CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, augustus 2022

Wolf-Ferrari: Suite Veneziana op. 18 Triptychon in E, op. 19 Divertimento in D, op. 20 Arabesken in e, op. 22

Oviedo Filarmonia o.l.v. Friedrich Haider
Naxos 8.573583 • 65' •
Opname: okt. 2008 & mei/juni 2009, Auditorio Principe Felipe de Oviedo (Spanje)

   

Aan de opnamedata is al te zien dat het hier niet om een nieuwe uitgave gaat. De gegevens vermelden dat deze cd eerder verscheen op het label Philartis Vienna in 2010. In de bio van dirigent Friedrich Haider lezen we dat hij voor dat label de complete orkestwerken van Wolf-Ferrari heeft opgenomen, en dit is al de vierde cd in die reeks die zijn weg heeft gevonden naar het label Naxos.

Ermanno Wolf-Ferrari werd geboren in 1872 als Hermann Friedrich Wolf en overleed in 1948 als Ermanno Wolf-Ferrari in zijn geboortestad, Venetië. In dat ene zinnetje ligt tweespalt besloten, een Duitser in Italië, een Italiaan in Duitsland. Zijn vader was een succesvolle kunstschilder van Beierse komaf, zijn moeder een Italiaanse pianiste. Een bezoek aan Bayreuth op jeugdige leeftijd bracht de jonge Hermann zo in verwarring, dat vaderlief besloot dat zijn zoon de kunstacademie in Rome moest gaan volgen. Toen Hermanns muzikale talent niet meer te stuiten was mocht hij gaan studeren bij Joseph Rheinberger in München. Na afsluiting van zijn studie en terugkeer naar Venetië trok hij aanvankelijk positief de aandacht met een oratorium, maar zijn eerste opera, Cenerentola, was geen succes. Dus keerde de jonge componist, die intussen zijn roepnaam in het Italiaans had vertaald, en zijn moeders naam aan die van zijn vader had toegevoegd, terug naar Duitsland. Daar sloeg Cenerentola wel aan - als Aschenbrödel. Internationaal succes kwam met de eenakter Il Segreto di Susanna, in Nederland onder operaliefhebbers wellicht nog bekend als Het rookverbod, een flinterdun verhaal, maar muzikaal in zijn tijd (1909) een voltreffer. De ouverture is Wolf-Ferrari's meest gespeelde werk geworden. De mozartiaanse charme van dit werk geeft duidelijk aan waar Wolf-Ferrari's muzikale voorkeuren vandaan komen. Geschreven in een neo-klassiek idioom ruim tien jaar voordat Stravinsky daarmee furore maakte, gaf Wolf-Ferrari de voorkeur aan Cimarosa, Mozart en Rossini, in plaats van Verdi en Wagner.

In een opvallende parallel met de iets oudere Richard Strauss ontstaan op latere leeftijd werken die vooral gekarakteriseerd worden door heimwee naar het verleden. Beide componisten houden zich allang niet meer bezig met de actualiteit, maar wijken uit naar hun eigen verloren gegane muzikale paradijs. Het resultaat ontroert: het Hoboconcert van Strauss, het Concertino voor althobo en kamerorkest van Wolf-Ferrari; de Metamorphosen van Strauss, het Vioolconcert van Wolf-Ferrari (zijn zwanenzang). Misschien geen meesterwerken, maar wel stukken die zich uit de wurgende greep van de tijdgeest hebben weten los te maken en ons de schoonheid van achter de horizon laten horen.

Deze cd opent met Triptychon (Trittico) opus 19 uit 1936, met de delen Vorgesang, Den toten Helden en Gebet. Het zijn drie langzame delen met een ingetogen en bespiegelende inslag. Het laatste deel is van een bovenaardse schoonheid die de aanschaf van de cd alleen al rechtvaardigt. Het Divertimento opus 20 is een vierdelige suite, net als opus 18, een Venezianische Suite, waarin een barcarolle uiteraard niet mag ontbreken. De Arabesken über eine Arie von Ettore Tito opus 22 zijn een thema en variaties in de beste Münchense traditie: de afsluitende fuga kijkt nostalgisch terug naar zijn oude leraar Joseph Rheinberger, een componistenmaker met de bijnaam Fugenseppl. De eerlijkheid gebiedt om te vermelden dat op het label CPO een cd is verschenen met exact hetzelfde repertoire, door het Münchner Rundfunkorchester onder Ulf Schirmer, die ik hier eveneens besprak. In kwaliteit van spel ontlopen ze elkaar weinig, maar de opname krijgt in Oviedo een weldadige warmte mee.

Deze productie is te danken aan de inspanningen van de Oostenrijkse dirigent Friedrich Haider (1961), die we vooral kennen dankzij de innige samenwerking met de Slovaakse sopraan Edita Gruberova (met wie hij niet gehuwd was). Haider was van 2004 tot 2011 chef-dirigent van de Ovieda Filarmonia, een orkest dat in 1999 werd opgericht in het kielzog van de Spaanse toetreding tot de Europese Unie. Afgaande op het klinkend resultaat (en de liefdevolle toelichting van zijn hand) mag hij met trots op die periode terugkijken, en zijn inspanning om deze registraties op Naxos opnieuw uit te brengen is volkomen gerechtvaardigd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links