CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, maart 2020

Weinberg - Clarinet Music

Weinberg: Klarinetconcert op. 104 – Klarinetsonate op. 28 – Kamersymfonie nr. 4 voor klarinet en strijkorkest, op. 153

Robert Oberaigner (klarinet), Michael Schöch (piano), Dresdner Kammersolisten o.l.v. Michail Jurowski
Naxos 8.574192 • 83 •
Opname: febr 2019 (klarinetsonate), Haus der Musik, Innsbruck; maart & sept. 2019 (overige werken), Lukaskirche, Dresden

   

Toen in 1991 de Sovjet Unie uiteenviel braken daar voor veel componisten barre tijden aan. Inkomsten uit film- en toneelmuziek, compositie-opdrachten en staatsprijzen behoorden tot het verleden. Wie zoals Gija Kantsjeli en Sofia Goebaidoelina de benodigde contacten had nam de wijk naar het Westen, achterblijvers waren de klos. Mieczyslaw Weinberg was een van die achterblijvers, vijfenzeventig jaar oud, ziek en zonder inkomen. Componeren was het enige waartoe hij nog in staat was, en hij heeft kans gezien om tot 1992 nog een symfonie en een kamersymfonie te voltooien. Toen hij in 1996 overleed liet hij zijn laatste symfonie, nummer 22, onvoltooid achter.

Wat bezielde Weinberg om in 1987 te beginnen aan een viertal ‘kamersymfonieën' na het respectabele aantal van twintig symfonieën te hebben voltooid? Zelf gaf hij in een interview aan dat het te maken had met het feit dat hij al meer dan twintig symfonieën op zijn naam had staan en door de hoge nummering in de war raakte. Onzin natuurlijk, en een andere reden ligt wellicht meer voor de hand. Een paar strijkkwartetten van zijn grote vriend Dmitri Sjostakovitsj waren door Rudolf Barshai bewerkt voor een grotere strijkersbezetting en uitgegeven als Chamber Symphonies. Weinberg heeft wellicht gedacht ‘dat kan ik ook'. Hij herinnerde zich zijn tweede strijkkwartet uit 1940, dat nog niet was gepubliceerd, en nam het opnieuw onderhanden. Een logische tweede stap leek om er dan maar meteen een versie voor strijkorkest van te maken, en ziedaar: de Eerste Chamber Symphony was geboren, en ze draagt hetzelfde opusnummer als het strijkkwartet nummer twee – opus 145. Nadat de eerste stap was gezet besloot Weinberg om ook twee andere kwartetten onderhanden te nemen, het derde en het vijfde. Voor zijn vierde kamersymfonie koos Weinberg een afwijkende bezetting, met een klarinet in de hoofdrol. Ook in dit werk citeert hij zichzelf: het koraal waarmee het werk begint speelt een belangrijke rol in de opera Het Portret (Weinberg schreef maar liefst tien opera's). De vierde kamersymfonie is het laatste werk dat Weinberg voltooide, en het is tegelijkertijd een van zijn meest ontroerende scheppingen – waarin altijd in het tranendal op miraculeuze wijze de zon weet door te breken.

De klarinet is de verbindende schakel met de overige werken op deze cd, speelstukken met een hoog virtuoos gehalte. De klarinetsonate uit 1945 is een substantieel werk van twintig minuten dat onder klarinettisten niet onopgemerkt is gebleven. In het driedelige klarinetconcert uit 1970 met een speelduur van een half uur blijft het orkest beperkt tot een strijkersbezetting.

Het label Naxos houdt zich al enige tijd intensief bezig met het oeuvre van Weinberg, en zorgde in het Weinbergjaar 2019 voor een voorbeeldige registratie van de kamersymfonieën 1 en 3. Dat hoge niveau wordt op deze cd zelfs nog overtroffen door het strijkersensemble dat luistert naar de bescheiden naam Dresdner Kammersolisten. Een strijkorkest dat bestaat uit leden van de Staatskapelle Dresden, en dat jaarlijks wordt samengesteld voor het Sjostakovitsj Festival in Gohrisch, een kuuroord net buiten Dresden, aan de grens met Tsjechië. De dirigent is niemand minder dan Michail Jurowski (1945), vader van Vladimir Jurowski, de nieuwe GMD van de Bayerische Staatsoper. De klarinettist is Robert Oberaigner, soloklarinettist van de Staatskapelle Dresden. Dit zijn niet de enige opnamen van deze werken die de catalogus te bieden heeft, maar ze zijn moeilijk te overtreffen – niet in de laatste plaats door de voortreffelijke registratie, waarvoor opnameleider annex technicus Karsten Zimmermann verantwoordelijk is. Op het label ECM zorgde Mirga Gražinyte-Tyla voor een studio-registratie van de vierde kamersymfonie met de Kremerata Baltica die eveneens hoge ogen gooit, maar gecombineerd wordt met live-uitvoeringen van de andere drie kamersymfonieën met een lawaaiig publiek. Wanneer Naxos kans ziet om ook de tweede kamersymfonie op dit niveau op te nemen heeft de verzamelaar hier een gouden kans voor een verwaarloosbaar bedrag. En als u het nog niet begrepen had: die vier kamersymfonieën horen tot het beste wat uit de pen van Weinberg tot ons is gekomen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links