Column

Ton Koopman als 'orgelvandaal'?

 

© Gerco Schaap, april 2007

 

 
  Foto Marco Borggreve

Het is van alle tijden: verhalen over organisten die van bepaalde orgels worden geweerd omdat zij ruw met het orgel zouden omspringen. Of verhalen over orgelbouwers die daags na een recital door een bekende organist met de reparatiekist door het bespeelde orgel heen moeten om de schade te herstellen. In de jaren vijftig en zestig waren er legio van zulke verhalen over orgelepigonen als Feike Asma. Het bleef altijd bij verhalen; foto's die zulke schade moesten aantonen, zijn bij mijn beste weten nooit in enig orgelblad verschenen. Niettemin waren publiekstrekkers als Asma in sommige orgelseries niet welkom omdat het orgel niet tegen hun speelwijze bestand zou zijn.

Ook anno 2007 blijken er om die reden nog steeds organisten te worden geweerd, niet alleen van historische orgels maar ook van moderne instrumenten. Op de internetnieuwsgroep [kerkorgel] verscheen op 3 maart het bericht, overgenomen uit een Duitse krant, dat de Nederlandse organist Ton Koopman niet welkom zou zijn in Duderstadt (bij Göttingen) om daar op 28 mei a.s. een concert te geven op de orgels van de St.-Cyriakus- en de St.-Servatiuskirche in het kader van de Händel-Festspiele Göttingen. De cantors van de betreffende kerken maakten zich grote "zorgen dat Koopman de toetsen kapotslaat", aldus Dr. Karl Wurm, pastoor en kerkmusicus aan de evangelische St.-Servatiuskirche. Volgens hem heeft Koopman de naam dat hij zo hard op de toetsen slaat dat de mechaniek kapotgaat. Regionalkantor Paul Hegemann van de katholieke St.-Cyriakuskirche meent zelfs te weten dat Ton Koopman "schon mehrere Orgeln ruiniert habe", meldt het Hamburger Abendblatt op 6 maart onder de kop "Organist Koopmann ein Tasten-Rambo?". Tastbare voorbeelden worden evenwel niet gegeven. Voor de goede orde: in de St.-Cyriakuskirche staat een orgel uit 1735 van Johannes Creutzberg dat vorig jaar werd gerestaureerd; de St.-Servatiuskirche beschikt echter over een orgel van Jürgen Ahrend uit 1977. De organisatie van de Händel-Festspiele, die zich stellig van de uitspraken van de beide cantors distantieert, heeft het concert verplaatst naar de St.-Jacobikirche in Göttingen.

Ton Koopman, de vriendelijk-bebaarde barokmusicus die in 2000 van de Theologische Faculteit van de Universiteit Utrecht een eredoctoraat ontving voor zijn bijdragen aan het onderzoek naar - en de vertolking van - het oeuvre van J.S. Bach, die op 1 mei 2004 werd benoemd tot hoogleraar in de historische geïnformeerde uitvoeringspraktijk van de oude muziek bij de Faculteit der Kunsten van de Universiteit in Leiden, die in mei vorig jaar nog de prestigieuze Bach-medaille van de stad Leipzig ten deel viel, en voor wie organisten en klavecinisten wereldreizen ondernemen om zijn masterclasses bij te kunnen wonen; voor díe Ton Koopman zouden historische noch moderne orgels veilig zijn?

Het is te begrijpen dat Koopman aanvankelijk geen reactie kon geven: hij was met stomheid geslagen. Enkele dagen later meldde hij het Hamburger Abendblatt desgevraagd "hogelijk verbaasd" te zijn dat dit beweerd wordt door een cantor die hem totaal onbekend is. "Je speelt op een orgel anders dan op een klavecimbel maar hard is dat niet! Ik heb nog nooit iets kapotgespeeld. Als het orgel een hanger heeft, ligt dat aan de mechaniek; dat heeft echter niets met leeftijd te maken. Koopman wil opheldering vragen bij de gewraakte cantor. "En anders moet ik overwegen een advocaat in te schakelen. Zo'n beledigende uitspraak kun je niet over je kant laten gaan."

Het pleit voor de Bussumse musicus dat hij de uitnodiging niet heeft af'geslagen' maar in plaats daarvan op het uit 1966 daterende Paul Ott-orgel (met elektrische registertractuur) in Göttingen speelt.

(Deze column verscheen eerder in het blad Muziek en liturgie van de GOV/Vereniging van Kerkmusici, april 2007).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links