Dirigenten

Hans Vonk (1942 ~ 2004), toewijding en tragiek

 

© Aart van der Wal, 30 augustus 2004

 

Gisteren, op de slotdag van de Olympische Spelen, overleed in zijn woonplaats Amsterdam een ware muzikale Olympiër die vele horden op zijn weg vond maar zijn strijdbaarheid niet verloor: de Nederlandse dirigent Hans Vonk. Hij werd 62 jaar.

Mijn laatste tastbare herinnering aan Hans Vonk dateert van 10 januari 2002 toen hij in De Doelen in Rotterdam het Rotterdams Philharmonisch Orkest in de serie Gouden Meesterwerken dirigeerde. Op alle stoelen had hij een briefje laten neerleggen met de volgende tekst:

Geachte concertbezoeker,

Geen programma-wijziging vanavond. Janine Jansen komt, en ikzelf zal dirigeren zoals aangekondigd. Maar dan wel zittend, zoals sommigen van u me in oktober vorig jaar ook hebben zien doen, bij de Negende van Bruckner met dit orkest. Graag wil ik u uitleggen wat er aan de hand is.

Dat ik langzaam loop en zittend dirigeer, heeft te maken met het Guillain-Barré Syndroom. Toen die aandoening me in 1988 trof, ben ik een half jaar uitgeschakeld geweest, om daarna weer volledig te herstellen. Een half jaar geleden begon het opnieuw wat minder te gaan. Het leek aanvankelijk op hernia, maar inmiddels is duidelijk dat het gaat om restverschijnselen van het syndroom.

Gelukkig zijn de kwalen niet van invloed op mijn functioneren als dirigent, en heb ik er geen enkel concert door hoeven afzeggen. Maar langdurig staan is lastig, en ook het lopen is moeizaam geworden. Ik ga ervan uit dat de problemen tijdelijk zijn, en dat ik er net als in 1988 weer helemaal bovenop zal komen.

Ik wens u een plezierig concert toe - aan mij zal het niet liggen.

Vriendelijke groet,

Hans Vonk

Het was méér dan een plezierig concert: het was fabelachtig, met Beethovens Eroica als het onbetwistbare hoogtepunt, waarbij Vonk aan Klemperer deed denken, spaarzaam maar waar nodig van zijn stoel oprijzend om accenten te zetten.

De problemen waren niet tijdelijk en hij kwam er niet bovenop. Zijn motoriek ging gestaag achteruit, hij verloor grotendeels de coördinatie over zijn bewegingen, maakte daarbij duidelijk dat hij niet voor een dronkelap wenste te worden aangezien en dirigeerde tenslotte vanuit de rolstoel, meer en meer in de schaduw van de het veeleisende concertbedrijf. Hij reageerde hoewel ernstig ziek nog strijdlustig op de bezuinigingsplannen die het Radio Symfonieorkest zouden wegvagen, alsof het orkest nooit had bestaan.

Als zoon van een violist van het Concertgebouworkest werd hij in Amsterdam geboren, op 18 juni 1942. Hij studeerde rechten en piano en leerde van Jaap Spaanderman, Hermann Scherchen, Franco Ferrara en Peter Erös het dirigentenvak, waarna hij als opstapje naar zijn carrière van 1966 tot 1969 dirigent was bij het Nederlands Balletorkest. Van 1973 tot 1979 was Vonk dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest (1973-1979) en van 1976 tot 1985 chefdirigent bij de Nederlandse Opera. Daar tussendoor was hij vaak te gast bij het Royal Philharmonic Orchestra (1976-1979) en brak in 1980 - tevens het jaar van zijn debuut in de Scala in Milaan - een tamelijk turbulente periode aan als chefdirigent van het Residentie Orkest waarmee hij tot 1991 verbonden zou blijven. In 1985 kreeg hij de leiding over de Sächsische Staatskapelle Dresden en de Dresdner Staatsoper. Hij gasteerde op de festivals van Salzburg en Luzern en trad hij ook in Japan op.

Zijn eerste 'internationale' plaatopname was in mijn herinnering een zeer fraaie Negende van Schubert die door Decca werd uitgebracht maar de tand des tijds helaas niet doorstond.

In 1990 verwierf hij de functie van eerste gastdirigent bij het 'Radio Fil' en een jaar later werd hij chefdirigent van het Symfonieorkest van de Keulse omroep. Die verbintenis duurde tot 1997, met in 1996 het chefdirigentschap van het Symfonieorkest in St. Louis, wat hij in 2002 niet kon voortzetten door zijn almaar slechter wordende gezondheidstoestand.

Eenmaal terug in Nederland wijdde Vonk zich nog spaarzaam aan het Nederlands Kamerorkest en het Radio Symfonieorkest. Hij dirigeerde in geleende tijd, zoals hij het noemde, en het speet hem zeer dat hij - gedwongen door zijn grote fysieke beperkingen die almaar zwaarder op hem drukten - steeds meer letterlijk uit handen moest geven, repetities en concerten moest afzeggen.

