Column

Roberta Alexander, Willem Frederik Bon

en het Paradijs

 

© Maarten Brandt, 28 november 2020

 

Al geruime tijd ben ik weinig enthousiast over de jaarlijkse nominaties en onderscheidingen van de Edison Jury, maar eerlijk is eerlijk het besluit van dit gremium de oeuvreprijs deze keer aan de fameuze sopraan Roberta Alexander toe te kennen kan ik niet genoeg toejuichen. Boekdelen zouden er gemakkelijk te vullen zijn over haar enorme repertoire, reikende van de barok via haar grote idool Mozart tot en met de muziek van onze tijd (en zelfs - en dit bepaald niet in de laatste plaats - de Jazz!), haar pedagogische activiteiten en - last but not least - warme en innemende persoonlijkheid. Trouwens wie bewaart bijvoorbeeld geen onvergetelijke herinneringen aan haar aandeel in de verklankingen van Mahlers Tweede en Vierde symfonie onder Bernard Haitink? Of haar bijzondere samenwerking met Nikolaus Harnoncourt? Haar affiniteit met de liederen van Ives, waarvan ze samen met Tan Crone een spraakmakende cd vervaardigde? Het zijn zo maar wat krenten uit de pap, want zoveel is duidelijk, de lijst van Alexanders activiteiten kan eindeloos worden uitgebreid. Niet voor niets mag ze zich immers de trotse bezitster van de Oeuvreprijs noemen!

Roberta Alexander met de Edison Oeuvreprijs
(foto Frank Ruiter/Lumen)

Hoogtepunten
Maar over dit alles wil ik het, bij alle bewondering voor haar veelzijdige kunstenaarschap, niet hebben. Wel over een muzikaal evenement van de eerste orde van het Concertgebouworkest onder supervisie van Bernard Haitink dat mijn leven tot op de dag van vandaag heeft beïnvloed en dat zal blijven doen omdat het mijn ziel ten diepste heeft geraakt. Een gebeurtenis die tot de absolute hoogtepunten uit mijn verblijf op deze planeet tot nu toe behoort en die plaatsvond op achtereenvolgens 27 en 28 oktober 1979. En dit niet alleen omdat twee van mijn lievelingsstukken, namelijk de Drei Orchesterstücke, opus 6 van Alban Berg en het speciaal voor het Concertgebouworkest in opdracht van de gemeente Amsterdam geschreven 'Mi parti' van Witold Lutos l awski toen op het programma stonden (naast Rudolf Eschers exquise bewerking van Debussy's 'Six épigraphes antiques' en het Tweede vioolconcert van (Ton) de Leeuw). Nee. Maar speciaal omwille van dat ene symfonische lied van plusminus zeven en een halve minuut, 'Le Printemps', zijnde het eerste onderdeel van de cyclus 'Quatre saisons de Verlaine' (1978) van de veel te jong overleden en geniale Nederlandse componist en dirigent Willem Frederik (Peke) Bon (1940-1983). En op onnavolgbare wijze gezongen door Roberta Alexander. Gelukkig bezitten we de opname, want die maakt deel uit van de onvolprezen door Lodewijk Colette cum suis uitgebrachte reeks cdboxen 'Anthology of the Royal Concertgebouw Orchestra' en is bovendien op YouTube te vinden.

Willem Frederik Bon (foto Saskia Bon)

Mystieke ervaring
Het lied in kwestie is opgedragen aan de nagedachtenis van Roosje (Rosa) Voorzanger (1910-1978), de echtgenote van Marius Flothuis, de oud-artistiek leider van het Concertgebouworkest. Ik was aanwezig op het tweede concert en had niet het flauwste benul dat mij niets minder dan een - ik kan het niet anders omschrijven - mystieke ervaring te wachten stond, gefocused als ik was op de uitvoeringen van Lutos lawski en Berg, die met terugwerkende kracht, hoe fabuleus gerealiseerd door Haitink en zijn keurtroepen ook, verbleekten tegen de vertolking door Roberta Alexander van Bon's 'Le Printemps'. Wat er nu volgt zal wellicht op sommige van u wat zweverig overkomen, maar het is niet anders. Vanaf de eerste seconde van dit lied was het of ik in een totaal andere en vooralsnog geheel onbekende wereld werd opgetild en als het ware gewichtloos werd. En wel omdat de erotisch en uiterst sensueel getinte tekst van Verlaine's gedicht door de muziek verre werd overstegen. Een bovenzinnelijke dimensie opende zich voor me die echter voor mijn onbewuste gevoel desondanks duidelijk in mijn wezen resoneerde en dus tóch bekend was. Of met andere woorden, voor een korte wijle belandde ik in het Paradijs.

