Column

In de greep van de stilstand

 

© Aart van der Wal, 1 februari 2017

 

 

“Alles is zo langzamerhand wel gedaan,” hoorde ik onlangs iemand uit de platenbranche zeggen. “De enorme ijsberg is losgeraakt en begint onder zijn eigen gewicht te bezwijken,” voegde een ander er metaforisch aan toe. Daar mag best een kanttekening bij worden geplaatst, want gelukkig verschijnen er nog steeds cd's (en soms ook dvd's) met echt nieuw repertoire, waaronder ook eigentijdse muziek en opera. Dat zijn ear- en ook wel eye-openers die de Nederlandse podia links laten liggen.
In het concertbedrijf is het beeld nog veel mistroostiger. De dagen zijn voorbij dat Matthijs Vermeulen en Willem Pijper luidkeels van hun ongenoegen blijk gaven omdat in hun ogen dat bedrijf vermolmd was geraakt, de houtrot er diep had ingevreten. Geen handgemeen tussen de musici en het publiek, zoals in 1913 tijdens de Sacre in Parijs en met Schönberg in Wenen, toen de muziek van de Tweede Weense School tot felle protesten leidde. Het is 'niet meer van deze tijd'. Er zijn al lang geen barricades meer, laat staan dat er iemand nog op wil staan. De muziekkritiek in de dagbladpers is uitgemolken en uitgekleed, het is zelfs niet eens meer een keizer zonder kleren. Er wordt alleen nog maar geregistreerd. Het voortouw blijft in de kast. Muziektijdschriften doen enorm hun best om er vooral strálend uit te zien.

We verzuipen in de crossovers en niemendalletjes worden door invloedrijke musici en de muziekkritiek tot ware kunstwerken verheven. Het zijn dan ook in de hoogtijdagen aanbeland van het softe gemurmel van Arvo Pärt met zijn miljoenenlegioen en de gemakzuchtige minimalistische kitsch (“Glass wordt 80!”). Gelukkig hebben we nog wel de NTR ZaterdagMatinee die binnen de bescheiden verdedigingslinies van de nieuwe muziek een niet eens zo bescheiden plaats inneemt. En natuurlijk zijn er Donaueschingen, een bolwerk van de nieuwe muziek, en in het verlengde daarvan de iets minder wild uitpakkende festivals. En onze Nationale Opera kwam toch maar met George Benjamins Written on skin, een mijlpaal zelfs. Barbara Hannigan presenteerde onnavolgbaar Let me tell you. En binnenkort gaat Peter-Jan Wagemans' ‘imaginair ballet' Pangea' als wereldpremière in diezelfde ZaterdagMatinee; vergezeld van nóg een première: het Begrafenislied, Pogrebel'naja pesnja, van Igor Stravinsky, die dan voor het eerst in ons land wordt uitgevoerd. Zeker iets om naar uit te kijken. Maar het zijn niet meer dan twee druppels op een gloeiende plaat. We mogen dus blijven mopperen. Op het gebrekkige muziekonderwijs, het gebrek aan speurzin, de ontkenning van het bestaan van echte artistieke kwaliteit, de afkalving van de budgetten, het twaalf-in-een-dozijn repertoire en wat er zoal verder nog te bedenken valt. Maar wat we vooral niet moeten doen is ontkennen dat muziek maar ook muziekprogrammering om vernieuwing vraagt, nee eist. Dat lethargie hierop niet het juiste antwoord is, maar de muziekwereld wel degelijk in zijn greep houdt. Wie vindt dat er niets meer te melden valt houdt zijn mond. Het wordt dan vanzelf de kwintencirkel van de onmacht.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links