CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, januari 2020

Fernand de La Tombelle - Musique de chambre, chorale et symphonique

Bru Zane Portraits Volume 5

CD 1: Fantaisie pour piano et orchestre - Suite d'orchestre nr. 1 'Impressions matinales' - Suite d'orchestre nr. 2 'Livre d'images
Hannes Minnaar, Brussels Philharmonic o.l.v. Hervé Niquet
Opname: oktober 2018, Studio 4 Flagey, Brussel

CD 2: Suite pour trois violoncelles - Quatuor avec piano - Musique pour choeur
François Salque, Hermine Horiot, Adrien Bellom (cello, Suite), I Giardini (Quatuor), François Saint-Yves (orgel), Vlaams Radiokoor o.l.v. Hervé Niquet

Opname koorwerken: juni 2018, Jezuïetenkerk, Heverlee (B)
Opname overige: april/mei 2017, Palazzetto Bru Zane (Venetië)

CD 3: 4 Mélodies - Pages d'amour, liederencyclus - Andante espressivo voor cello en piano - Cellosonate - Fantasie-ballade pour harpe à pédales
Yann Beuron (tenor), Jeff Cohen (piano, Liederen), Emmanuelle Bertrand (cello). Pascal Amoyel (piano, Cellosonate), Nabila Chajai (harp)

Opname: maart/april/mei 2017, Palazzetto Bru Zane (Venetië)

Bru Zane BZ 1038 • 66' + 69' + 64' • (3 cd's)

   

Over de uitgaven van de Fondation (Stichting) Bru Zane is op deze site al vele malen de loftrompet gestoken. Paul Korenhof heeft zich lyrisch uitgelaten over onbekende of onbekende versies van Franse opera's, en de naam Bru Zane valt regelmatig in positieve zin bij besprekingen van het Franse repertoire uit de negentiende eeuw. Maar wie of wat is Bru Zane?

De geschiedenis begint bij Camille Bru, een ondernemende huisarts die (heel kort door de bocht) de uitvinder is van de bruistablet, een vondst die de basis vormde van een farmaceutische firma die onder leiding van zijn zoon Jean een groot internationaal bedrijf werd. Toen Jean in 1989 overleed werd hij opgevolgd door zijn weduwe Nicole, die de omzet wist te verdubbelen en het bedrijf in 1994 overdeed aan de farmaceutische gigant Bristol-Meyers. Jean en Nicole Bru waren kunst- en muziekliefhebbers, en onderhielden al enige jaren contacten met dirigent en musicoloog Hervé Niquet. Nicole Bru schakelde Niquet in als adviseur om een flink kapitaal te steken in een stichting ter bevordering van kunst en muziek, de Fondation Bru, opgericht in 2005. Als eerste daad werd in 2006 besloten tot de aankoop van een vervallen Venetiaans paleisje van de adellijke familie Zane, het Casino Zane, dat zorgvuldig werd gerestaureerd en als Palazetto Bru Zane het onderkomen werd van een concertserie en een stichting. Op advies van Niquet kwam de nadruk daarbij te liggen op de negentiende-eeuwse Franse muziek, en niet op de barokmuziek waarmee Niquet zich tot dan voornamelijk had beziggehouden.

Zo kwam in 2009 het Centre de Musique Romantique Française van de grond, met een budget van ruim anderhalf miljoen, een artistieke en administratieve staf, en een concertserie in Venetie en op diverse locaties in Frankrijk, plus een schitterende serie uitgaven van cd's in boekvorm. Drie series worden door de Fondation onderhouden: 1. Opéra français (tot nu toe 22 titels) 2. Prix de Rome (6 titels) 3. Portraits (5 titels). Om die laatste categorie gaat het hier, en in volgorde van verschijnen zijn dat Théodore Gouvy, Théodore Dubois (hier besproken), Marie Jaëll, Félicien David en Fernand de La Tombelle, het onderwerp van deze bespreking. Voorafgaande aan deze uitgave organiseerde de Fondation in het voorjaar van 2017 een festival, gewijd aan zijn kamermuziekwerken, onder de titel Gentiluomo della belle epoque.