Emoties
Jaren later kreeg ik een boek over Bijna Dood Ervaringen cadeau, waarbij ik vooral zeer werd getroffen door de enorme emoties die dergelijke gebeurtenissen nadien kunnen veroorzaken. Voor zover ik mij kan herinneren heb ik nooit een BDE meegemaakt, maar wanneer ik nu opnieuw naar dit lied luister dan herken ik volledig wat de ervaringsdeskundigen op dit gebied beschrijven. Een ondefinieerbare warmte. Een zich optimaal geborgen weten. Kleuren (dus in mijn geval: klankkleuren) die met geen pen zijn te beschrijven. Extase en melancholie als onlosmakelijke componenten. Laatstgenoemde kwaliteiten net zo onlosmakelijk met elkaar verbonden als de zangstem en het rijk alsmede bij machte van een opperste aan differentiatie opererende orkest. Dit in een muziek die slechts met die van de allergrootsten valt te vergelijken, waarbij ik denk aan de topmomenten uit het oeuvre van Bach, Mozart en Debussy. Een opperste aan differentiatie, maar tevens een klanktaal die het oogverblindende en somptueuze allerminst schuwt. Gespeeld door een superieur en veelkoppig ensemble waarin de zilverachtig overkomende engelenstem van Roberta grandioos bleek te zijn ingebed.

Goddelijke toonkunst
Roberta die zich gaande deze goddelijke toonkunst van een van de allergrootste en tegelijkertijd meest verguisde Nederlandse componisten (alle toporkesten zouden in de rij moeten staan om deze liederencyclus van Bon te mogen vertolken!) ontpopte als een geïncarneerd engel die je tegen beter weten in doet geloven dat alles in wezen goed is en dat zowel de eerste als de laatste ademtocht van ons stoffelijke bestaan vastliggen, maar ook dat een ieder van ons vroeg of laat weer deel zal uit maken van dat Paradijs, dat Grote Licht, die tegelijkertijd fluweelzachte als krachtige tederheid waarvan Bon Verlaine tot spreekbuis heeft gemaakt in dit onmiskenbaar grootse monument uit de Westerse kunstmuziek. Roberta, weet dat je alleen al daarom mateloos veel voor me betekent. Rest me jou en je dierbaren nog vele, vele goede jaren in uitstekende gezondheid toe te wensen. En over die luisterrijke onderscheiding gesproken, die had je alleen al verdiend vanwege je fenomenale pleidooi voor 'Le Printemps', de Lente, waarin voor ons het tijdelijke op een gegeven en ondeelbaar moment overgaat in het eeuwige. Eros door de muziek van 'Peke' Bon en door jou tot in de hoogste en bijkans tantrische regionen verheven: een soort liefdesdood en. geboorte!

Le Printemps

Tendre, la jeune femme rousse,
Que tant d'innocence émoustille,
Dit à la blonde jeune fille
Ces mots, tout bas, d'une voix douce :

Sève qui monte et fleur qui pousse,
Ton enfance est une charmille :
Laisse errer mes doigts dans la mousse
Où le bouton de rose brille,

Laisse-moi, parmi l'herbe claire,
Boire les gouttes de rosée
Dont la fleur tendre est arrosée, --

Afin que le plaisir, ma chère,
Illumine ton front candide
Comme l'aube l'azur timide.

Paul Verlaine

De Lente

De jonge vrouw met vuurrood haar,
Bekoord en ook geprikkeld door de
Onschuld van 't blonde kind naast haar,
Sprak zacht en teder deze woorden:

Het sap stijgt ook in bloemenstelen,
Jouw jeugd is de natuur ten top,
Laat in jouw mos mijn vingers spelen,
Want daar glinstert de rozenknop

Als ik in dit blond weitje hier,
De dauwdruppels eens drinken mocht:
Van jouw tedere bloem het vocht!

Opdat, mijn liefje, het plezier,
Je schuldeloos gezicht verlicht,
Als zonsopgang de bleue lucht"

Paul Verlaine (vertaling door Peter Verstegen uit 'Paul Verlaine Honderd gedichten', 2014, De Wilde Tomaat Amsterdam, ISBN 978 90 820255 7 6)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links