CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2011

 

 
   
 
   
 

Wagenaar: Ouverture ‘De getemde feeks’ op. 25 – Levenszomer op. 21 – Saul en David op. 24 – Romantisch Intermezzo op. 13 – Frithjofs Meerfahrt op. 5

Nordwestdeutsche Philharmonie o.l.v. Antony Hermus

CPO 777 479 • 50' •

 

 

Wagenaar: Levenszomer op. 21 – Sinfonietta op. 32 – Ouverture ‘De Filosofische Prinses’ – Elverhöi op. 48 – Aveux de Phèdre voor sopraan en orkest op. 41 – Larghetto voor hobo en orkest op. 40

Janny Zomer (sopraan), Ingrid Nissen (hobo),
Radio Symfonie Orkest o.l.v. Eri Klas

Et'cetera KTC 1326 • 74' •

 

Wagenaar: De getemde feeks op. 25 – Saul en David op. 24 – Driekoningenavond op. 36 – De Cid op. 27 – Amphitrion op. 45 – Wiener Dreivierteltakt op. 38 – Cyrano de Bergerac op. 23

Koninklijk Concertgebouworkest
o.l.v. Riccardo Chailly

Decca 425 833 • 66' •

 


 
  Johan Wagenaar (1862-1941)

Niet zonder respect zou je Johan Wagenaar de Hollandse Richard Strauss kunnen noemen. Richard werd geboren in 1864, Johan in 1862. Beiden schreven ze virtuoze orkestwerken die opvallen door hun briljante orkestraties. Strauss werd wereldberoemd en zijn werken trekken volle zalen, Wagenaar is vergeten. Zo nu en dan betaalt een Nederlands orkest nog lippendienst aan deze toondichter door een concert te openen met een van zijn concertouvertures, maar dan hebben we het wel gehad. In het museum van muziekconserven ziet het er ietsjes zonniger uit.

Die zon ging schijnen toen Riccardo Chailly, kersvers bij het KCO, het label Decca wist te overtuigen om te investeren in een album met zeven concertouvertures. Dat kwam uit in 1990 en maakte de internationale muziekwereld attent op deze vergeten toondichter. De reacties waren allervriendelijkst, maar een heruitgave van die cd is tot op heden uitgebleven. Door de inspanningen van de publieke omroep werd een aanvullende cd geproduceerd, die uitkwam op het label Et'cetera. Het diepbetreurde Radio Symfonie Orkest onder chefdirigent Eri Klas speelde daarop compleet verschillend repertoire. De derde kennismaking betreft Duitse label CPO, uitgebracht in 2009, met een jonge Nederlandse dirigent die zijn carrière in Duitsland realiseert: Antony Hermus (1973). Voor de verstokte verzamelaar biedt deze schijf slechts twee nieuwe titels, het korte ‘Romantisch Intermezzo’ en de vroege concertouverture Frithjofs Meerfahrt. Voor de volledigheid: Jac van Steen – de leraar van Hermus – maakte voor het label NMClassics een cd met de titel ‘Dutch Overtures’. Daarop vinden we laatstgenoemde ouverture terug, samen met de Concertouverture op. 11, ook bekend onder de titel Frühlingsgewalt.

Johan Wagenaar heeft een leven lang geleden onder zijn afkomst. Hij was de zoon van een patriciër die acht kinderen verwekte bij de dienstbode van zijn ouders. Zodra de eerste zwangerschap zichtbaar was werd de dienstbode ontslagen en op straat gezet. Wagenaars biologische vader bekommerde zich gelukkig materieel om zijn liefde en zorgde voor een huis en een inkomen. Johan was het vijfde kind uit deze verbintenis, die volgens de toenmalige maatschappelijke normen tolerabel was zolang er maar niet van een huwelijk sprake was. Wagenaar was dus wat toen nog een bastaard heette, en hij heeft zeven jaar moeten wachten om met zijn grote liefde – die ook uit betere kringen afkomstig was – te kunnen trouwen. Overigens had Johan een regelmatig en goed contact met zijn vader, die iedere avond op bezoek kwam en betaalde voor zijn opleiding aan de Utrechtse muziekschool. Al in een vroeg stadium nam Bernard Zweers de jongen onder zijn hoede, en leidde hem op tot organist en componist. Uiteindelijk zou hij Zweers opvolgen als Domorganist en directeur van het Utrechts Conservatorium. Wagenaar was een ongelofelijk harde werker en een uitstekend pedagoog en administrateur. Dat was niet alles: als dirigent van het Utrechts Stedelijk Orkest verzorgde hij onder meer de plaatselijke premières van Mahlers Symfonieën 2, 3 en 4. Als organist genoot hij bekendheid door zijn Bach-interpretaties en zijn briljante improvisaties. In 1919 maakte hij de overstap naar het Koninklijk Conservatorium te Den Haag, waar hij tot aan zijn pensionering als directeur werkzaam bleef. Hij overleed in 1941.

