CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, mei 2014

 

Haydn: Pianotrio in E, Hob. XV:28

Schumann: Pianotrio nr. 1 in d, op. 63

Widmann: Passacaglia voor pianotrio

Oberon Trio [Jonathan Aner (piano), Henja Semmler (viool) , Rouven Schirmer (cello)]

Avi Music 8553301 71'

Opname: oktober 2012, Kammermusikstudio, SWR Stuttgart

   

Passacaglia is de naam van deze uitgave, een mooie naam voor een album dat drie wezensvreemde toondichters samenbrengt onder één noemer. Dat danken we aan Jörg Widmann (1973), die in 2000 een Passacaglia componeerde voor pianotrio. Widmann is niet alleen componist, hij is een begenadigd klarinetvirtuoos. In beide hoedanigheden was hij vele malen in Nederland te horen, zowel in de ZaterdagMatinee als bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Eerder besprak ik hier zijn orkestwerk Messe uit 2005, dat niets met zingen of liturgie te maken heeft, maar alles met rituelen. Zo is het ook met zijn Passacaglia voor pianotrio, die niets met de traditionele passacaglia (variaties op een basthema) te doen heeft. Widman neemt de omschrijving van het karakter van deze oude dans als uitgangspunt: langzaam en statig voortschrijdend. Dat is precies wat deze deze muziek doet - in één lange spanningsboog, waarin het tempo niet wezenlijk verandert, maar de dynamische krachten enorm oplopen. Prachtig om te horen hoe je in de eenentwintigste eeuw je ziel in noten kunt leggen zonder dat het de luisteraar boven de pet gaat. In dat opzicht is Widmann een waardige leerling van Hans Werner Henze en Wolfgang Rihm. Aardige anekdote: Widmann studeerde al een paar jaar bij Rihm voordat die doorhad dat zijn leerling een eminent klarinettist is.

De andere beide werken zijn door het Oberon Trio gekozen op hun geestverwantschap met het idee passacaglia. Joseph Haydn schreef in 1797 in Londen zijn drie laatste pianotrio's voor het huwelijksfeest van kunsthandelaar Gaetano Bartolozzi en pianiste Theresa Jansen. Het tweede van die trio's heeft een middendeel met een prachtig voortschrijdende bas, een verschijnsel dat we later een 'wandelbas' zijn gaan noemen. In het Eerste pianotrio uit 1847 van Robert Schumann gebeurt iets soortgelijks in het langzame (derde) deel, dat bovendien door het Oberon Trio prachtig geheimzinnig en ingehouden wordt verklankt. Die kwaliteit geldt onverkort voor de gehele cd, en voor de enorme toewijding die spreekt uit het gepassioneerde spel in Widmanns partituur is een extra compliment op zijn plaats.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links