Column

Musiceren op de armoedegrens

 

© Aart van der Wal, 25 januari 2020

 

 

Laat ik het nog maar eens over de uitermate slechte honorering van de vaderlandse musici hebben, zowel vocalisten als instrumentalisten. Meestal is er wel een goede aanleiding voor, ditmaal een treffend stukje van Sander Donker in de Volkskrant, naast ‘Op volle toeren in volle zalen' in het AD van vandaag.

Dat onze musici zo bar slecht worden betaald ligt niet aan hen, maar aan het ‘systeem' (opdrachtgevers) dat sterker is dan zij. Het systeem dat stevig is gestut en waartegen de individuele musicus niet is opgewassen als het om de verdediging van zijn inkomen gaat. Het zijn twee volkomen van elkaar gescheiden disciplines die elkaar echter wel nodig hebben: de opdrachtgevers en de opdrachtnemers.

Als die opdrachtnemers, de musici, zich eens massaal zouden verenigen? Dan zou het beeld met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid volstrekt anders zijn (wie daaraan mocht twijfelen leze 'Massa en Macht' van Elias Canetti), maar ondanks moedige pogingen in die richting is daarvan nog steeds geen sprake. En dus luidt nog steeds het adagium vanuit het systeem: ‘voor u tien anderen'.

Al die opdrachtgevers hebben het dus goed voor elkaar: zij dicteren immers de markt, zij spelen de ware sleutelrol in dat nogal spel van vraag en aanbod. Dat is ook wat Sander Donker in zijn stukje duidelijk maakt. Dat het om niets anders draait dan uitbuiting. Leest u maar even mee:

'Het Songfestival 2020 zoekt professionele of bijna afgestudeerde muzikanten voor een orkest dat tijdens de pauzes van het festijn zal optreden. Naast de audities en het voorbereiden daarvan dienen zij voor deze klus acht volle dagen beschikbaar te zijn, voor een gage van 1.000 euro. Omgerekend verdienen deze topmusici dus krap 16 euro per uur.
Het hóéft niet, hè, reageerde de zwaar door u en mij gesubsidieerde organisatie. Je moet het zien als een buitenkans. Eindelijk eens keihard shinen voor een miljoenenpubliek, al is het opvulling, terwijl Cornald Maas erdoorheen wauwelt over de schoonmoeder van die toondove Slowaakse deelneemster, die het zo akelig aan haar knie heeft – wat trouwens de inspiratie vormde voor haar ballad Szôdëmîtr ób.
Op slechte ochtenden zie ik in dit soort zaken het spoedigste en terechte einde van alles. Gelukkig heb ik planken vol prachtmuziek van straatarme sloebers om me weer op te beuren'.

Een buitenkans... Hoe vaak heb ik dat woord al niet voorbij zien komen. Dat je als musicus eigenlijk blij mag zijn, dat je in de handen mag knijpen dat je aan een groot evenement überhaupt mee mág doen. In de sector lichte muziek liggen de kaarten evenwel anders. De voorbeelden spreken voor zich, de verdiensten op basis van een halfuur optreden:

Het Feestteam (duo)

€ 3295

Jeffrey Heesen

€ 1495

De Alpenzusjes (duo)

€ 1795

Doenja

€ 795

Nee, ze maken geen kunst, aldus Het Feestteam. Deze zaterdagavond zal het Ziggo Dome gevuld zijn met 17.000 bezoekers die zich overgeven aan uitsluitend Nederlandstalige meezingers tijdens Het Grootste Muziekcafé van Nederland. Of dit kunst op enig respectabel niveau is laat ik wijselijk in het midden. Er komt in ieder geval genoeg volk op af. Meer dan voor welke operavoorstelling of voor welk klassiek concert ook. Al mag dat natuurlijk nooit en te nimmer een honoreringscriterium zijn (we weten dat PVV en VVD daar heel anders over denken).

Dat wat betreft de honorering in de klassieke-muzieksector het roer echt om moet zal de meeste muziekliefhebbers intussen wel voldoende duidelijk zijn geworden. En aangezien het systeem het liever bij het oude laat moeten de eerste initiatieven toch echt van de landelijke politiek te komen. Dat gaat daar in het Haagse zoals altijd stroperig, dat gaat traag (ze hebben de handen vol aan hun eigen banencarrousel), maar van waar de ellende is begonnen (met toentertijd Halbe Zijlstra in de voorste gelederen) moet ook de oplossing komen. Een redelijke vergoeding die in een acceptabele verhouding staat tot gedane studie en geleverde prestatie en - heel belangrijk - rechtsbescherming en sociale zekerheid (wie als musicerende zzp'er van het podiumtrapje valt en een breuk oploopt heeft ook financieel een héél groot probleem).

Dat betekent voor de politici allereerst dat ze - zoals het tegenwoordig heet - ‘over de eigen schaduw heen moeten springen'. Inderdaad, het komt weer neer op dat bekende riedeltje van weer opbouwen na afbreken, een proces overigens dat zich op meerdere fronten zal moeten gaan voltrekken: in de arbeidsverhoudingen en contracten, de zorg, het onderwijs, de nationale politie, ict, de organisatie van de rechtelijke macht, de voedselveiligheid, het milieu, het landschap. Al zou je, afgaande op het blije ei Rutte, bijna gaan geloven dat het er in en met ons land heel goed voorstaat. Dat de problemen zich uitsluitend in de marge van een door en door welvarende natie afspelen. Wie beseft dat het niet zo is, is een realist. Wie denkt dat professionele musici weg kunnen blijven van de voedselbank zou weleens een dromer kunnen zijn. Wie hen ooit nog eens massaal op het Malieveld ziet gelooft in luchtkastelen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links