CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, mei 2019

Thuille: Orgelsonate in a, op. 2

Reinecke: Orgelsonate in g, op. 284

Tod: Fantasie ‘Wie schön leucht't uns der Morgenstern op. 4 (voor klarinet en orgel) op. 4 – Introduction und Fuge über das Benedicamus Domino – Orgelsonate in Bes, op. 3 – Andante religioso op. 10 (voor hoorn en orgel)

Ritter: Orgelsonate nr. 3 in a, op. 23

Tuulia Ylönen (klarinet), Petri Komulainen (hoorn), Jan Lehtola (orgel)
Toccata Classics TOCC 0505 • 87' •
Opname: sept. 2011 (Reinecke), maart 2015 (Thuille, Ritter en Tod sonates); juni 2017 (overige), St. John's Church, Helsinki

   

Het label Toccata Classics richt zich op repertoire waar de meeste muziekliefhebbers geen weet van hebben, en het doen dat in stijl. Toen de cd werd uitgevonden had ze een speelduur van 74 minuten omdat Maestro Herbert die nodig had om de Negende Symfonie van Beethoven te celebreren. De schijfjes die we zelf konden branden kregen al gauw een maximale capaciteit van tachtig minuten, en die grens werd op commerciële opnamen hier en daar met een paar minuten overschreden. Maar zo bont als Toccata het maakt als hier is voor mij nieuw: zevenentachtig minuten.

De uitgave in kwestie presenteert de complete orgelwerken van Eduard Adolf Tod (1839-1872). Met 33 jaar niet oud geworden, maar afgaande op deze uitgave heeft hij tenminste één juweel geschreven. Een Fantasie over het koraal ‘Wie schön leucht't uns der Morgenstern' voor klarinet en orgel. Een combinatie die ik nog niet eerder ben tegengekomen, en die in dit geval geleid heeft tot een schitterend werk dat klarinettisten zowel als organisten op een idee moet brengen. Tod is het onderwerp van deze cd, met de complete werken waarbij het orgel betrokken is, resulterend in drie discografische premières. De overige werken zijn Introduction und Fuge über das Benedicamus Domine, een Orgelsonate en een Andante religioso voor hoorn en orgel, ook al zo'n zeldzame combinatie.

Om de zevenentachtig minuten te vullen was er hulp nodig van verwante componisten die langer leefden en dus een omvangrijker oeuvre nalieten. Opmerkelijke vondsten zou men daarbij niet verwachten, maar het tegendeel is waar. Om te beginnen de Sonate opus 2 van de Oostenrijkse componist Ludwig Thuille (1861-1907), ook niet echt oud geworden. Carl Reinecke (1824-1910) daarentegen werd oud genoeg om een Orgelsonate met het opusnummer 284 te produceren, een werk waarvan het laatste deel een fantasie is op het koraal ‘Wie schön leucht't und der Morgenstern' en zo de toon zet voor de Fantasia van Tod. Een schitterende vondst die door het fluisterzachte pianissimo waarmee de Fantasia begint nog extra reliëf krijgt. De derde gastcomponist is August Ritter (1811-1885), schepper van vier orgelsonates, waarvan de vierde uit 1855 dit boeiende recital kordaat afsluit met de instructie Entschlossen (vastbesloten). Een recital dat met zorg en fantasie is samengesteld en een aantal boeiende verrassingen oplevert.

Niet minder verrassend is het spel van Jan Lehtola, op het al even verrassende orgel van St. John's Church in Helsinki. Gebouwd door de eens verguisde en nu geadoreerde orgelfabriek van de firma Walcker, en laatstelijk prachtig gerestaureerd in 2005. Een kolos met meer mogelijkheden dan voor dit repertoire nodig is. Lehtola heeft alleen maar een luxeprobleem, dat hij moeiteloos aanvult met een doorwrochte toelichting en daarbij als dank wordt gehonoreerd met een sfeervolle opname.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links