Column

De Matthäus-Passion als klinkende mythe

 

© Maarten Brandt, april 2015

 

Het geniale van de Matthaus Passion van Johann Sebastian Bach is dat het op en de muzikale leek en de fijnproever altijd een onuitwisbare indruk achterlaat. Met andere woorden, het stuk maakt zowel furore in het domein van 'The music for the millions' als in dat van de muzikale elite. En niet alleen dat, ook en niet in de laatste plaats spreekt deze passie hen die niet belijdend christen zijn nadrukkelijk tot de verbeelding en, sterker nog: zelfs verstokte agnosten en atheïsten. Neem dirigent en Bach-interpreet Ton Koopman, niet-gelovige, die de spiritualiteit van de Matthäus-Passion tot in de kern weet te raken. Leent het werk zich aan de ene kant voor meezingsessies, anderzijds bevat het zoveel diepe lagen dat het opus ook bij de honderdduizendste uitvoering weer nieuwe geheimen prijsgeeft. Eenvoud en complexiteit liggen in Bach's meest bekende partituur naadloos in elkaars verlengde en juist dit feit maakt deze compositie zo ultiem geniaal.

Natuurlijk mogen we niet vergeten dat wij de Matthäus-Passion anders ervaren dan oorspronkelijk de bedoeling was, namelijk als een autonoom kunstwerk, terwijl het in eerste instantie was vervaardigd om te functioneren binnen de Lutheraanse liturgie. Het was dus functionele muziek. Net zoals de missen van Jacob Obrecht en Josquin Des Prez dat in de renaissance waren, of even later bijvoorbeeld de Mariavespers van Claudio Monteverdi. Wanneer we de annalen mogen geloven, duurde de uitvoering van de Matthäus-Passion in het kader van genoemde liturgie in de Thomaskirche te Leipzig, waarbij tussen het eerste en tweede deel onder meer een uitvoerige preek met alles er op en er aan werd gehouden, maar liefst zeven uur, terwijl een vertolking van deze passie 'pur sang' vandaag de dag - de pauze niet meegerekend - om en nabij de twee-en een half uur in beslag neemt.

Het uitgangspunt van deze bespiegeling over de Matthäus-Passion is echter niet liturgisch georiënteerd. Niet dat daarom het Bijbelse gegeven voor ondergetekende van minder belang is dan voor de gelovige, integendeel. Laat ik vooropstellen de Bijbel zelf als een verzameling van mythen te beschouwen. Mythen die ons confronteren met de diepere lagen van onze persoonlijkheid en die ons bij de gratie daarvan als het ware een spiegel voorhouden. Voor mij is de Matthäus-Passion daarom een klinkende mythe. Maar allereerst: wat is een mythe? Een mythe is in mijn opvatting de uitkristallisatie in taal - en soms in beeld - van onze collectieve droom. Een droom die stoelt op de ervaringen zoals die liggen opgeslagen in wat de grote psycholoog en filosoof Carl Gustav Jung het onderbewuste heeft genoemd. Het domein waarin chaos heerst maar dat naar orde streeft. Het domein ook waarin, om met Jung te spreken, energieën liggen opgesloten die, overdrachtelijk gesproken, qua kracht met die van meerdere waterstofbommen vergelijkbaar zijn. Energieën die ons dus geheel kunnen vernietigen, maar die tegelijkertijd als katalysator dienen voor bevrijding. En, wat het meest belangrijk is, die tenslotte kunnen leiden tot wat Jung treffend het proces van individuatie heeft genoemd. Hieronder wordt het opgaan van het ego - ons dagelijkse door het hier en nu geconditioneerde ik - in het Zelf verstaan. Het Zelf of onze transpersoonlijke dan wel, zo u wilt, immateriële en (om het in religieuze termen te vatten) Goddelijke kern. Alle mythen gaan over hetzelfde thema. Namelijk over de zoektocht van chaos naar orde, van scheiding naar hereniging, van verlangen naar vervulling. In onze dromen spelen dezelfde thema's een rol, zij het dan 'georkestreerd' door onze persoonlijke ervaringen. Onze dromen zou men daarom als onze persoonlijke mythe kunnen beschouwen, als onvervreemdbaar eigen variaties op de collectieve mythe, want ons persoonlijk onderbewuste wortelt immers in het collectief onderbewuste. In alle grote kunstwerken draait het om allerlei belichamingen van aspecten van die collectieve mythe. Dankzij die kunstwerken, en de Matthäus-Passion vormt op die regel uiteraard geen uitzondering, worden wij - dat wil zeggen, indien wij ons daarvoor wensen open te stellen - in staat gesteld ons daarmee te vereenzelvigen, wat vervolgens weer kan leiden tot een diepere bewustwording van de problemen van ons eigen innerlijk die om een oplossing vragen. Hieruit volgt dat de verhalen uit de Bijbel, en dus tevens het lijdensverhaal van Christus, niet gaan over toen, maar over nu, ja over ons, over u en mij. Over onze existentie in de meest omvattende zin van het woord. En of Jezus Christus nu wel of niet bestaan heeft; met alle respect, dit alles doet aan de waarde van het verhaal 'an sich' - in mijn optiek dus een mythe - niets af.