Wagenaar liet een overzichtelijk oeuvre na, waarvan de concertouvertures de hoofdmoot vormen. Zijn humoristische cantate ‘De Schipbreuk’ heeft lang repertoire gehouden en is ook op elpee verschenen, maar bevindt zich inmiddels ver achter de muziekhorizon. Twee opera’s schreef hij ook, maar daarvan werkt de tekst anno nu op de lachspieren. Alsof hij dat voorvoelde heeft de componist suites getrokken uit die opera’s. Het zou aardig zijn geweest wanneer Hermus één van die suites aan zijn cd had kunnen toevoegen – er was ruimte genoeg. Het is natuurlijk idioot dat we nog steeds geen complete editie van deze briljante orkestwerken in de catalogus hebben. Een vergelijkbare Britse componist als Sir Granville Bantock is door Chandos prachtig in beeld gebracht – Johan Wagenaar heeft zich in Nederland een halve eeuw met twee ouvertures tevreden moeten stellen. Willem van Otterloo nam met zijn Residentie Orkest op 3 april 1954 voor Philips ‘De Getemde Feeks’ en Cyrano de Bergerac’ op – uiteraard in mono, en in sneltreinvaart (ze zitten in de doos met ‘original recordings’ van Van Otterloo op het label Challenge).

Verzamelaars die zich indertijd de cd van Chailly en het toen net Koninklijke CO hebben aangeschaft weten zich verzekerd van een onvervangbaar document, schitterend gemusiceerd en prachtig opgenomen. De uitgave van Et'cetera is nog steeds te krijgen, en is bijzonder door het onderscheidende repertoire. Onder andere de Sinfonietta die Wagenaar schreef als dankbetuiging aan de Universiteit van Utrecht, die een eredoctoraat verleende aan de verschoppeling die niet eens de middelbare school had bezocht. Daar zit een aardige anecdote aan vast: Catherina van Rennes tegen Wagenaar op de receptie: ‘Dag Doctor zonder patienten’, Wagenaar zonder een seconde te aarzelen: ‘Dag Mevrouw zonder man’ (de ongetrouwde Catherina stond erop als Mevrouw te worden aangesproken, in plaats van het gangbare Juffrouw).

Eri Klas realiseert met ‘zijn’ orkest indrukwekkende uitvoeringen, waarin liefde voor de grote lijn en souplesse de sleutelwoorden zijn. De warme en doorzichtige opnamen werden gemaakt in de studio van het orkest in Hilversum in 2000 en 2002, en uitgebracht in 2008.

Te oordelen naar de prima resultaten die Antony Hermus boekt met de Nordwestdeutsche Philharmonie, is de kans groot dat we meer van hem te horen zullen krijgen. Er is lef voor nodig om zo’n uitgave te openen met ‘De Getemde Feeks’, wetend dat je daarmee de competitie aangaat met alle grote dirigenten van het Concertgebouworkest. Hermus heeft zich niet gek laten maken en kiest voor een openingstempo dat net iets rustiger is dan dat van Chailly, maar ons wel de tijd gunt om in al die ademloze drukte de details waar te nemen. Het label CPO maakt zich al sterk voor Nederlandse componisten als Röntgen, Badings en Van Gilse, met David Porcelijn als dirigent. Daar zijn nu Johan Wagenaar en Antony Hermus aan toegevoegd. Ze zijn van harte welkom.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links