CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, oktober 2019

MacMillan: Tromboneconcert

Verbey: LIED voor trombone en orkest

Berio: SOLO voor trombone en orkest

Jörgen van Rijen (trombone), Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer (MacMillan), Markus Stenz (Verbey), Ed Spanjaard (Berio)
BIS-2333 • 68' • (sacd)
Live-opnamen: 16-17 december 2004 (Berio), 18-19 september 2007 (Verbey), 21 en 23 april 2017 (MacMillan), Concertgebouw, Amsterdam

* * *

Verbey: Fractal Symphony – Pianoconcert – Klarinetconcert

Ellen Corver (piano), Sjef Douwes (klarinet), Residentie Orkest o.l.v. Etienne Siebens (Symphony), Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Jaap van Zweden (Pianoconcert), Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Markus Stenz (Klarinetconcert)
Et'cetera KTC 1344 • 72' •
Live-opname: 28 januari. 2005 (Symphony), 13 mei 2006 (Pianoconcert), 13 januari 2006 (Klarinetconcert), Concertgebouw, Amsterdam

   

 

 


Het trieste toeval wil dat ik een paar dagen nadat de nieuwe cd van Jörgen van Rijen arriveerde, hoorde van het overlijden van Theo Verbey . Dat zou eigenlijk een geldige reden moeten zijn voor een In Memoriam, maar ik betwijfel of Theo dat wel terecht zou hebben gevonden. Bovendien verscheen er van de hand van Erik Voermans een ontroerende persoonlijke herinnering in Het Parool, die op internet is te lezen. Daar verwijs ik graag naar, en beperk me liever tot wat losse observaties die te maken hebben met datgene waar OpusKlassiek zich mee bezighoudt: het bespreken van geluidsdragers.

In een groot interview met Erik Voermans (Van Andriessen tot Zappa, Deuss Music, 2016) lezen we dat Theo een cultuurpessimist was die zich grote zorgen maakte over de onvermijdelijke teloorgang van de klassieke muziek, en aangaf dat ‘in Nederland professioneel componeren een lastige zaak is. De mogelijkheden zijn beperkt'. Hij geeft vervolgens drie redenen die de moeite waard zijn om op te sommen:

Allereerst de revolutie in de reproductie van geluid en muziek met mechanische middelen. Van de lakplaat tot streaming. Eerst kon er goed worden verdiend aan die platen, en nu moet alles gratis. De tweede revolutie is het ontstaan van de jazz en de popmuziek, en wellicht de wereldmuziek, die het belang van klassieke muziek hebben verkleind. Dan is er nog een derde ontwikkeling, namelijk dat er sinds de negentiende eeuw een voorkeur ontstaat voor repertoire uit de vroeg-negentiende eeuw. Beethoven, die in 1828 is gestorven, is rond 1880 in Parijs al een veel gespeeld componist. Als het Concertgebouw in 1888 wordt geopend, staat er een stuk van Beethoven geprogrammeerd. Die man is dan al meer dan zestig jaar dood! Dat is heel bijzonder, want het normale proces is dat er om de vijftig, zestig jaar een vernieuwing van het repertoire komt, met de gedachte dat ‘ouwe meuk' leuk is voor specialisten, maar niet meer voor het publiek. Dat heeft ertoe geleid dat de klassieke uitvoeringspraktijk en de levende componist uiteindelijk in een geweldig marginale situatie zijn beland.

Theo Verbey (1959-2019)

Nu zal de lezer terecht opmerken dat het met die marginale situatie wat Verbey betreft wel meeviel. De dag voor zijn overlijden speelde het Residentie Orkest de Nederlandse première van zijn orkestwerk After the Great War. De eerste uitvoering daarvan had een jaar eerder in het Finse Tampere plaatsgevonden. En binnenkort speelt het Concertgebouworkest zijn nieuwe orkestwerk Ariadne. De feiten liegen er niet om.