Net zoals iedere mythe speelt ook deze zich af in een andere dan de louter stoffelijke dimensie, waarbij niet zozeer de logica van de materiele wereld bepalend is, maar veeleer die van de droom. Het gaat daarbij niet in de eerste plaats om het begrijpen van de mythe als wel het tot in het diepst van je kern doorleven en voelen daarvan. De mythische belevingswereld ontvouwt zich vervolgens niet binnen de fysiek meetbare tijd, maar in die van de cyclische-, mythische- of droomtijd. Of, zoals de filosoof Henri Bergson, het noemde: de 'temps durée'. Dat is de tijd zoals men die dus subjectief en gevoelsmatig beleeft en die kan in de ervaring veel langer of korter zijn dan het reële tijdsverloop, de kloktijd. Er is een prachtige zin in het muziekdrama Parsifal van Richard Wagner, een werk trouwens dat net als de Matthäus-Passion mede op Goede Vrijdag is betrokken. Het betreft, om precies te zijn, het ogenblik waarop de titelheld tegen de ridder Gurnemanz zegt dat hij, ofschoon hij zich niet lopend voortbeweegt, toch onmiskenbaar ver voortschrijdt. Gurnemanz richt zich dan met de volgende betekenisvolle woorden tot Parsifal: "Du siehst mein Sohn, zum Raum wird hier der Zeit." ("Je merkt, mijn zoon, dat de tijd hier tot ruimte wordt").

De mythe van Parsifal kringt rond de sage van de Graal en kan - symbolisch gezien - als een zoektocht naar heelheid worden beschouwd. Het woord 'heilig' kan mede op dat heel zijn worden betrokken. Vanuit die invalshoek bezien was Jezus een 'heel' mens die leefde vanuit de vitale oerbron van al het bestaande. Iemand die via zijn hoogste en egoloze Zelf (het Christus-beginsel dat in het Verre Oosten ook bekend is onder benamingen als de Tao en de Boeddha-natuur) naadloos was verbonden met het of de Allerhoogste. De uitspraak van Christus, luidende "Niemand komt tot de Vader dan door mij" moet in dit licht worden bezien. De Graal, het Christus-beginsel, het Zelf, de Boeddha-natuur; het zijn evenzovele toespelingen op een en hetzelfde. En het bereiken van die conditie - dus van wat Jung Individuatie noemt - staat gelijk aan het realiseren van die heelheid, het vinden van de Graal of om het even hoe u dat ook voor u zelf zou willen definiëren.

In dit opzicht gaat het in de Matthäus-Passion om hetzelfde als in de Graalsage; het benaderen van die heelheid. Eigenlijk gaan vele verhalen - mythen - in de Bijbel en andere openbaringsboeken over niets anders. Een van de belangrijkste sleutels tot het begrijpen van deze materie schuilt in de relatie tussen het Oude en Nieuwe Testament, iets wat tevens voor een juist verstaan van de innerlijke betekenis van de Matthäus-Passion essentieel is - ik kom daar aanstonds op terug.

Wie de betekenis van het Oude Testament heel kort door de bocht symbolisch zou willen duiden, zou daarin een verbeelding kunnen zien van ons verleden. Het ontstaan van het leven, maar ook de vele beproevingen, het geweld, de vreselijke oorlogen, de menselijke tekortkomingen en vooral: het overwicht van het mannelijke element. Een niet zelden belast en belastend verleden dus. Een situatie die voor ons mensen van vandaag zeer herkenbaar is. Wat heet! Alle zojuist genoemde eigenschappen met die van dat overwicht van het mannelijke voorop (en daar bedoel ik meer mee dan het mannelijke geslacht), zien we om ons heen. De crisis waaraan wij nu wereldwijd blootstaan en die veel verder gaat dan de financiële problematiek, is daar - althans in mijn beleving - een overduidelijk symptoom van.

