DVD-recensie

Vrijblijvend idealisme in Die Vögel

 

© Paul Korenhof, mei 2011

 

 

Braunfels: Die Vögel

Désirée Rancatore (Nachtigall), Brandon Jovanovich (Hoffegut), James Johnson (Ratefreund), Martin Gantner (Wiedhopf), Stacey Tappan (Zaunschlüpfer), Brian Mulligan (Prometheus), Matthew Moore (Adler/Zeus), Los Angeles Opera
Dirigent: James Conlon
Regie: Darko Tresnjak
Arthaus Musik 101 530 (Blu-ray)

 


Toen Decca in de jaren negentig van de vorige eeuw de aandacht trok met een inderdaad opzienbarende cd-reeks Entartete Musik, leidde dit al snel bij velen tot het misverstand dat de muziek van alle door de nazi's verbannen componisten bij voorbaat politiek getint was. Onzin natuurlijk. Goed beschouwd behoort zelfs een operette als Viktoria und ihr Husar van de Hongaars-joodse componist Paul Abraham tot de Entartete Musik evenals Die Csárdásfürstin en Gräfin Maritza van de niet-joodse maar wel stevig nationalistische Emmerich Kálmán.

Ook Die Vögel van Walter Braunfels (1882-1954), gebaseerd op het gelijknamige blijspel uit 414 v. Chr. van Aristophanes, bevat geen politieke of andere 'boodschap', al zullen moderne veel regisseurs daar vast anders over denken. Weliswaar besloot Braunfels halverwege het werk (hij schreef tekst èn muziek van zijn opera) om als reactie op het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog het optimisme van het stuk te dempen door een omwerking van de tweede helft van het verhaal. Anders dan bij Aristophanes leidt de bouw van de stralende vogelstad tot zo'n grote ontstemming bij Zeus en de andere bewoners van de Olympos, dat er een vernietigende oorlog uitbreekt, waarbij de gevederde hemelbewoners hun vredelievende houding omzetten in blinde strijdlust. Een gigantische storm maakt hun stad echter met de grond gelijk en het resultaat is dat het gevederde volkje zich weer nederig aan de hemelgoden onderwerpt. Veel meer dan een pessimistische levensles is dit echter niet en in feite kan Die Vögel Hitler en zijn aanhang beslist niet onwelgevallig geweest zijn. Eerder geldt het tegendeel...

Toen de Los Angeles Opera in april 2009 Braunfels' opera op het repertoire nam in een productie van Darko Tresnjak, klaagden sommige critici dat dit voorbeeld van Entartete Musik zo vrijblijvend op het toneel werd gezet en een enkeling vergeleek de productie zelfs met 'nazi-kitsch'. Zover zou ik beslist niet willen gaan, al moet ik toegeven dat ik de voorkeur zou hebben gegeven aan een iets fantasierijker en geraffineerde voorstelling. Wat hier geboden wordt in decors van David Gordon en kostuums van Linda Cho doet alles bij elkaar genomen wat al te veel aan de Sprookjes van 1001 Nacht denken en soms heb ik het idee dat ik in het Marijinski-theater zit in de tijd waarin dat nog Kirov Theater heette. Maar goed, de Los Angeles Opera is niet bepaald een voorloper op het gebied van theatrale vormgeving, al moet ik daaraan toevoegen dat het gezelschap in precies diezelfde periode ook werkte aan een Ring in de vormgeving van Achim Freyer. (Als ik heel eerlijk moet zijn: ik ben ontzettend nieuwsgierig hoe Braunfels' opera eruit zou zien in handen van Nigel Lowery en Amir Hosseinpour, die onlangs bij De Nederlandse Opera verantwoordelijk waren voor Platée!)

De uitvoering drijft op dirigent James Conlon. Musicerend met een lichte toets profileert hij zich hier wederom als een toegewijd pleitbezorger voor het Duitse repertoire uit de eerste helft van de vorige eeuw. De solisten vormen een hecht en betrouwbaar ensemble, aangevoerd door Désirée Rancatore als een gezond klinkende maar weinig 'menselijke' nachtegaal. De tenor Brandon Jovanovich overtuigt als Hoffegut vocaal en theatraal als operazanger, maar juist deze sleutelrol had ik graag wat meer van de poëzie van de echte Duitse liedvertolkers toegewenst. Ook de cameravoering ontbreekt het een beetje an fantasie en inlevingsvermogen, maar op het punt van beeld en geluid is op deze Blu-rayschijf niets aan te merken.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links