CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, maart 2013

 

   

Voormolen: Baron Hop Suite nr. 1 en 2 – Eline (nocturne voor orkest) – Concert voor twee hobo’s en orkest

Pauline Oostenrijk en Hans Roerade (hobo), Residentie Orkest o.l.v. Matthias Bamert

Chandos CHAN 9815 • 72' •

Opname: 25-28 mei 1999, Dr Anton Philipszaal, Den Haag

 

 

 


Het Residentie Orkest had lange tijd een reputatie op te houden wanneer het ging om het uitvoeren van Nederlandse muziek. In de jaren 1980 nam het twee kloeke boxen met elpees op onder de noemer ‘400 jaar Nederlandse muziek’. Een prachtige bloemlezing die later door het label Olympia op cd is uitgebracht en inmiddels helaas met een lampje gezocht moet worden. In de aanloop naar het 100-jarig bestaan van het orkest in 2004 nam Leo Samama, de toenmalige artistiek leider van het orkest, het initiatief tot een nieuwe serie cd’s. Nu in een samenwerking met het label Chandos, met de laatste twee eeuwen als onderwerp. Mooie producties kwamen tot stand met werken van Hol, Verhulst, Dopper, Vermeulen en Voormolen. Jammer dat de samenwerking voortijdig tot een eind kwam. Gelukkig hebben alle titels hun plaatsje in de catalogus behouden, al is de Vermeulen-cd alleen nog als download of cd-r te verkrijgen. Het Residentie Orkest staat intussen voor de meest ingrijpende verandering in zijn meer dan honderjarige bestaan: een drastische inkrimping van de personele bezetting. Willem van Otterloo draait zich om in zijn graf.

Alexander Voormolen (1895-1980) is een Haagse componist bij uitstek, maar hij werd geboren in Rotterdam; zijn vader was daar hoofdcommissaris van politie. De begaafde Alexander werd al in 1909 naar Utrecht gestuurd voor lessen bij Johan Wagenaar. Toen zijn vader kort daarna overleed nam Wagenaar hem op in zijn compositieklas. Zo kon de jonge Voormolen zich vanaf zijn zestiende bekwamen in het vak van componist. In 1916 voerde de Franse dirigent Rhené-Baton een werk van hem uit met het Residentie Orkest, en nodigde hem naar aanleiding daarvan uit om naar Parijs te komen. Voormolen studeerde in Parijs bij Albert Roussel, en raakte bevriend met Ravel. De laatste zorgde ervoor dat muziekuitgever Rouart et Lerolle zijn werken ging publiceren. In 1919 keerde Voormolen terug naar Nederland, waar hij zich terugtrok in Veere (Zeeland). Ondanks een warme aanbeveling van Ravel werd hij geen compositieleraar aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij sinds het midden van de jaren 1920 woonde. Hij schreef kritieken voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant, en werd in 1938 bibliothecaris van het Koninklijk Conservatorium – zo kon hij ook in kantoortijd componeren....

Burgemeester mr. H.A.M.T. Kolfschoten reikt in de Raadzaal aan de Javastraat in Den Haag de Johan Wagenaarprijs 1960 uit aan Alexander Voormolen
( v.l.n.r. de burgemeester, Alexander Voormolen, mevrouw E. du Perron die voor haar broer Robert de Roos de Willem Pijperprijs 1961 in ontvangst nam en Bertus van Lier die de Sem Dresdenprijs kreeg)

Sinds de première van zijn Quatuor à Cordes (strijkkwartet) in 1919 genoot het werk van Voormolen in Nederland een gezonde belangstelling. Zijn werken werden gespeeld door Willem Mengelberg en door Evert Cornelis, dirigent van het Utrechts Stedelijk Orkest. Er was echter een probleem: zodra een nieuw orkestwerk was uitgevoerd werd het door de componist in de prullebak gegooid. Bijna de helft van Voormolens orkestwerken zijn op die manier vernietigd. Wat overbleef zijn de beide orkestsuites over Den Haag, onder de titel Baron Hop (van de Haagse hopjes), een paar losse orkeststukken, en twee soloconcerten: het concert voor twee hobo’s (1933) en het hoboconcert (1938). De concerten werden geschreven voor Jaap en Haakon Stotijn en hebben decennialang een vaste en welverdiende plaats gehad op de Nederlandse concertpodia.