Het Nieuwe Testament daarentegen is vervuld van een belofte. Een belofte voor een betere en helere wereld, die gestalte krijgt vanuit de revolutionaire gedachte van Christus van het stellen van liefde boven de wet (en daar bij inbegrepen onverschillig welk dogma) . Een belofte die alleen in vervulling kan gaan als we nu bereid zijn te veranderen, want de toekomst wordt door het nu bepaald, terwijl het huidige nu het directe resultaat is van ons verleden, het verleden dat we los moeten laten. Daarbij kan het vrouwelijke element, datgene wat in dank ontvangt en verzoent ons helpen. Komen beide elementen, het mannelijke en het vrouwelijke, tot een versmelting, dan worden niet alleen de tegenstellingen opgeheven maar zelfs overstegen. Dan komt er iets tot stand wat aardig in de buurt komt van de individuatie, de geboorte van de spirituele mens. Dit is de geheime boodschap van de Matthäus-Passion , die zo schitterend tot uitdrukking wordt gebracht in wat ik de verinnerlijkte apotheose van het werk zou willen noemen, het arioso uit het tweede deel voor bas "Am Abend da es kühle war." Het is een muziek die een en al sereniteit uitstraalt

Ik noemde daarnet al het Oude en het Nieuwe Testament en het geval wil dat juist in dit arioso een intrigerend verband tussen beide Testamenten wordt gelegd, in het bijzonder tussen de Oudtestamentische Adam en de Nieuwtestamentische Jezus* of Christus, terwijl tevens wordt verwezen naar de Zondvloed. Het gedicht is, evenals de teksten van de andere recitatieven en aria's buiten het evangelieverhaal, van Picander. U weet wel van de man die als postbode in zijn levensonderhoud voorzag, maar die uitstekend was ingevoerd in niet alleen Bijbelse maar ook de mystieke kringen van die tijd, waaronder niet alleen de piëtistische maar tevens die van de esoterisch-christelijk en alchemistisch georiënteerde Rozenkruisers. Een aantal trefwoorden van dit gedicht, dit arioso, zal ik nu de revue laten passeren. Het eerste is dat van de avond die in de Joodse religieuze belevingswereld niet als het einde maar integendeel, juist als het begin van de nieuwe dag wordt gezien, niet alleen een letterlijke dag van 24 uur, maar eerder op te vatten als een periode van nieuwe mogelijkheden en oplossingen voor oude problemen. Picander schildert als het ware hoe in de koelte van de avond het slijk der aarde neervalt, waardoor ruimte kan ontstaan voor het nieuwe, onvoorziene en spirituele. De koele tuin is tegelijkertijd een poëtische verbeelding van de Hof van Eden uit het Oude Testament, waar Adam eens was gevallen ("Am Abend ward Adams Fallen offenbar" zegt de tekst) doordat Eva van de verboden vrucht van de Boom der kennis van Goed en Kwaad had gegeten, met als gevolg het ontstaan van de dualiteit. De vredesduif met de olijftak heeft betrekking op Noach aan wie God heeft beloofd de mensheid voortaan niet meer voor haar zonden te straffen. Immers Zijn verbond daarmee is door de (hier overigens niet genoemde) regenboog die Hij in de wolken heeft geplaatst, hernieuwd. De olijftak is ook op te vatten als een voorbode van de triomf van de geest over de stof: olijftak dan wel laurierkrans staan alom bekend als tekens van, al dan niet spirituele, overwinning. De vrede is tot stand gebracht door de voltooiing van de kruisgang van Christus. Esoterisch-mystiek zou dit kunnen betekenen dat de mens, gevierendeeld als hij was door de uitersten van geest en stof, dus gekruisigd (tussen haakjes, de kruisvorm speelt in de Matthäus-Passion als geheel een fundamentele rol; maar dat is weer een ander en overigens buitengewoon boeiend, verhaal**), zich heeft overgegeven door zijn verleden (zijn ego) los te laten. Dit met als gevolg dat hij is bevrijd uit de ketenen van ruimte en tijd. Opnieuw zien we hier een mythische inhoud die verwijst naar het Jungiaanse individuatieproces, zij het hier uiteraard 'avant la lettre'. Nu kan eindelijk het hart zich aan de dode Jezus of Christus schenken, waardoor de innerlijke Christus of het hogere Zelf wordt bezield en de kans om tot een herstel van de oorspronkelijke orde te komen aanzienlijk is verhoogd, omdat dit - zoals dat Nieuwtestamentisch heet - een belofte inhoud voor de vernieuwing van het verbond tussen de mens en zijn Schepper. Dat is een gebeuren wat in de alchemistische spreuk Igne Natura Renovatur Integra is uitgedrukt, want de vertaling hiervan luidt "Door het vuur wordt de ganse schepping in haar oorspronkelijke staat hersteld." Dit is ook de spirituele betekenis van de 'opstanding'. 'Opstanding' in de zin van geestelijke verlichting en vernieuwing, zoals we die in Alchemie kennen als de derde of rode hoofdfase ('illuminatio') van het alchemistische proces. Denkt u in dit verband maar aan het beeld van de mythische vogel Fenix (Phoenix) die uit de as van zijn eigen verbranding opstijgt om de zon, het goddelijke tegemoet te vliegen. Volgens Picander herinnert Jezus (Christus) ons aan ons eigen en diepste innerlijk, wat hij omschrijft als het 'Köstlich's Angedenken'. Dat is ons eigen, maar vaak door de dagelijkse troebelen zo moeilijk bereikbare, hart, het ware heiligdom, het Zelf geschreven met een kapitale letter. Het Zelf dat door de alchemisten wordt verzinnebeeld door de zogenaamde 'Steen der Wijzen' , de 'Lapis' die het eeuwige leven kan schenken. Iets wat trouwens ook van Christus wordt beweerd. En niet voor niets is daarom binnen tal van esoterische tradities van een symbolische gelijkschakeling van deze 'Lapis' of Steen en Christus sprake. Een steen die ook wel als een Kubiek wordt voorgesteld die, zo gauw men die uitklapt, een kruis doet ontstaan.

