden die in 1994 in Genua in première ging, wederom op een combinatie van live uitgevoerde flamencomuziek en een door Faustino Nuñez samengestelde band met 'klassieke' fragmenten, variërend van een fragment uit de Schilderijententoonstelling van Moesorgski-Ravel tot moderne composities van onder anderen Antón García Abril en Juan Antonio Zafra.
Het resultaat is een nog altijd uitermate sterk theaterstuk, waarin de expressiviteit van de Spaanse dansstijl culmineert in zowel krachtsexplosies als gesloten vastberadenheid en intense onderhuidse dreigingen. De opname van 8 mei 2011 staat als een huis en laat - geheel in overeenstemming met het werk en de ideologie van zijn schepper - de Compañía Antonio Gades overkomen als een homogeen, sterk gedisciplineerd en zo nodig explosief collectief.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links