CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, maart 2010

 

 

Zemlinsky: Der Traumgörge.

David Kuebler (tenor, Görge), Patricia Racette (sopraan, Gertraud), Iride Martinez (sopraan, Grete), Andreas Schmidt (bariton, Hans), Zelotes Edmund Toliver, Julian Rodescu, Susan Anthony, Machiko Obata, Michael Volle, Lothar Odinius, Natalie Karl, John C. Pierce, Opernchor der Hochschule für Musik Köln, Gürzenich Orchester Kölner Philharmoniker o.l.v. James Conlon.

EMI Classics 6 87679 2 • 73' + 75' • (2 cd's)


Het label EMI heeft ons de afgelopen jaren vergast op een schitterende Zemlinsky-cyclus met James Conlon en het Gürzenich orkest. Een prachtige stoet orkestwerken en opera’s kwamen zo voorbij. Inmiddels is het label bezig om al dat moois een tweede kans te geven, uiteraard voor een bodemprijs. Zo wordt de volgende generatie muziekliefhebbers uitstekend bediend. Dit was destijds (2001) de tweede opera in de reeks, na Der Zwerg. Traumgörge betekent zoveel als Droomsjorsje. Met het verhaal zal ik u niet lastig vallen, wat niet weet, wat niet deert. Zemlinsky vatte het plan voor de opera op terwijl hij helemaal hoteldebotel was van Alma Schindler, de latere mevrouw Gustav Mahler, die al menig mannenhart in het Wenen van rond de eeuwwisseling op hol had doen slaan. De première stond gepland voor 4 oktober 1907 aan de Weense Staatsopera en zou gedirigeerd worden door Gustav Mahler, die inmiddels met Alma was getrouwd.

Zover kwam het echter niet; Mahler nam zijn ontslag en zijn opvolger Felix von Weingartner vond het te link om zijn nieuwe positie te aanvaarden met de première van een opera van een Mahler-protégé. Het stuk verdween, deerlijk verminkt door allerlei reeds door Mahler aangebrachte coupures, in de kast en daar is het blijven liggen, tot de wereldpremiere op 11 oktober 1980 bij het Musiktheater Nürnberg. Het label Capriccio bracht in 1988 een live-opname uit van een concert in de Alte Oper te Frankfurt dat onder leiding stond van Gerd Albrecht. Die opname (inmiddels ook heruitgegeven) maakte nog gebruik van de verknipte partituur en is bijna veertig minuten korter dan deze nieuweling (bij redelijk identieke tempi). EMI presenteert de oorspronkelijke gedachten van de componist. Het herstelwerk is verricht door Busoni/Zemlinsky expert Anthony Beaumont, die ook de voortreffelijke artikelen bij de oorspronkelijke uitgave verzorgde. Traumgörge is voor alles een symfonische partituur, waarbij de zangstemmen vaak bijna ondergeschikt zijn aan het orkestgebeuren (ook in volume! Niet tegenop te zingen). De schitterende en zeer opulente muziek houdt het midden ergens tussen Schönbergs Gurre-Lieder en Mahlers Das klagende Lied.

Waar de nieuwe opname het meest verschilt van de oude is in de rol van Görge, bij Capriccio met veel élan gezongen door Josef Protschka, op EMI door de immer betrouwbare, maar ook wat vlakkere David Kuebler. Voor sommigen kan dat echter ook een voordeel betekenen, want Kuebler trekt de aandacht niet naar zich toe, wat het orkest weer ten goede komt. Iride Martinez (Grete) is beter dan haar evenknie Pamela Coburn, en ook Janis Martin legt het af tegen nieuwkomer Patricia Racette (Gertraud). De beide orkesten zijn aan elkaar gewaagd, het koor uit Keulen zingt beter en heel wat meer dan het Koor van de Hessische Rundfunk, en dirigent Conlon handhaaft het hoge niveau dat hij in de gehele serie heeft weten te behalen. Aan beide opnames is nauwelijks af te horen dat ze live zijn geregistreerd, en in dit geval is die registratie (6-8 juli 1999) van een voorbeeldige kwaliteit, gemaakt in de Philharmonie van Keulen. Wat een luxe!!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links