Fernand de La Tombelle

Net als graaf Vincent d'Indy was baron Fernand de La Tombelle afkomstig uit een adellijke familie. Hij werd geboren in Parijs, in 1854, en kreeg de eerste pianolessen van zijn moeder, zelf een leerling van Thalberg en Liszt. Op zijn achttiende besloot hij tot een loopbaan in de muziek, en werd leerling van het Conservatoire, waar hij compositie studeerde bij Théodore Dubois en orgel bij Alexandre Guilmant. Hij verwierf al snel een reputatie als orgelvirtuoos, en was in 1894 betrokken bij de oprichting van de Schola Cantorum, waar hij enige decennia doceerde. Hij was niet alleen een uiterst productief componist, maar hield zich ook bezig met beeldhouwen, fotografie, astronomie, dichtkunst, folklore (hij bespeelde de vedel), en publiceerde zelfs een culinair werkje over 'Le pâté de perdrix aux truffes de Périgueux'. In dat opzicht lijkt hij op zijn twintig jaar oudere collega Camille Saint-Saëns, die grote waardering voor hem had. Geen wonder, La Tombelle beantwoordt in alle opzichten aan het ideaal van de Franse classicus, met muziek die zich houdt aan de grote voorbeelden uit het verleden. De laatste jaren van zijn leven bracht La Tombelle door op het kasteel dat hij erfde van zijn grootvader van moeders kant, het Château de Fayrac in de Dordogne, waar hij in 1928 overleed.

Château de Fayrac in de Dordogne

La Tombelle heeft een groot oeuvre nagelaten, waarin alle genres vertegenwoordigd zijn (geen opera, wel twee operettes), en tijdens zijn leven genoot hij een internationale reputatie als organist, met optredens tot in de Verenigde Staten. Aan zijn orgelwerken is op deze uitgave geen aandacht besteed, maar op YouTube kunt u zich op de hoogte stellen van het enige orgelwerk dat door organisten nog wordt geprogrammeerd, de Toccata opus 23, uitgevoerd door Willem van Twillert op het orgel van de Grote kerk te Bolsward, een stuk dat wedijvert met de beroemde Toccata van Widor.

Wat we hier voorgeschoteld krijgen is een mooie dwarsdoorsnede van symfonische werken, kamermuziek en koorrepertoire. De hand van dirigent en artistiek adviseur Hervé Niquet is onmiskenbaar aanwezig, en duidelijk is ook dat hij zijn functie in Venetië heeft weten te combineren met zijn werkzaamheden in België, waar hij tot 2019 chef-dirigent was bij het Vlaams Radiokoor en gastdirigent van het Brussels Philharmonisch Orkest. Een bijzondere vermelding verdient pianist Hannes Minnaar in de Fantaisie, een driedelig werk dat niet onderdoet voor een volwassen pianoconcert à la Saint-Saëns. De beide orkestsuites op de eerste cd bevestigen het beeld van een componist die keurig binnen de lijntjes van Bizet en Gounod kleurt. In de kamermuziek zien we La Tombelle van zijn beste kant, vooral in de langzame delen van zijn cellosonate en het pianokwartet, lyrische ontboezemingen die de aandacht van de luisteraar gevangen weten te houden en zelfs blijven hangen.

De koormuziek waarin La Tombelle een formidabele reputatie wist te verwerven in het fin de siècle is inmiddels verbleekt, maar krijgt van Niquet en zijn Vlaamse zangers een voorkeursbehandeling. De Jezuïetenkerk in het Belgische Heverlee blijkt een prachtlocatie, niet alleen door de warme akoestiek, maar ook door het (bescheiden) Cavaillé-Coll orgel dat hier en daar figureert.

Kort samengevat: een prachtuitgave die korte metten maakt met de idee dat de fysieke cd (of het fysieke boek) zo langzamerhand hun beste tijd hebben gehad. Ze komt uit in een beperkte oplage van drieduizend exemplaren. Het woord (en de daad) is aan de consument, die mag kiezen tussen de negen symfonieën van Beethoven of dit portret van de vergeten Fernand de La Tombelle. Het resultaat is voorspelbaar...


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links