CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, april 2013

 

 

Turina: Danzas fantásticas op. 22 - Poema en forma de canciones op. 19 - Saeta en forma de salve a la Virgen de la Esperanza op. 60 - Farruca uit Triptico op. 45 - Ritmos op. 43 - Sinfonía sevillana op. 23

Clara Mouriz (mezzosopraan), BBC Philharmonic Orchestra o.l.v. Juanjo Mena

Chandos CHAN 10753 • 71' •

Opname: december 2011, januari en juni 2012, MediaCity Salford Quays, Manchester


Spaanse muziek beperkt zich op de Nederlandse concertpodia tot het Concerto de Aranjuez van Joaquín Rodrigo, en een handvol werken van Manuel de Falla. De kleurrijke partituren van Isaac Albeniz en Enrique Granados zijn verbannen naar Classic FM en Muziek aan Tafel. Joaquín Turina? - nooit van gehoord.

Joaquín Turina werd geboren in 1882, net als Igor Stravinsky. Manuel de Falla (1876-1946) was zes jaar jonger, en door hem is de Spaanse concertmuziek in de twintigste eeuw op de kaart gezet. Samen studeerden ze in Parijs, waar Turina het vak leerde aan de Schola Cantorum, het conservatieve bolwerk waar Vincent d'Indy het evangelie volgens César Franck predikte. Geen wonder dat Turina's opus 1 een degelijk Franckiaans Pianokwintet werd. Isaac Albeniz was bij de première aanwezig en hielp de jonge componist met de publicatie van zijn eersteling. Hij gaf hem wel de goede raad om in het vervolg nooit meer zulke muziek te schrijven, maar zich te baseren op de Spaanse volksmuziek, en in het bijzonder de Andalusische - Turina was afkomstig uit Sevilla, de stad van de flamenco. Turina nam de raad ter harte, en hij heeft tot zijn dood in 1949 een groot en kleurrijk Spaans oeuvre geschapen. Slechts een klein deel daarvan is orkestmuziek, en de drie bekendste werken voor het grote concertpodium vinden we op deze cd, die het label Chandos uitbrengt in de serie 'La Musica de Espana'. Het idee voor de serie is zonder twijfel ingegeven door het feit dat het BBC Philharmonic Orchestra sinds kort wordt geleid door de Spaanse dirigent Juanjo Mena. Een eerdere uitgave in de serie met werken van Xavier Montsalvatge door dit team werd hier enthousiast onthaald. Op deze cd zijn symfonische werken gekoppeld met vocale muziek voor mezzosopraan en orkest. Soliste is Clara Mouriz, die eveneens te horen was in de Cinco Canciones Negras van Montsalvatge.

De schijf opent met de Danzas Fantásticas op. 22, Turina's bekendste orkestrale werk. De stijl is Spaans nationalistisch, en de invloeden van Chabrier, Debussy en de Falla zijn onmiskenbaar. Er zijn drie delen, een Catalaanse Exaltación, een Ensueño met Baskische invloeden, en een Sevillaanse Orgía. Na dit orkestrale begin volgt een vocaal blok, om te beginnen het Poema en forma de canciones, op. 19 - een cyclus van vier liederen, voorafgegaan door een uitgebreide inleiding voor piano solo. De originele versie ontstond in 1919, later maakte Turina de hier uitgevoerde orkestratie. De Andalusische flamenco vervult een prominente rol, met name in het derde lied. Het volgende werkje is de grote verrassing van deze cd: Saeta en forma de Salve a la Virgin de la Esperanza, een Smeekbede aan de Maagd (Maria) van de Hoop. Een klein juweeltje waar religieuze devotie aan het slot even naar flamenco gaat klinken. Farruco is het eerste deel van de Triptico op. 45 voor zang en piano, geschreven in 1927 voor Conchita Supervia - alleen dit deel werd door Turina in een orkestraal jasje gestoken.

De cd sluit af met de twee andere orkestwerken die Turina's naam op geluidsdragers in leven hebben gehouden: Ritmos en de Sinfonía Sevillana. Ritmos is analoog aan Daphnis et Chloé van Ravel een choreografische fantasie, zij het wat bescheidener van afmetingen. Net als Ravels schepping is ze een eigen leven in de concertzaal gaan leiden. Er is geen 'verhaaltje', Turina gaf alleen maar aan een abstract scenario 'van duister naar licht' te hebben willen componeren. Hij doet dat in zes aan elkaar gekoppelde deeltjes in het verloop van een kwartier. Voor de grote vormen was in zijn muzikale denken weinig ruimte. Zelfs in het langste werk op deze cd, de Sinfonía Sevilliana, is ondanks de driedelige vorm en de naamgeving nauwelijks plaats voor symfonische ontwikkeling. In plaats daarvan presenteert Turina een muzikale impressie van de stad Sevilla. Panorama heet het voor zichzelf sprekende eerste deel. In deel twee, Por el rio Guadalquivir stroomt de majesteitelijke rivier onder machtige bruggen. Fiesta en San Juan de Aznalfarache is een kleurrijk portret van de van oorsprong Moorse wijk van Sevilla.

De drie orkestwerken zijn geen nieuwkomers in de catalogus, en een oudere opname door de Bamberger Symphoniker onder Antonio de Almeida voor RCA was zeker niet slecht, maar Chandos wint op punten door de superieure geluidskwaliteit. Het is natuurlijk een dooddoener om de Spaanse afkomst van Juanjo Mena een pluspunt te noemen, maar het is wel een waarheid als een koe. Clara Mouriz is geen Teresa Berganza, maar die onvervangbare diva heeft alleen de pianoversies van deze liederen opgenomen. Daardoor alleen al is deze cd uniek, en een absolute aanrader voor liefhebbers van kleurrijke Spaanse klanken. Nu maar hopen op een orkestrale versie van het monumentale Canto a Sevilla.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links