Ik kom tot een afsluiting van deze overpeinzing. De grote Franse schrijver Marcel Proust heeft ooit gezegd dat het intrinsieke doel van ieder kunstwerk is om de beschouwer ervan in staat te stellen zich Zelf te leren kennen, Zelf niet voor niets geschreven met een kapitale letter.. Alleen al daarom is het zo draconisch bezuinigen op kunst en cultuur uit den boze, of om met oud kunstcriticus wijlen mijn vriend en naamgenoot Maarten Beks te spreken: "Kunst is het noodzakelijke brood waar niemand om vraagt." Kunst in casu muziek, nogmaals, om je Zelf te leren kennen. Heeft u er wel eens over nagedacht dat het breken van het brood en het drinken van de wijn in de Rooms Katholieke liturgie vanuit die optiek bezien een heel nieuwe betekenis zou kunnen krijgen? Namelijk in de zin van het delen van geestelijk voedsel als de onontbeerlijke brandstof om dat proces van Zelfkennis gaande te houden? Als dat ergens voor op gaat, dan zonder ook maar de geringste twijfel voor Bach's 'Opus Magnum', zijn onvolprezen Matthäus-Passion , het werk bij uitstek dat mensen van alle denkbare gezindten doet samenkomen om het geestelijke brood te delen en te nuttigen, opdat de onontbeerlijke verdieping die van alle kanten wordt bedreigd, ons deel zij.

____________________
*) De benamingen/termen 'Jezus' en 'Christus' zijn een bron van verwarring. Ik neig ertoe de naam Jezus te verbinden aan de historische figuur, in wie dat hogere Zelf tot volledige ontplooiing is gekomen en die in de Christelijke traditie bekend staat als het Christus-beginsel en in het Verre Oosten, zoals al gememoreerd, de Boeddha-natuur.

**) De Matthäus-Passion bestaan uit twee delen, een eerste en betrekkelijk kort en een tweede aanzienlijk langer deel. Geredeneerd vanuit de kruisvorm, is het eerste deel de horizontale balk en het tweede de verticale balk. De aankondiging van de verloochening van Petrus in het eerste deel en de verloochening zelf in het tweede deel vallen samen in het snijpunt van het kruis. En dat is ook het kantelpunt is het evangelieverhaal, die eigenlijke verloochening, waarna dus niet voor niets de befaamde 'Erbarme dich' aria volgt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links