CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2019

 

Telemann – La Querelleuse – The Counterpoints & Friends

Telemann: Ouverture in G, La Querelleuse, TWV 55:G8 – Fantasia nr. 11 in G, TWV 40:12 – Triosonate in g, TWV 42:g9 – Fantasia nr. 3 in b, TWV 40:4 – Triosonate in a, TWV 42:a1 – Cantate Die Zufriedenheit TWV 20:29 – Fantasia nr. 12 in a, TWV 40:25 – Triosonate in E, TWV 42:E4 – Concerto à 4 in a, TWV 43:a3

The Counterpoints: Thomas Triesschijn (blokfluit), Matthea de Muynck (viool), Petr Hamouz (cello), Aljosja Mietus (klavecimbel)
Friends: Kristen Witmer (sopraan), Robert de Bree (hobo), Alon Portal (contrabas)
Et'cetera KTC 1652 • 69' •
Opname: sept. 2019, Waalse Kerk, Amsterdam

 

Gieb jedem instrument das
was es leyden kan.
So hat der Spieler lust
du hast vergnügen dran.
Georg Philipp Telemann, Autobiografie, Frankfurt 1718

Wijze woorden die door het jonge ensemble The Counterpoints als motto voor zijn cd-debuut werden gekozen – de zelfgeschreven toelichting opent ermee. Welgekozen, maar in hun enthousiasme zijn ze vergeten om eerst eens te vertellen waarom nu juist precies deze regels. Wat wil het geval? Het repertoire op dit debuut bevat niet alleen uitsluitend werken van Telemann, meer dan de helft ervan is door de Counterpointers bewerkt om het aldus geschikt te maken voor eigen gebruik. Een praktijk die voor Telemann en zijn tijdgenoten doodnormaal was, en die maar aan één voorwaarde hoeft te voldoen: het moet goed klinken – zie bovenstaand versje.

Even een tip tussendoor: het boekje bij deze uitgave zit los in de verpakking, zonder schuifje of uitsparing. Dat komt steeds vaker voor en betekent dat zo'n boekje er makkelijk uitvalt en zoekraakt. Wanneer men het boekje openslaat en onder een hoek van negentig graden om het klapkartonnetje heen vouwt is het euvel weliswaar niet verholpen, maar beheersbaar.

Wie eenmaal het woud van Telemann betreedt ziet al gauw door de bomen het bos niet meer. De man was duizelingwekkend productief, waarbij Ouvertures en Cantates in duizendtallen lopen. De Telemann Werke Verzeichnis poogt enige orde in het oeuvre te scheppen, en heeft de genres genummerd naar bezetting; daarbinnen is vervolgens genummerd naar toonsoort. Zo valt het eerste werk op deze cd in de categorie Ouverture, met als toonsoort G groot, de achtste van in totaal twaalf Ouvertures in die toonsoort. Om deze bespreking overzichtelijk te houden gaan we het rijtje af, waarbij de aard van de bewerking en eventueel commentaar door elkaar lopen.

Bij Telemann en zijn tijdgenoten staan de termen Ouverture en Suite voor hetzelfde: een meerdelige suite van dansvormen, die wordt geopend met een Ouverture, die vrijwel altijd voldoet aan de kenmerken van de Franse Ouverture, een uitvinding van Lully. Een statige inleiding in gepuncteerde ritmes wordt gevolgd door een snel fugatisch deel, dat wordt afgesloten met een variant van de inleiding. Beide helften worden herhaald, waardoor de Ouverture altijd veruit het langste deel van de Suite is. Deze Ouverture kreeg van Telemann de bijnaam La Querelleuse – ruziezoekster – wat in de toelichting in verband wordt gebracht met de spilzieke mevrouw Telemann en een voorspelbare vechtscheiding. Oorspronkelijk geschreven voor strijkorkest, en volgens de toelichting ‘en trio bewerkt door The Counterpoints'. Een summiere samenvatting van een ingrijpende operatie. De belangrijkste ingreep is dat de oorspronkelijk vierstemmige partituur moest worden gereduceerd tot driestemmigheid: de blokfluit vervangt de eerste viool, de tweede viool blijft, de altviool is verdwenen, de cello speelt zijn eigen partij en vervangt bij fugatische inzetten de altviool en het klavecimbel wordt er in deze triobezetting aan toegevoegd. De originele toonsoort schoof vanwege de omvang van de blokfluit omhoog van G naar Bes. Men kan zich afvragen of de contrabas, die verderop in deze bespreking aan de orde komt, hier niet zijn oorspronkelijke partij had kunnen behouden, maar daar is ongetwijfeld over nagedacht. Maar waarom de tweede herhaling in het Ouverturedeel weggelaten? Nu is die ouverture met krap vier minuten een beetje karig uitgevallen, zeker op een cd met voldoende speelruimte. In de opnamebalans zou iets minder cello en iets meer viool de rollen tussen de beide vechtgenoten (het derde deel heet Les Combattants) nog duidelijker hebben gemaakt. Voor het overige is La Querelleuse een heerlijk speelstuk geworden met een prominente rol voor de blokfluitspelende mevrouw Telemann.

Drie Fantasia's staan er op de schijf, alle afkomstig uit TWV 40, werken voor één instrument. Telemann schreef deze Fantasia's in twee bundels van twaalf voor viool en traverso. Hier horen we eerst de elfde Fantasia voor traverso, die vanwege de omvang van de blokfluit opnieuw opschuift van G naar Bes. Vervolgens neemt de cello de derde Fantasia voor Traverso onder handen, die daardoor een halve toon opschuift van b naar c klein. Tenslotte horen we Matthea de Muynck in de laatste Fantasia voor viool, uiteraard in zijn originele gedaante.

Aan de drie triosonates hoefde vanzelfsprekend niet gesleuteld te worden, al stammen ze uit verschillende bronnen. De sonate in g klein werd geschreven voor altblokfluit en viool, die in a klein voor dezelfde bezetting stamt uit een bundel van zes trio's die in 1718 in Frankfurt verscheen, en de derde in E groot komt uit de Essercizii Musicali, gepubliceerd in Hamburg in 1725.

Ter afwisseling werd de Amerikaans-Koreaanse sopraan Kristen Witmer uitgenodigd voor de driedelige cantate Die Zufriedenheit, een ode aan de bescheidenheid en tevredenheid waarvan mevrouw Telemann wel een onsje meer had kunnen gebruiken. Telemann schreef wagonladingen cantates, en deze maakt deel uit van een bundel met Sechs Moralische Cantaten, gepubliceerd in 1736 in Hamburg. Ook hier moest vanwege de blokfluit de toonsoort omhoog van A naar C groot. Voor zangeres Witmer vast geen sinecure, maar zij zingt zich stralend en zufrieden door de coloraturen heen.

Tot slot een stuk dat de medwerking vereist van nog twee Friends, hoboïst Robert de Bree en contrabassist Alon Portal. Een wat merkwaardig maar schitterend (zie de trailer op Youtube) en veel te kort Concerto à 4 voor viool, blokfluit, hobo en continuo, met een onmogelijk moeilijke cadens voor de viool in het laatste deel. Wat betreft bovengenoemde inzet van de contrabas gebeurd hier in het arrangement het omgekeerde, want in de oorspronkelijke partituur komt het instrument niet voor. Dat doet geen afbreuk aan het klinkend resultaat, dat van dit concertje een schitterende afsluiting maakt van een recital dat in alle opzichten waarmaakt waarmee het begon: du hast Vergnügen dran.

______________
Op 29 november om 20:15 vindt het presentatieconcert plaats in de Waalse Kerk te Amsterdam.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links