DVD-recensie

 

© Paul Korenhof, maart 2024

 

Donizetti: Chiara e Serafina

Matías Moncada (Don Alvaro, Don Fernando), Greta Doveri (Chiara), Fan Zhou (Serafina), Pietro Spagnoli (Don Meschino), Hyun-Seo Davide Park (Don Ramiro), Sung-Hwan Damien Park (Picaro), Valentina Pluzhnikova (Lisetta), Mara Gaudenzi (Agnese), Andrea Tanzillo (Spalatro), Giuseppe De Luca (Gennaro)
Coro del Teatro alla Scala
Gli Originali
Dirigent: Sesto Quatrini
Regie en toneelbeeld: Gianluca Falaschi
Dynamic 57987 (BD)
Opname: Bergamo, 4 dec. 2022

 

Dat Chiara e Serafina geen herontdekt meesterwerk is, mogen we Donizetti slechts in geringe mate aanrekenen. Toen de 25-jarige componist na zijn eerste echte successen in Napels en Rome een uitnodiging kreeg van de Scala, moet hij zo verguld zijn geweest dat hij niet alleen instemde met een niet echt riant honorarium, maar ook met enkele randvoorwaarden waarvan er één hem de das om zou doen, namelijk dat hij was aangewezen op Felice Romani als librettist, maar dat deze zelf het onderwerp moet aanbieden. Romani had toen al een grote reputatie, maar was een moeilijke man die bovendien langzaam werkte en er niet om zat te springen om samen te werken met een hem nog onbekende beginneling.

De problemen begonnen toen Donizetti zijn oog liet vallen op La cisterne van René-Charles Guilbert de Pixérecourt, een Franse toneelstuk met een complexe plot dat zich afspeelt op Mallorca. Daar worden na een storm twee schipbreukelingen aan land geworden: de welgestelde schipper Don Alvaro en zijn dochter Chiara met wie hij tien jaar eerder door piraten gevangen was genomen. Daarvan had zijn vijand Don Fernando geprofiteerd door hem bij de overheid zwart te maken en om zo de opvoeding toevertrouwd te krijgen van Alvaro's tweede dochter Serafina en daarmee het beheer over Alvaro's kapitaal dat hij door een huwelijk met Serafina het zijn hoopte te maken. Helaas voor hem heeft Serafina echter een relatie heeft aangeknoopt met de jonge Don Ramiro, zodat Don Fernando zich genoodzaakt ziet de piraat Picaro in te schakelen die dit huwelijk met slinkse middelen moet zien te verhinderen. Tot zover de hoofdlijnen. De rest bespaar ik u.

In handen van Rossini en diens librettist Gherardini had dit gegeven misschien nog wel een goede opera semiseria in de trant van La gazza ladra kunnen opleveren, maar daarvoor miste de 25-jarige Donizetti vooralsnog de ervaring. Romani moet dat hebben ingezien maar hield zijn mond en ging zonder veel animo aan het werk, wat resulteerde in een operatekst waarover de librettist zelf maar in zijn voorwoord vermeldde dat het onderwerp niet zijn keuze was. Bovendien kreeg de componist de tekst zo laat in handen dat deze zegge en schrijve twaalf dagen de tijd had om zijn partituur vóór de toch al uitgestelde première rond te krijgen.

Ondertussen bleek dat het merendeel van de solisten ook niet op de muziek van de jonge Donizetti zat te wachten en dat waarschijnlijk ook in de Milanese operakringen ijverig ventileerde. Het schijnt dat slechts één van de solisten in de jonge componist geloofde en dat de anderen, onder wie de later vermaarde bariton Tamburini, en dat leidde niet tot een voorstelling met veel overtuigingskracht. Ten onrechte, want ondanks het zwakke libretto staat veel van de muziek wel degelijk op een niveau dat we van een jonge Donizetti mogen verwachten. Misschien dat er nog iets te veel Rossini in doorklinkt (zelfs met een in tekst en muziek letterlijke verwijzing naar Il barbiere di Siviglia), maar laten we eerlijk zijn: hij had slechtere voorbeelden kunnen kiezen!

