Column

Overvloed en onbehagen?

Verdriet over de teloorgang van cd-speciaalzaken

 

© Tjako Fennema, mei 2013

 

 

Dit is een mopperverhaal met een goed einde, de lezer is gewaarschuwd! Abzug der Gladiatoren is het als Julius Fucik de mars niet als Einzug der Gladiatoren had gecomponeerd. Ik doel op het niet te stuiten proces van oude cd-winkels, de dingen die voorbijgaan. Onlangs sloot een pareltje als Boudisque in de Drieharingstraat te Utrecht de deuren en meldde de klassieke Fundgrube Bergmann in Arnhem haar faillissement, nadat daar eerder al hun kostelijke muziekinstrumentenafdeling verdween. Een formule als Van Leest werd al eerder geruisloos de nek omgedraaid met Fame in het kielzog, terwijl Free Record Shop zwaar met de fiscus overhoop ligt, inmiddels het faillissement heeft aangevraagd en mogelijk voor een appel en een ei in handen valt van Bussumse financiers die al eerder de Selexyz boekenketen-met-averij verwierf. U kent het wel: schuldeisers die met een crediteurenakkoord om de oren worden geslagen en vervolgens een doorstart kan worden gemaakt.

Betere tijden bij Boudisque

Nieuw, nieuwer, nieuwst?
Bij grote ketens zijn strategische fouten gemaakt. De boekenketen Selexyz verkwanselde ooit haar kroonjuwelen: de studieboeken . Net als in de boekenbranche won in de cd-winkel omzetsnelheid het van collectievorming. Een Jantje Smits-cd verkoop je drie keer per week en Wagners Parsifal staat zomaar 1,5 jaar renteloos in de bak. Want de importwereld van cd’s vraagt vooruitbetaling aan inkopende kleine cd-zaken en maakte spannende deals met grote marktpartijen. Nu meen ik te weten dat reeds in 1986 de Nederlandse cd-importeurs ervan uitgingen dat het fenomeen cd-winkel ten dode was opgeschreven: die zeurkousen! Boekenclubs, ketens en alternatieve verkoopkanalen (bijv. benzinestations) moesten het stokje overnemen. Verbaasd was men dan weer wel over najaarsacties als Aangenaam Klassiek van de klassieke vakhandel die jarenlang oplagen in de orde van 200.000 dubbel-cd’s haalden. In een Ruggiero Ricci-cd ’ the Glory of Cremona’ vond ik een oude ledenlijst van de NKV, de roemruchte voorganger van de VKZ (Vereniging klassieke Zaken). Van het machtige hoopje klassiek cd-speciaalzaken van toen is anno 2013 bitter weinig meer over en de totale déconfiture komt met de maand pregnanter in zicht.

Winkelierspensioen?
De winkelstand in ons land heeft het moeilijk. Gek eigenlijk dat in het zowat dichtstbevolkte land ter wereld het on line kopen zo populair is. In onze buurlanden moet je soms uren reizen om speciaalzaak te vinden, dan heeft postorderen een functie; bij ons vond je die zowat om de hoek. De leegloop in het Nederlandse winkelaanbod zit er stevig in en is niet meer te stuiten. Er zit ook veel persoonlijke tragiek achter de teloorgang van de winkelstand. Veel winkeliers bouwden hun pensioen op in hun onroerend goed. Dat in de gedachte dat ze te zijner tijd voor hun winkelpand 1 miljoen euro zouden vangen plus twee ton voor goodwill en inventaris. Dergelijke dromen zijn voor deze ondernemers op gruwelijke wijze verdampt. Kleine winkelpanden zijn praktisch onverkoopbaar, voor goodwill wordt niet betaald en de bankwereld wil goodwill en inventaris sowieso niet financieren, als zich al een overnamepartij meldt. Wie bijvoorbeeld in Schiedam en in Vlaardingen door hun oude hoofdwinkelstraten van weleer rondloopt: de Hoogstraat, slaat de schrik om het hart: leegstand en verloedering, zowel in onderhoud als in resterende groezelige winkels in partijspul of telefonie.

Verwatenheid van de cd- en hifi-specialist?
Hoezeer de speciaalzaak me aan het hart gaat, ze hebben deels ook aan die ondergang meegewerkt. Ik sprak beroepshalve met dealers die weigerden om Andre Rieu in hun collectie op te nemen met ‘die rotzooi verkopen we niet’ als argument. Ze vergaten daarbij dat 10 Rieukopers het mogelijk maken om een incourante CD als een Dufay-mis op cd een jaar lang renteloos in de bak te hebben staan. Ze vergaten dat Rieu, Waldo de los Rios en The Young Messiah wel eens opstapjes naar het echte werk konden zijn. In de hifi was het niet veel anders. Het is heerlijk om vet, kostbaar spul te verkopen, maar voel je niet te goed om een paar simpele boekenplankluidsprekers te adviseren zonder geringschattend op te treden. Ik luisterde mee in cd-winkels waar de medewerkers zich neerbuigend tegenover niet wetende klanten gedroegen. Ik zag hifi zaken, waar medewerkers slechts hun eigen voorkeurmuziek lieten horen en medewerkers die te beroerd zijn om niet wetenden iets uit te leggen of speciale aandacht te geven. Ik vrees ook dat de overmatige aandacht voor kabels, vergulde netzekeringen en polsdikke interlinks menige geïnteresseerde van de hifi speciaalzaak heeft vervreemd.

