DVD-recensie

 

© Paul Korenhof, oktober 2019

 

Britten: Billy Budd
Jacques Imbrailo (Billy Budd), Toby Spence (Edward Fairfax Vere), Brindley Sherratt (John Claggart), Thomas Oliemans (Mr Redburn), David Soar (Mr Flint), Torben Jürgens (Lt Ratcliffe), Clive Bayley (Dansker), Duncan Rock (Donald), Francisco Vas (Squeak), Christopher Gillett (Red Whiskers), Sam Furness (Novice), Manel Esteve (Bosun), Borja Quiza (Novice's Friend), Geraldo Bullon (First Mate), Tomeu Bibiloni (Second Mate), Jordi Casanova (Maintop), Isaac Galán (Arthur Jones)
Teatro Real de Madrid
Dirigent: Ivor Bolton
Regie: Deborah Warner
Bel Air BAC 154 (2 dvd's)
Opname: Madrid, september 2017

 

Dit is nu eens een uitmuntend voorbeeld van een 'actualisering' die het werk voor honderd procent recht doet. De geschiedenis die Britten tot een van zijn beste opera's verwerkte wordt door Debora Warner haarfijn naverteld met alle details die in het libretto verwerkt zijn. Niets is onlogisch, verdraaid of in strijd met de tekst, en toch zien we een enscenering in moderne kostuums zonder huisje-boompje-beestje-decor. Goed, er hangen wat hangmatten en in de kajuit van de kapitein staan een tafel en vier stoelen op een vaal tapijt, maar daar blijft het bij. Het schip waarop het verhaal speelt, wordt zelfs niet eens gesuggereerd. Hooguit zien we een suggestie van de weidse zee en over de hele breedte van het toneel een staketsel dat naar zowel de afgegrensde ruimte van een schip als naar het touwwerk van een zeilboot kan verwijzen.

Grote aandacht is daarentegen besteed aan het zo gedetailleerd mogelijk schilderen van de karakters en het zodanig vertellen van het verhaal, dat het ook tot in de finesses begrijpelijk is voor een publiek dat de opera niet kent. Hoe dat precies ligt in Madrid, weet ik niet, maar het televisiescherm toont Britten's opera in al zijn dramatische kracht, al had ik soms het gevoel dat ik toch iets te weinig zag. De cameraregie toont een voorkeur voor close-ups en half-totalen, en ook het gerekte beeldformaat met zwarte balken aan de boven- en onderrand gaf het gevoel van een beperkte visuele ruimte. Een voordeel van het gekozen formaat is overigens wel dat eventuele ondertitels niet in het beeld zelf komen te staan.

Ook muzikaal is het een overtuigende uitvoering die in het Madrileense Teatro Real werd opgenomen met overwegend Britten in de belangrijkste rollen. De muzikaal leider van het Real, de zich steeds veelzijdiger tonende Ivor Bolton, zet de partituur sterk en met overtuigingskracht neer, waarbij de wat gedempte akoestiek van het theater zelfs lijkt bij te dragen aan de noodlotsfeer. Jacques Imbrailo herhaalt de mooi getypeerde hoofdrol die we al kennen van een opname uit Glyndebourne en toont zich inmiddels een waardig opvolger van enkele grote voorgangers. Het vlakke is goeddeels uit zijn zang verdwenen en zelfs had ik de monoloog na zijn doodvonnis, 'Look! Through the port comes the moon-shine astray!', liever iets minder extravert gehoord. Zelfs de geringste schijn van opstandigheid past niet bij Billy Budd.

Captain Vere, een juweel van een rol die Britten hoorbaar met veel affectie voor Peter Pears geschreven heeft, krijgt hier een respectabele vertolking van Toby Spence, hoewel ik de indruk kreeg dat hij nog wel in zijn rol moet groeien. Niet alleen komt hij in zijn spel iets te jong over, tijdens de 'rechtszitting' zelfs bijna kwajongensachtig in zijn onzekerheid, maar hij zet in de proloog vocaal ook iets te sterk in. Ik mis daar de suggestie van een oude man die, eenzaam tussen zijn boeken, herinneringen aan vroeger ophaalt.

De kwade genius in het stuk, de intrigerende en manipulerende John Claggart, wordt door Brindley Sherratt al in zijn eerste scènes scherp gekarakteriseerd, op het ijzingwekkende af, maar bij zijn monoloog 'Oh beauty' lijkt het of hij zonder tegenspel de spanning niet kan vasthouden. Niet alleen verliest de sinistere Master-at-arms daar zijn diabolische dreiging, maar ook weet Sherratt onvoldoende de gespletenheid voelbaar te maken van een man die wel zelfkennis bezit, maar die niet tegen de slechte kant van zijn eigen karakter opgewassen is. De kwaadaardigheid waarmee hij Billy Budd ten val wil brengen, spat van het scherm af, maar het wordt onvoldoende duidelijk dat daaraan fascinatie en misschien zelfs erotische aantrekkingskracht ten grondslag liggen.

Bij de overige rollen springt Clive Bayley eruit als een wijze en tegelijk nuchter- realistische Dansker, terwijl Sam Furness de bange, kwetsbare Novice tot een opvallend karakterrolletje weet uit te bouwen, en vooral in zijn scène met Billy had ik het gevoeld dat de camera ons te weinig liet zien. Uitmuntend ook is het drietal in karakter verschillende officieren met Thomas Oliemans als een heel menselijke Mr. Redburne. Een minpuntje is het (uitgebreide) koor van het Teatro Real dat overigens in de regie van Warner beter acteert dan ik van dat ensemble gewend ben. Indrukwekkend is daarbij vooral de dreiging aan het begin van de scène met Billy's executie, maar die dreiging komt minder tot uiting in een zang die daarvoor net niet homogeen en gedisciplineerd genoeg is.

De beide dvd's gaan vergezeld van een boekwerkje met rolverdeling, tracklist, een synopsis plus korte inleiding in vier talen en een twaalftal foto's. Technische specificatie: 1080/60p - LPCM 48kHz/16bit, 1.5Mbps - Dolby Digital 5.1ch/48kHz, 448Kbps.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links