Het gevolg van deze situatie was wel dat de première het grootste fiasco werd dat de componist in zijn hele leven zou meemaken. Nog tijdens de première op 26 oktober 1822 verlieten toeschouwers al de zaal en buiten de abonnementhouders om werden voor de drie voorstellingen daarna gemiddeld net iets meer dan driehonderd losse kaarten verkocht, wat bij een zaal met 3800 stoelen een desolate aanblik opleverde. Al met al was het dus niet verwonderlijk dat Chiara e Serafina snel van het repertoire verdween en twee eeuwen lang op de plank bleef liggen.

Bij de voorstellingen tijdens het Donizetti Festival 2022 in Bergamo was duidelijk dat ook de Fondazione Donizetti geen grote illusies koesterde. In samenwerking met de Scala in Milaan kwam een productie tot stand met een solistenteam dat vrijwel geheel bestond uit leden van de operastudio van de Scala. De enige uitzondering was de bariton Pietro Spagnoli in de bufforol van Don Meschino, een rijke oudere inwoner van het dorpje waar de handeling zich afspeelt.

Die informatie omtrent Don Meschino dank ik overigens aan een lijvig boekwerk met de complete tekst van alle door Donizetti gebruikte libretti, want waar het de handeling en de personages betreft is de door de bij deze uitgave verstrekte informatie uiterst summier. Een beknopte synopsis informeert ons over Don Alvaro, zijn beide dochters eb de personages die direct bij hun geschiedenis berokken zijn. Zo lezen wij over Don Meschino alleen dat hij ruziet met Lisetta omdat die niet op zijn avances ingaat (wie Lisetta is, komen we evenmin te weten) en de synopsis vermeldt zelfs niet dat hij in het tweede bedrijf een meerdelig duet met Chiara heeft. (Voor de volledigheid: Lisetta is de dochter van Agnese die op haar beurt de vrouw is van de poortwachter van de plaatselijke burcht.)

Het is begrijpelijk dat regisseur Gianluca Falaschi geen poging heeft gedaan dit onmogelijke verhaal serieus te nemen. Chiara en haar vader zijn nog wel als echte mensen ten tonele gevoerd, maar alle anderen zijn clownesk gekleed en als poppen geschminkt, en gedragen zich daar ook naar. Iin de loop van de opera laten zij bovendien steeds duidelijker merken dat zij alleen maar rollen spelen, en zelfs dat zij op een gegeven moment hun eigen rollen niet meer begrijpen zodat zij even de tekst erbij moeten pakken om te weten wat zij precies te zingen hebben.

Het geheel vormt een leuke voorstelling waarin naast de geroutineerde Spagnoli vooral drie jonge zangeressen opvallen. Voor de centrale rol van Chiara brengt Greta Doveri een warme en goed gehanteerde sopraanstem plus een veelbelovende toneelpersoonlijkheid mee; alleen twijfelde ik tijdens de slotscène een beetje aan haar volume. De lichter getimbreerde en heerlijk virtuoze Fan Zhou is geknipt voor de wat frivolere zuster Serafina en als Lisetta horen we de Oekraïense Valentina Pluzhnikova, een fraaie mezzosopraan met een onmiskenbare présence die ik graag eens wil horen als bijvoorbeeld Maddalena in Rigoletto.

De overige rollen zijn naar behoren bezet, al ben ik nog echt gecharmeerd van de tenor Hyun-Seo Davide Park als Serafina's bruidegom Ramiro, terwijl het vaste Donizetti-orkest Gli Originali onder Sesto Quatrini minder levendig en ook iets minder geconcentreerd lijkt te klinken dan meestal onder Riccardo Frizza het geval is. De trekpleister blijft echter de muziek van Donizetti waaruit herhaaldelijk blijkt dat hier een van de meest getalenteerde Italiaanse componisten uit de 19de eeuw aan het woord is. In deze partituur komt dat uit de ensembles meer naar voren dan uit de aria's, maar daar is een komedie als Chiara e Serafina (officieel een opera semiseria) ook het werk naar.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links