CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, mei 2019

 

Ysaÿe: Poème élégiaque op.12

Franck: Vioolsonate in A

Vierne: Vioolsonate in g, op. 23

(L) Boulanger: Nocturne

Alina Ibragimova (viool), Cédric Tiberghien (piano)
Hyperion CDA68204 • 78' •
Opname: januari 2018, Henry Wood Hall, Londen

 

Twee grote vioolsonates die alles met elkaar te maken hebben, en waarvan de één ontelbare malen is opgenomen door grote vioolvirtuozen en de ander het moet stellen met een handvol registraties door dappere strijders. Maar vanaf nu wordt alles anders, want topvioliste Alina Ibragimova heeft de stukgespeelde Vioolsonate van César Franck op haar laatste cd gecombineerd met de verwaarloosde Vioolsonate van Louis Vierne, en daarvoor verdient ze een lauwerkrans.

De betekenis van César Franck beperkt zich bepaald niet tot de Franse muziek, en zeker niet tot het orgel. Met zijn Symfonie in d en de late kamermuziekwerken heeft hij meesterwerken geschapen die een blijvende invloed hebben uitgeoefend op meer dan één generatie, en ver buiten de Franse landsgrenzen. Koploper in dat kamermuzikale oeuvre is de Vioolsonate in A, een werk dat zowel in zijn vorm als in zijn structuur nieuwe wegen heeft gebaand. Het ontstaan van het werk getuigt van de vriendschap tussen Franck en de Belgische vioolvirtuoos Eugène Ysaÿe. Het was het huwelijkscadeau van Franck aan zijn jongere stadgenoot, en luisterde op 26 september 1886 de feestelijkheden op. De rest is geschiedenis: ieder jaar verschijnen er sinds mensenheugenis nieuwe opnamen van deze sonate, misschien wel de meest geliefde sonate uit het gehele vioolrepertoire. Volgens sommige geleerden ontbeert het werk een langzaam deel, maar die missen dan toch een punt. Deze sonate is gebouwd volgens de principes van de aloude sonata da chiesa, een vierdelige barokke uitvinding die de tijden doorstond, en gebaseerd is op de volgorde langzaam-snel-langzaam-snel. Alina Ibragimova en Cédric Tiberghien hebben dat uitstekend begrepen, getuige de breekbare en aarzelende inzet van het eerste deel en de exuberante extase van het laatste deel. Tiberghien levert in de waanzinnig moeilijke pianopartij een topprestatie, en Ibragimova laat horen dat deze stukgespeelde partituur nog lang niet uitgespeeld is.

Louis Vierne (1870-1937) was een leerling van Franck, en zijn faam heeft hij in de eerste plaats verworven met zijn orgelwerken – vanaf 1900 is zijn naam verbonden met de Notre Dame van Parijs. Maar diezelfde Vierne veroverde op zijn vijftiende een Premier Prix in vioolspel aan het Parijse Conservatoire. Hij wist wat hij deed toen hij een vioolsonate componeerde op verzoek van Ysaÿe, die het werk in 1908 in première bracht en op zijn programma's hield. Waarom deze sonate daarna geruisloos van het repertoire kon verdwijnen is raadselachtig, maar dat geldt voor veel meer werken uit de portefeuille van Vierne, waaronder het prachtige pianokwintet. Daarvan verscheen een uitstekende uitvoering op Brilliant Classics 95367, die hier is besproken.

Het lag voor de hand dat Ibragimova voor dit recital een aanvullend werk zou kiezen van de hand van Ysaÿe, in zijn tijd een aanbeden vioolvirtuoos, maar de afgelopen jaren dankzij de kleine cd-labels steeds meer herontdekt als componist. De cd opent met zijn Poème élégiaque, een kamermuzikaal symfonische meditatie van een kwartier op de grafscene uit Shakespeare's Romeo and Juliet.

Ibragimova sluit af met een overrompelende toegift, een Nocturne van Lili Boulanger, veel te jong gestorven en verbijsterend begaafd. In de slotmaten van dit kleinood laat Ibragimova horen waarin haar kracht schuilt. Ze tilt Boulanger en zichzelf naar een hoger plan.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links