DVD-recensie

Een Italiaanse Prokofjev

 

© Paul Korenhof, december 2019

 

Casella: La donna serpente

Piero Pretti (Altidòr), Carmela Remigio (Miranda), Erika Grimaldi (Armilia), Francesca Sassu (Farzana, Coryphaea), Anna Maria Chiuri (Canzàde), Francesco Marsiglia (Alditrúf), Marco Filippo Romano (Albrigòr), Roberto de Candia (Pantúl), Fabrizio Paesano (Tartagil), Fabrizio Beggi (Tógrul), Sebastian Catana (Demogorgón), Kate fruchterman (Smeraldina, Een stem), Donato Di Gioia (Badur, Coryphaeus), Emilio Marcucci (Heraut, Stem van de tovenaar Geònca), Alejandro Escobar (Tweede heraut), Eugenia Braynova, Roberta Garelli (Feeën), Giuseppe Capoferri (Een stem)
Teatro Regio di Torino
Dirigent: Gianandrea Noseda
Regie: Arturo Cirillo
Toneelbeeld: Dario Cessati
Kostuums: Gianluca Falaschi
Naxos 2.110631
Opname: Turijn, 12 & 14 april 2016

 

Meteen al bij het begin van de proloog voelde ik mij - ook muzikaal - verplaatst naar de wereld van Prokofjev's Liefde van de drie sinaasappelen. Dat blijkt niet verwonderlijk bij een opera die eveneens gebaseerd is op een toneelstuk van Carlo Gozzi met elementen uit de commedia dell'arte, en die door Alfredo Casella (1857-1947) werd geschreven rond 1930, een tiental jaren nadat die van Prokofjev in première was gegaan. Navolging? Misschien, maar beïnvloeding lijkt mij een betere term, en dan nog meer vanuit de tijdgeest dan vanuit de partituur van Casella's Russische collega.

In La donna serpente (De slangenvrouw), door Wagner al gebruikt voor Die Feen, voert de proloog ons naar het elfenrijk waar op dat moment grote consternatie heerst. De koningsdochter Miranda is namelijk verliefd geworden op de sterfelijke Altidòr, koning van Téflis, en haar vader Demogorgón heeft geen mogelijkheid haar tegen te houden. Hij onderwerpt haar daarom aan een vrijwel onmogelijke opgave. Negen jaar lang zal zij haar identiteit voor haar echtgenoot geheim moeten houden en na afloop daarvan moet zij een daad begaan die Altidór er mogelijk toe brengt haar te vervloeken. Doet hij dat niet, dan komt zij vrij van haar verleden, maar anders zal zij twee eeuwen als slang door het leven moeten gaan om daarna naar hel elfenrijk terug te keren.

Na een sinfonia volgen dan drie bedrijven waarin na het Rusalka-thema ook Medea om de hoek komt als Miranda na negen jaar huwelijk niet alleen haar man en diens rijk verraadt, maar eerst hun beider kinderen in het vuur gooit. Dat laatste brengt Altidór's liefde wel aan het wankelen, maar pas haar verraad leidt ertoe dat hij haar vervloekt. Miranda vertelt hem nu de waarheid en verandert vervolgens in een slang die bewaakt door afgrijselijke monsters in een tempel wordt opgesloten. Ook doordat de dood van hun kinderen een schijnvertoning blijkt, wint Altidór's liefde het van zijn afgrijzen. Met hulp van de fee Farzana weet hij de macht van Miranda's vader te doorbreken en daarna leven de geliefden nog lang en gelukkig.

Dat alles wordt doorspekt met levendige scènes die gerelateerd zijn aan de commedia dell'arte, en die knap in het geheel geïntegreerd werden. Daarin ontmoeten we dus ook ten dele clowneske figuren Pantúl (Pantalone), Alditrúf, Albrigór, Tartagíl en Smeraldina. Zeker in die scènes loopt Casella's muzikale taal sterk parallel aan die van Prokofjev's Liefde van de drie sinaasappelen, al mis ik de melodische en ritmische vondsten die boven hun omgeving uitstijgen en zich in het geheugen vastzetten. Saai wordt het echter nergens, ook door de grote afwisseling van scènes met een daarbij passend palet aan muzikale kleuren.

De atonaliteit is bij dat alles ver weg, maar wel horen we de jaren dertig doorklinken in momenten (onder meer een koorscène in het eerste bedrijf) die zowel aan musicals als aan de Amerikaanse films uit de jaren dertig en veertig doen denken. Tegelijk komt ook Puccini soms om de hoek, onder meer in scènes die doen denken aan Ping, Pang en Pong in Turandot, en in de vocalistiek van Miranda, vooral in haar soloscène aan het begin van het laatste bedrijf. Eigenlijk is het niet alleen onbegrijpelijk dat dit Casella's enige opera is, maar ook dat de componist zich zo tegen Puccini afgezet schijnt te hebben. Dat hij weinig op had met Wagner en het verisme, is duidelijk, maar om de door hem bekritiseerde Puccini kon hij blijkbaar toch niet heen.

Het fantastische gegeven en de tamelijk complexe structuur van het werk vragen om een enscenering door een verhalenverteller met een grote fantasie als wijlen Jean-Pierre Ponnelle of tegenwoordig Laurent Pelly (als die het even niet te druk heeft). Arturo Cirillo komt een heel eind, maar zijn regie mist net het briljante en de perfectie om helemaal overtuigend te worden. Aan de andere kant begaat Cirillo niet de fout om teveel te willen en het beeld daardoor te onrustig te maken. Het onrealistische gegeven komt nu tot zijn recht zonder dat overdaad de aandacht afleidt en het beeld vertroebelt, en dat is al heel wat!

Het Teatro Regio heeft het werk van de in Turijn geboren Casella recht gedaan op een wijze die de componist en diens opera verdienen. Chefdirigent Gianandrea Noseda, die overigens in 2021 in die positie aantreedt in Zürich, zorgde met koor, orkest en solisten voor een alleszins respectabele ensemblevoorstelling die ook zonder grote sterren de moeite waard is. De hoofdrollen zijn daarbij toevertrouwd aan Carmela Remigio, precies de betrouwbare Puccini-sopraan die het werk nodig heeft, en de licht getimbreerde en mooi lyrische tenor Piero Pretti als Altidór. Dat het geheel twee en een half uur uitermate onderhoudend muziektheater oplevert, is echter niet op de laatste plaats te danken aan diverse bijdragen in de komische en semi-komische rollen met voorop de ervaren bariton Roberto de Candia als een sterk bezette Pantúl.

Het visuele aspect is vervat in heldere, rustige beelden, maar de ietwat droge opname komt de timbres van de solisten niet altijd ten goede. De technische verzorging is verder uitstekend (audio: 1,5 Mb) en het dvd-boekje is wat ruimer opgezet dan soms bij Naxos het geval is. Er zijn diverse grote foto's en ook werden de uitgebreide toelichting en de synopsis (alles in het Engels) in een prettig lettertype afgedrukt. Jammer alleen dat de afgedrukte synopsis niet volledig is, bij het tweede bedrijf zelfs bij lange na niet. Op internet heb ik geen uitgebreidere versie kunnen vinden, maar gelukkig vond ik zelf een uitgebreidere versie in de zevendelige Piper. Ieder ander kan ik alleen maar aanraden om de ondertiteling aandacht mee te lezen (en zelfs dan zal de identiteit van sommige personages niet altijd duidelijk zijn).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links