Column

Mahler - mag het misschien een onsje minder zijn?

 

© Maarten Brandt, 7 oktober 2015

 

Ives: Derde symfonie
Schreker: 'Vom ewigen Leben' voor sopraan en orkest
----
Mahler: Vierde symfonie
© Jac van Steen


Messiaen: L'Ascension
Berg: Sieben Frühe Lieder
-----
Mahler: Vierde symfonie
© Maarten Brandt


Schönberg: Fünf Orchesterstücke, opus 16 (versie 1949 voor standaardorkest)
Schnebel: Mahler Moment
-----
Mahler: Das Lied von der Erde
© Maarten Brandt


Yun: Vierde symfonie "Im Dunkeln singen"
----
Mahler: Das Lied von der Erde
© Maarten Brandt


Mahler: Adagio uit de Tiende symfonie
Webern: Sechs Orchesterstücke, opus 6 (versie 1928)
-----
Mahler: " Zweite Nachtmusik" uit de Zevende symfonie
Schönberg: Erste Kammersinfonie, opus 9 (versie voor standaard symfonieorkest)
© Maarten Brandt


Diepenbrock: Suite uit 'Marsyas'
-----
Mahler: Vierde symfonie
© Maarten Brandt


Wie de moeite neemt door de 'hedendaagse' concertprogramma's te bladeren stuit onherroepelijk op veel Mahler, een heuse mahleritis. Mahler, Mahler en nog een Mahler dus. In Nederland lust men er megatonnen pap van, en nog is het niet genoeg. Na de Matthäus-cultus is de Mahleritus een even karakteristiek Nederlands fenomeen als boerenkool, Deventer koek en snert.
Met dien verstande dat Mahler in tegenstelling tot de hiervoor genoemde artikelen veel geld kost. Want, enkele uitzonderingen daargelaten, vergen zijn symfonieën enorme orkestbezettingen. Een Mahlersymfonie, om het even of dit nu de Zesde, de Zevende of de Derde betreft, betekent een kolossale aanslag op het budget. Met als consequentie dat vele andere en in artistiek opzicht in wezen belangrijkere dingen binnen een dergelijk seizoen niet meer kunnen.

'Politieke correctheid' versus artistieke inhoudelijkheid
Ik heb me door de jaren heen en in allerlei commissies (waaronder de muziekcommissie van de Raad voor Cultuur) onverminderd sterk gemaakt voor meer rust in de symfonische sector en voorts nadrukkelijk gepleit voor een situatie waarin meer ruimte moet ontstaan voor het ontplooien van creativiteit in de programmering. Dit laatste vooral met betrekking tot een verdergaande integratie van 20ste-eeuwse en eigentijdse symfonische muziek in het ijzeren repertoire dan tot op heden (nog steeds) het geval is. Dat het allemaal anders is gelopen betreur ik uitermate. Zoals wel vaker heeft ook nu de zogenaamde 'politieke correctheid' of wat daar voor door moet gaan, het gewonnen van de artistieke inhoudelijkheid.

Een orkest dat jaarlijks tussen de twee en drie Mahler-symfonieën speelt, zou de daarmee gemoeide zowel financiële, artistieke als fysieke middelen ook anders kunnen besteden. Door bijvoorbeeld eens meer Nederlandse en eigentijdse muziek te programmeren, interessante onbekende repertoiregebieden te ontginnen, een lans te breken voor die werken van Schönberg, Berg, Webern, Bartók, Varèse, Ligeti, Kurtág, Stravinsky, Hartmann, Dutilleux, Lutoslawski, Berio en Boulez die men of weinig of helemaal niet hoort. Terwijl men bovendien niet op de gedachte komt om in plaats van in fletse, voorspelbare en onverplichtende cross-over producties te grossieren, een innoverend educatief beleid ten toon te spreiden dat er wezenlijk toe bijdraagt dat de muziek van bovenstaande en andere componisten ook en vooral bij de jongere generatie beklijft. Een van de punten waar ik tijdens mijn lidmaatschap van de Raad voor Cultuur dikwijls op heb gehamerd, maar waarvan het geluid helaas nauwelijks buiten de muren daarvan is doorgedrongen, is dat de continuïteit van de cultuuroverdracht waar het gaat om de symfonische muziek in de breedste zin van het woord ernstig in gevaar is, waarbij het zelfs de vraag is of de kloof tussen Mahler en nu, lees: tussen het eind van de 19de eeuw/begin 20ste eeuw en tegenwoordig nog wel te dichten valt.

Uitdaging
En als het dan toch Mahler moet zijn; waarom dan niet een van diens minder omvangrijk bezette symfonische werken - ik denk hier bijvoorbeeld aan Das Lied von der Erde en de Vierde symfonie, dan wel een van de liederencycli en/of Blumine of het Adagio uit de Tiende symfonie - in combinatie met werk van tijdgenoten en stukken uit de 20ste en 21ste eeuw? Een aantal voorbeelden, dat met het grootste gemak kan worden uitgebreid, treft u boven deze aflevering aan.

Ik denk dat het voor de symfonieorkesten in binnen- en buitenland überhaupt hoog tijd wordt van de cyclusgedachte ten aanzien van onverschillig welke componist definitief af te stappen. Het heeft teveel weg van de door menige in nood verkerende platenmaatschappij gedresseerde cd-liefhebber die van zijn of haar geliefde componist zoveel mogelijk alles in de kast wil hebben staan (grap gehoord over een welbekende drogisterijketen: "Wollt Ihr den totalen Grieg?"). Als een orkest zich wil onderscheiden door artistieke bevlogenheid, zou het door al het andere moeten zijn dan het slaafs willen kopiëren van het cd-gedrag van de klassieke muziekkoper.

Het kan niet genoeg worden gezegd: men leert een componist pas terdege kennen dankzij de ijking door en confrontatie met werk van figuren dat van de geprogrammeerde muziekvinder in kwestie dikwijls lichtjaren ver is verwijderd, maar er toch op een geheimzinnige en vooral (om niet te zeggen bij voorkeur!) onvoorspelbare wijze raakvlakken mee vertoont. Hier ligt de uitdaging voor de orkesten in de toekomst, een uitdaging die niet op slag onmogelijk is - als men maar echt wil.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links