CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, mei 2017

 

Charles Tournemire – Complete Orgelwerken Vol. 4 – Mariae Virginis

Tournemire: Twee delen uit L'Orgue mystique op. 55 & 57 – Pièce symphonique op. 16 – Petites fleurs musicales op. 66 – Postludes libres pour les antiennes de Magnificat op. 68

Vincent Boucher (orgel)

Atma ACD2 2473 • 68' •

Opname: febr. 2016 & jan. 2017, Oratoire Saint-Joseph du Mont-Royal, Montréal

   

 Dit is het vierde deel van een beoogde registratie van de complete orgelwerken van Charles Tournemire door de Canadese organist Vincent Boucher. Deel 1 verscheen in 2006, dus als Boucher in dit tempo doorgaat mogen zowel luisteraar als organist blij zijn om de voltooiïng van deze machtige onderneming nog mee te maken. Tournemire componeerde namelijk een gigantische hoeveelheid orgelmuziek, waarbij hij de kwantitatieve prestaties van Bach, Rheinberger, Reger en Dupré – toch geen kleine jongens – ruimschoots overtrof. Over de kwalitatieve prestaties heeft Olivier Messiaen zich in niet mis te verstane termen uitgelaten: ‘Op een dag zal de wereld Tournemire ontdekken'. Wie zich afvraagt waar de componist Messiaen de ideeën voor zijn orgelwerken vandaan haalde moet eens luisteren naar het Paraphrase-Carillon uit L'Orgue Mystique op. 57. Dan wordt duidelijk dat Tournemire de missing link is tussen César Franck en Olivier Messiaen.

Charles Tournemire (1870-1939) was een leerling van César Franck, en volgde in 1898 zijn mentor op als organist van de Parijse Sainte-Clotilde, waar hij tot zijn overlijden werkzaam bleef. Daarnaast zat hij bepaald niet stil, met een oeuvre van negen symfonieën, vier opera's, kamermuziek en pianowerken. De opkomst van de cd heeft veroorzaakt dat het label Marco Polo kans zag om de complete symfonieën uit te brengen. Wat de orgelwerken betreft moeten we onderscheid maken tussen de werken die hij voor praktisch gebruik in de eredienst schreef en een reeks concertwerken plus wat improvisaties, uitgeschreven door zijn leerling Marcel Dupré. Voor kerkelijk gebruik schreef hij L'Orgue Mystique: een muzikale encyclopedie in 51 delen voor de Tridentijnse misliturgie op zon- en feestdagen, gebaseerd op de passende gregoriaanse verzen. Iedere kerkdienst volgt hetzelfde ritueel: Introït-Offertoire-Élévation-Communion-Postlude. Een nuttige bron voor honderden organisten, tot het tweede Vaticaans Concilie de Tridentijnse liturgie afschafte.

Wie een boeiende serie cd's uit dit kolossale oeuvre wil samenstellen heeft het bepaald niet gemakkelijk. Vincent Boucher kiest voor een thematische aanpak. De eerste vier delen verschenen achtereenvolgens onder de titels Resurrectio, Nativitas, Trinitas en Mariae Virginis. Dat biedt het voordeel van de dramaturgische samenhang, maar het nadeel van de verbrokkeling, want de onderdelen van de liturgische werken in L'Orgue Mystique duren soms korter dan een minuut, alleen de afsluitende delen hebben een respectabele lengte. Twee complete zondagen, gewijd aan de maagd Maria worden op deze cd gecombineerd met deeltjes uit de 40 Petites fleurs musicales opus 66 en de 51 Postludes libres pour les antiennes de Magnificat opus 68, eveneens alle betrekking hebbend op Maria. Het openingswerk is de vreemde eend in de bijt, een jeugdwerk met de titel Pièce symphonique, overduidelijk geïnspireerd door het Grande Pièce Symphonique van Franck.

Boucher koos tot nu toe voor Canadese instrumenten, en hier bespeelt hij het orgel van Saint-Joseph in Montréal, gebouwd door de firma Beckerath in 1960. Het is een vijfklaviers instrument met een factuur die probeert Duitse elementen (het plenum van Bach) te verenigen met Franse (de tongwerken van Franck, inclusief een complete set ‘en chamade'). Het is een prachtig instrument in een heldere, maar niet te galmerige akoestiek, en Boucher weet smaakvol te registreren, waardoor in de rustige momenten ook individuele stemmen een kans krijgen. Van de bij mijn weten twee volledige opnamen van L'Orgue Mystique ken ik die van Sandro Müller op moderne Duitse orgels niet, en ik ben er ook niet zeker van of die wel op fysieke cd's (Cybele) is uitgekomen. De andere werd ingespeeld door Georges Delvallée, op twaalf cd's en vier Cavaillé-Coll orgels voor het label Accord. Gezien het feit dat Tournemire componeerde op een Cavaillé-Coll een ideale combinatie, met als enig nadeel dat het een hele zit is om al die zondagen achter elkaar gepresenteerd te krijgen. Maar ‘elk nadeel heb zijn voordeel' – Delvallée werkt de drie betreffende opusnummers keurig zondag voor zondag af. Het is dus een echt naslagwerk geworden, onmisbaar voor wie zich in deze goudmijn aan schitterende vondsten wil verdiepen. Er is ook nog een aan Tournemire verslingerde organist actief in Nederland, Tjeerd van der Ploeg; hij heeft inmiddels voor het label VLS vier cd's gewijd aan L'Orgue Mystique en drie aan de concertwerken, alle ingespeeld op beroemde Cavaillé-Coll instrumenten in Frankrijk. Hij houdt dus ook de werken voor de eredienst gescheiden van de vrije werken. Ook zijn cd's zijn de moeite waard, maar het overlijden van Hans van Laar van het label VLS heeft hier kennelijk tragische gevolgen gehad voor de voortzetting. Op de website van Van der Ploeg staan al jaren twee nieuwe titels aangekondigd, maar de link naar VLS werkt niet.

Voor een eerste kennismaking met Tournemire zijn de cd's van Vincent Boucher een prima opstapplaats: een mooi instrument dat niet te veel naar een kathedraal klinkt, een heldere opnamekwaliteit, en last but not least, een uitstekend gestemd orgel. Wat Boucher onderscheidt is zijn repertoirekeuze, met de menging van kerkelijke en vrije werken enerzijds, en de werken met een symfonische aanpak in combinatie met miniatuurtjes die ook op een harmonium niet misstaan. Een kaleidoskopisch venster op een van de tragisch onderschatte grootmeesters van het twintigste-eeuwse componeren, en niet alleen voor het orgel.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links