Bij Hans Vonk kwam en ging niet veel echt vanzelf. Hij moest zich een weg véchten door dat onberekenbare, grillige en vaak ook spijkerharde labyrinth dat muziekbedrijf heet en hij trof het ook niet altijd met de werkcondities. Bij het Residentie Orkest was de onderlinge sfeer verre van optimaal en in Dresden gold voor de musici van de Staatskapelle een spreekverbod jegens de dirigent. Veelbelovende projecten in Keulen met het Symfonieorkest van de West-Duitse Omroep bleven onderweg steken. Alleen in de V.S. wist hij echt zijn draai te vinden en waren er vele zeer succesvolle concerten in onder andere New York, Los Angeles, Philadelphia, Cleveland en Boston. Zijn ziekte begon hem echter meer en meer parten te spelen.

Het heeft hem zeker gestoken dat het chefdirigentschap bij het Koninklijk Concertgebouworkest aan hem voorbijging. De post ging naar Riccardo Chailly. Maar in de muziek kunnen frustraties zeker niet worden afgereageerd, het leven ging verder, ook voor Hans Vonk, hoewel het altijd bij hem is blijven knagen.

Menigeen herinnert zich vele schitterende uitvoeringen die in ons land onder de leiding van Hans Vonk tot stand kwamen. Wie er niet bij kon zijn kon er middels de radiouitzendingen getuige van zijn. Hij excelleerde in onder anderen Stravinsky, Brahms, Mahler en Beethoven, en natuurlijk in de symfonieën van Anton Bruckner. Menigeen herinnert zich ongetwijfeld nog de majesteitelijke interpretatie van de Achtste die Vonk met de Staatskapelle Dresden in 1988 in het Concertgebouw gaf. En niet te vergeten de sublieme uitvoering van de Negende op 19 oktober 2001 in de De Doelen, waarbij Hans Vonk toen al met goed zichtbare belemmeringen de uitvoering leidde.

Maar ook bij de Nederlandse Operastichting vallen glansproducties te registreren: Bergs Lulu, Mozarts Don Giovanni en in het Amsterdamse Muziektheater een fabuleuze Falstaff van Verdi. Nederlandse componisten voelden zich aan hem verplicht. Het was Vonk die de première leidde van Peter Schats Houdini en Symposium, en van Axel van Jan van Vlijmen en Reinbert de Leeuw. Heel bijzonder was ook zijn visie op Messiaens Turangalîla-symfonie, zijn zeldzaam indringende vertolking met Krystian Zimerman in Brahms' Tweede pianoconcert en aan het einde van zijn carrière, in Utrecht, met een onvergetelijke Tweede symfonie van Brahms.

Hans Vonk werd nog in mei benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Discografie van Hans Vonk

Beethoven: De 5 Pianoconcerten. Christian Zacharias met de
Staatskapelle Dresden. EMI 763.937-2 (3 cd's).

Brahms: Symfonie nr. 2; Tragische ouverture. Radio Symfonieorkest. Pentatone PTC 5186 042.

Diepenbrock: Suite uit Elektra; Hymne voor viool en orkest; Concertsuite Marsyas; Ouverture De vogels. Emmy Verhey en het Residentie Orkest. Chandos CHAN 8821.

Diepenbrock: Orkestliederen. Linda Finnie, Christophe Homberger en Robert Holl met het Residentie Orkest. Chandos CHAN 8878.

Henkemans: Elťgies voor 4 fluiten en orkest. Met het Concert≠gebouworkest. Donemus CVCD 14.

Mozart: SymfonieŽn nr. 39 en 41. Royal Philharmonic Orchestra. Pickwick 7571.†

Mozart: 11 Ouvertures. Staatskapelle Dresden. Capriccio 10.070.

Mozart: Klarinetconcert; Concertante symfonie KV 297b. Sabine Meyer, Diethelm Jonas, Sergio Azzolini, Bruno Schneider en de Staatskapelle Dresden. EMI 754.138-2 en 566.897-2.

Schumann: De 4 SymfonieŽn; Ouvertures Genoveva en Manfred; Pianoconcert; Celloconcert; Vioolconcert. Christian Zacharias, Truls MÝrk en Frank Peter Zimmermann met het Keuls omroep Symfonieorkest. EMI 565.470-2 (4 cd's).

Schumann: De 4 SymfonieŽn. Keuls omroep Symfonieorkest. EMI 569.370-2 (2 cd's).

Schumann: SymfonieŽn nr. 1 en 3. Keuls omroep Symfonieorkest. EMI 555.011-2.

Schumann: SymfonieŽn nr. 2 en 4. Keuls omroep Symfonieorkest. EMI 754.545-2.

Schumann: Celloconcert; Vioolconcert. Frank Peter Zimmermann c.q. Truls MÝrk met het Keuls omroep Symfonieorkest. EMI 555.273-2.

Strauss: Der Rosenkavalier Ana Pusar-Joric, Theo Adam, Ute Walther, Rolf Haun≠stein, Margot Stejskal e.a. met het Ensemble van de Staatsopera Dresden. Denon 100C37-7482/4.

Stravinsky: Le sacre du printemps. Residentie Orkest. Talent DOM 291018.

Tsjaikovski: De notenkraker (compl.). Staatskapelle Dresden. Capriccio 10071/2.

Zweers: Symfonie nr. 3 Mijn vaderland. Residentie Orkest. Olympia OCD 503.

Met het Residentie Orkest verscheen aan aantal opnamen in eigen beheer, o.a.

Mahler: Symfonie nr. 2. Met Maria OrŠn en Jard van Nes. CD 2898.018.

Vierhonderd jaar Nederlandse Muziek. Olympia OCD 502, 505 en 506.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links