Maar laten we het eens omdraaien. Datzelfde KCO speelde tot nu toe 33 keer een stuk van Theo Verbey, maar….. daarvan betrof het 24 keer de orkestratie die hij als conservatoriumstudent maakte van de Pianosonate van Alban Berg. Een huzarenstukje waarmee hij internationaal de aandacht trok en dat dan ook dankbaar door Riccardo Chailly werd omarmd en voor Decca werd opgenomen. Dan blijven er nog negen stukken over, en van die negen waren er twee een opdracht voor het KCO, Alliage uit 1999 en LIED voor trombone en orkest uit 2007. Bij de overige vijf gaat het opnieuw om orkestraties (Rachmaninov en Janácek). Zonder het beschuldigende vingertje op te heffen mag men toch wel vaststellen dat twee opdrachtwerken in het leven van een Nederlandse componist van deze statuur in een carrière van bijna veertig jaar nou niet echt overhoudt.

Wanneer we ons beperken tot de discografische nalatenschap van Verbey stuiten we op hetzelfde beeld. De grote online webwinkel JPC biedt slechts één titel uit 2007 op het label Et'cetera, met de Fractal Symphony, het Klarinetconcert en het Pianoconcert. Twee uitgaven die in de jaren negentig uitkwamen op Composers Voice van Donemus zijn samen met dat label gesneuveld. Uiteraard mogen we blij zijn met deze nieuwe cd, maar dan wel met de kanttekening dat het hier gaat om een live-opname die al twee maal eerder verscheen: eerst als onderdeel van Horizon I, een eigen uitgave van net KCO (hier besproken en inmiddels uitverkocht) en in 2013 in de Anthologie van het KCO 2010-20. Gelukkig is er op YouTube een ruime keuze uit het werk van Verbey beschikbaar.

Trombonevirtuoos Jörgen van Rijen is solotrombonist van het KCO en een tovenaar op zijn instrument. Hij heeft al de nodige cd's uitgebracht op het label Channel Classics, maar is een paar jaar geleden verkast naar het label BIS. Hier presenteren de Zweden een drietal live-opnamen die van Rijen in de loop van zijn carrière bij het KCO realiseerde. Behalve Verbey stonden de Schot James MacMillan en de Italiaan Luciano Berio op het programma. Berio (1925-2003) is de oudste van de drie, maar klinkt het modernst. Zijn SOLO voor trombone en orkest, geschreven voor Christian Lindberg, is strikt genomen geen tromboneconcert, maar precies wat de titel aangeeft – een solo waaruit de orkestpartij wordt gegenereerd. James MacMillan (1959) droeg zijn tromboneconcert op aan Jörgen van Rijen, maar schreef het werk als een in memoriam voor zijn kleindochtertje Sara Maria, die op vijfjarige leeftijd overleed toen hij aan de compositie begon. Desondanks is het geen zwaarmoedig werk, wel zijn hier en daar momenten van middeleeuwse verstilling waar te nemen.

Blijft over het LIED van Verbey, in alles behalve de naam een vierdelig tromboneconcert. Verbey werd tot die titel geïnspireerd door het vocale karakter van de trombone. Een aardige uitspraak van de componist: de trombone is als een bodybuilder die een baby in slaap zingt. Verbey was in de beginjaren van de nieuwe eeuw gekomen tot een zeer toegankelijke taal die hij baseerde op getalsverhoudingen uit de wiskunde (fractals). Dat ging gepaard met een uitgesproken eclecticisme waar hij zelf niet moeilijk over deed en zelfs als logisch beschouwde. De rijke oogst in zijn oeuvre heeft misschien wel plaatsgevonden in de jaren voorafgaande aan zijn tromboneconcert. Een goede reden om deze bespreking niet te beperken tot deze ene heruitgave maar om nog eens met nadruk de aandacht te vestigen op die essentiële uitgave uit 2007. Een mooier In Memoriam kan ik niet verzinnen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links