Column

Met een simpele muisklik...

Klassieke muziek vraagt om rigoureuze koerswijziging

 

© Maarten Brandt, 12 december 2016

 

Vita brevis, ars longa. Ik zie een absurde situatie ontstaan die hierin bestaat dat het met behulp van slechts een luttele muisklik mogelijk is onverschillig welke compositie uit het heden en verleden te horen (zo niet te zien) die we in de concertzaal niet of nauwelijks meer tegenkomen. Om het even of het nu het ruim anderhalf uur durende 103 van Cage, Gruppen of Licht van Stockhausen dan wel Répons van Boulez betreft, om van de vele Nederlandse composities maar te zwijgen. Alles, nagenoeg alles is via YouTube en Spotify in een mum van een seconde oproepbaar. Dus in die zin is de bereikbaarheid van niet alleen de canon, maar mede en vooral ook wat daar buiten ligt, nog nooit zo groot geweest, ook voor de functionarissen bij onze orkesten. En dit in een tijd dat er vrijwel geen muziekschool meer is, muziek op het middelbaar onderwijs een marginaal bestaan leidt (gesteld dat het er überhaupt nog is) en de popcultuur inderdaad het eerste en laatste woord heeft.

De vraag is en blijft natuurlijk waar bij het zoeken en uiteindelijk vinden van nieuw publiek (maar dat bestaat veelal uit eendagsvliegen, dus vinden is niet genoeg, je moet het zien te houden - met de nazorg die erbij hoort!) de prioriteit dient te liggen? Bij de presentatievorm (al dan niet visueel, theatraal etc.) of bij het artistiek-inhoudelijke concept? Naar mijn heilige overtuiging bij dat laatste. En wat die jongere generatie musici betreft, ja op zich is het volledig begrijpelijk dat die het bekende repertoire wil ‘veroveren'. Alleen al om het vak onder de knie te krijgen is dit simpelweg noodzakelijk. Dat laatste laat onverlet dat hierbij dan wel de vraag dient te worden gesteld hoe dit zijn beslag moet vinden. Door louter programma's met ‘warhorses' te brengen? Nee, natuurlijk niet. De uitdaging zou juist moeten zijn om het (vermeend) bekende steeds te eiken met onbekende stukken, het liefst en vooral ook met werk van recente datum. Met andere woorden, het is niet of-of maar en-en. Maar helaas is er wat dit betreft nog een (heel) lange weg te gaan.

Hoe gek het misschien ook klinkt, maar ik neig naar het gedachtegoed van de visionair Alexander Skrjabin, dat er in essentie op neerkomt dat kunst een positie zou moeten innemen die voorheen aan de religie toekwam. Met dien verstande, dat ik religie aanzienlijk ruimer zou willen definiëren dan godsdienst. Het religieuze bezit binnen deze optiek een aanzienlijk grotere reikwijdte en raakt daarom aan alles wat het puur meetbare en rationele ontstijgt. Het verbindt ons in het zicht van de eschatologische (= finale) vragen met de diepste kern van ons bestaan. Het is hier waar een Hohe Messe van Bach, een Don Giovanni van Mozart, een Opus 131 van Beethoven, een Negende Bruckner, Wagners Tristan, Pelléas van Debussy en Boulez' Pli selon pli elkaar de hand reiken (stuk voor stuk kunstwerken die allesbehalve met in het achterhoofd de vraag voor welke publiek ze bedoeld waren, zijn geschreven, integendeel! Maar dat maakt ze juist tot kunstwerken sui generis). Juist in een tijd als de onze, waarin niet alleen op politiek, maar tevens op levensbeschouwelijk terrein zoveel in beweging is, zou het artistieke beleid vanuit bovengenoemde invalshoek op de realiteit hiervan moeten inspelen. En wel zodanig dat men zich volstrekt haaks verhoudt tot de wijze waarop dit anno nu gebeurt, bij voorkeur op een manier die mijlenver is verwijderd van onverschillig welke waan van de dag.

Kees Vlaardingerbroek, de onvolprezen artistiek leider van de (zeer succesvolle!) Zaterdagmatinee, heeft het even simpel als treffend geformuleerd: “Kunst moet zich bezighouden met de grote existentiële vragen des levens.” Dat impliceert dat er een andere en meer – mij vergeve mij dit woord – spirituele houding bij de artistiek verantwoordelijke functionarissen in ons muziekleven moet ontstaan. En vanuit die insteek zou men de moed moeten kunnen opbrengen om artistiek-inhoudelijk en zonder enige knieval naar het huidige establishment en, laat staan: het politieke dan wel commerciële bestel, creatief na te denken over een consistent beleid. Dat daarbij ook gebruik wordt gemaakt van de al dan niet virtuele media is prima, zolang het artistieke maar het primaat heeft. Maar we moeten de zaak niet omkeren door vooraf de ‘formats' vast te leggen, waarin vervolgens alles moet passen, met als uitkomst dat het artistieke concept in een dermate knellende dwangbuis komt te verkeren dat daar niets meer van overeind blijft. Dit is een van de vele en zeer reële gevaren die het voortbestaan van kunst en meer speciaal dat van de klassieke muziek bedreigen waarbij het ironische in de omstandigheid schuilt dat het dogmatische commerciële denken van de neo-liberalistische maffia uiteindelijk tot dezelfde uitkomst leidt als het cultuurbeleid van onverschillig welk totalitair regime, om het even of dit nu van extreem-rechtse dan wel extreem-linkse signatuur is.

Adorno heeft dit inderdaad als geen ander van zijn generatie in de jaren veertig van de vorige eeuw duidelijk erkend en wat zien we? Welnu, dat er tegenwoordig niet voor niets veel ook eigentijds gecomponeerde muziek is die zich meer en meer voegt naar de principes van de populaire muziek, die bol staat van inwisselbare elementen en daarmee dus mank gaat aan een dodelijk voorspelbaarheid, getuige bijvoorbeeld werk van nadrukkelijk in zwang zijnde figuren als Joep Franssens, Philip Glass en Ludovico Einaudi.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links