Na de machtsovername door de bruinhemden in 1940 brak er in Nederland al snel een perfide situatie aan voor de componerende Hollanders. Hitler had muziek en muziekopvoeding hoog in het vaandel, en zijn bewind handelde navenant. Musici die in de jaren 1930 hun salaris jaarlijks met tientallen procenten hadden zien verminderen kregen in één klap het dubbele. Zeg daar maar eens nee tegen. Componisten kregen opdrachten toegekend volgens een puntensysteem – hoe belangrijker het aanzien van de toondichter, des te rijker de beloning. Het logische gevolg was dat jonge talenten als Bertus van Lier en Alexander Zwaap (Lex van Delden) in het verzet gingen. Mannen van aanzien als Henk Badings en Alexander Voormolen gingen in op de aanbieding, en zagen zich verzekerd van een inkomen. De dappere Hendrik Andriessen moest zijn weigering bekopen met een internering. Voormolen was van het rijtje Badings, van Otterloo, Pijper, Willem Landré en Guillaume Landré, de meestgespeelde componist. Dat brak hem in de naoorlogse zuiveringen zuur op: hij werd voor drie jaar uitgesloten van publieke activiteiten. Maar Voormolens tijd zou nog komen, mede door de opkomst van de televiesie. Zijn liefde voor de schrijver Louis Couperus maakte hem eminent geschikt als leverancier van de muziek bij de televisiserie ‘De kleine zielen’ (1969). De Canzone (het langzame deel) uit het hoboconcert diende als herkenningsmelodie, en heeft zo talloze Hollandse huiskamers bereikt. Hoboist Han de Vries heeft die Canzone uitgebracht op zijn cd ‘Appassionato’, maar dan in een gereduceerde versie. Gelukkig bevinden beide hoboconcerten zich ook in de onlangs verschenen box van Han de Vries, ‘The Radio Recordings’ (klik hier). Ik hoop van harte dat het Pauline Oostenrijk en haar bedreigde collega’s van het Residentie Orkest vergund is om de ultieme opname van dit schitterende concert te mogen maken.

De taal van Alexander Voormolen wortelt van begin af aan in wat we kennen als het Franse impressionisme. Dat hij studeerde bij Roussel, en niet bij Ravel, is vooral terug te horen in de wat ‘drogere’ benadering van zijn melodische materiaal. Het eindresultaat is in de werken die behouden bleven een mengeling van neo-klassicisme, impressionistische orkestkleur, en bijna neo-barokke melodiepatronen. Het recept wordt nog gecompliceerder wanneer Voormolen Hollandse deuntjes in de mix gooit, zoals in de Baron Hop Suites. Voor de oren van nu is een chromatische behandeling die het midden houdt tussen Ravel en Reger niet echt de ideale manier om ‘Alle eendjes zwemmen in het water’ of ‘Wilhelmus van Nassouwe’ als melodieus materiaal te rechtvaardigen. Daartegenover staan in mijn herinnering de prachtige ‘Tableaux des Pays Bas’ (Taferelen uit de lage landen) voor piano, die Danièle Dechenne me ooit als lesmateriaal meegaf. Wonderlijk dat geen enkele pianist ooit op het idee is gekomen om een mooie cd met de pianomuziek van Voormolen te maken. Een gemiste kans voor open doel. Hetzelfde geldt voor de Eerste vioolsonate uit 1917, die decennialang repertoire hield: waar is ze te horen?

Deze cd biedt een prachtig overzicht van de orkestmuziek van Alexander Voormolen. Dat het Residentie Orkest ervoor tekent is niet meer dan logisch. De beide solohoboïsten van het orkest presenteren wat mij betreft de definitieve opname van het concert voor twee hobo’s. Han de Vries en Bart Schneemann kunnen er ook wat van, maar zij moeten het stellen met een live-opname tijdens de Nederlandse Muziekdagen, met begeleiding van een nogal onrustig publiek. Voor deze opname is de tijd genomen, en de matige akoestiek van de Philipszaal is keurig weggewerkt. Het resultaat is sprookjesachtig. Oude tijden herleven en schitterende muziek krijgt een tweede kans.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links