Babyboomer
Uw scribent behoort tot de babyboomers die vanaf zijn veertiende platenwinkels afstruinde. Ik ben muzikaal mede ‘ausgebildet’ door de sjieke platenwinkel van Kamerman in Hilversum, die mij als jochie de Visions fugitives van Prokofjev meegaf (Pathé ASDF 754, met aan de keerzijde Tippetts concert voor twee strijkorkesten). Bij C.C. Benders piano- en orgelhandel (alleen de naam al) aan de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam The Symphony in Three Movements van Stravinsky (Columbia 33CX1949) à raison van f. 24,50…) En waar was ik muzikaal gesproken geweest als ik niet bij Ger De Roos in Hilversum tijdens de opruiming zwaar afgeprijsde Decca-platen met een krasje of tikje kocht of begeerlijker nog: een Sample Record – not for sale? De Roos had een achterdeurtje bij importeur Phonogram gevonden. En dan de platenwinkel van Supraphon (wat een imposante catalogus met twintigste-eeuwse muziek!) in Hilversum, waar een lp met een Dvorák-symfonie als toegift het symfonisch gedicht De middagheks opleverde. Hoe had ik dat werk anders ontdekt! De merkwaardige sensatie dat de keerzijde van een Decca-lp met The Young Person’s Guide to the Orchestra opeens die fantastische Serenade op. 31 voor tenor, hoorn en strijkers van Britten liet horen, een werk dat ik voor mijn leven in het hart heb gesloten. Hoe had ik Vaughan Williams, Elgar, Rubbra, Scheidt, Scheinemann ontdekte als niet iets van hun werk als extra op een lp met koormuziek stond. En hoeveel lp-hoezen fungeren bij mij als archief, omdat concertkaartjes, programmabladen, krantenartikelen en recensies er makkelijk in passen. Ook dat lukt bij een cd niet, waar priegelig gedrukte toelichtingen lang niet zo spannend zijn als op royale lp-hoezen, laat staan wanneer je via de pc muziek binnenhaalt, tenzij je bereid bent een laptop naast je luisterplek te leggen. Hoeveel musea wereldwijd ben ik binnengelopen om en schilderij dat ik via een platenhoes had leren kennen nu eens in vivo te zien (in het Louvre: Henri Rousseau – le douanier – la charmeuse de serpents; op een RCA Victrola VICS-1017-EX hoes van De Sacre onder Pierre Monteux, voor f 9,95)

Herenliefde
Hoeveel jaren liftte ik op zaterdagmorgen naar de tweedehandswinkel Concerto in Amsterdam waar veel auteurs hun recensieplaten sleten.

 
Concerto aan de Utrechtsestraat in Amsterdam    

Genoten heb ik van die opgewonden gesprekken van de vaste kliek aldaar en hoe er soms letterlijk om platen werd gevochten. Ik leerde er ook dat het als 16-jarige niet verstandig was om op uitnodiging van zo’n platenkoper mee naar zijn huis te gaan om nieuwe aanwinsten te beluisteren en avances te moeten afweren. Maar geleidelijk aan verdampte het vakmanschap in de winkels die ik bezocht: verkoopadviseurs werden teruggebracht tot kassa-aanslagen en het werd moeilijker om gidsen te vinden. Dat het wegglijden van vakmanschap ook tot verschraling van de winkelcollectie zou leiden, laat zich raden. Maar goed: genoeg van het à la recherche du temps perdu. In de jaren ’80 leerde ik van Rob Maas, de rusteloos gedreven directeur van die unieke Centrale Discotheek in Rotterdam wat smaakprofielen waren. Een wegbereider: hij buitte de mogelijkheden van de computer optimaal uit. Vond je Petroesjka mooi, dan kon hij je op basis van uitleengegevens melden dat je het Concert voor orkest van Bartók ook wel zou waarderen enz. Inmiddels is zelfs dat allemaal gemeengoed bij de Amazons en Bol.coms. Maar we zijn al een stapje verder: de thuiscomputer levert via Sonos en Spotify een macht aan klassieke muziek en met een separate DAC (digitaal-analoog omzetter) is de geluidskwaliteit onderhand boven verdenking. Steeds vaker verlies ik wedstrijden met mijn vrienden: je noemt een obscure titel. Ik snel naar de zolder om in het halfduister door mijn lp’s te vlooien en weer hijgend beneden gekomen, heeft mijn tegenstrever die opname allang via zijn pc gevonden, vaak nog met een spannend Youtube filmpje erbij (Rudi Carrell met Esther Ofarim!). Fantastisch. Kortom, ik koester mijn lp’s en de cd-collectie dunt – zij het langzaam - uit ten faveure van Sonos/Spotify en ik bespeur bij mezelf dat ik het leuker vind om via Arte of Brava een tv-opname van een klassiek werk te volgen dan slechts de geluidsdrager af te spelen. Zouden ze dat ook convenience noemen? .


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links