CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2017

 

Telemann: Triosonate in a, TWV 42:a4 – in F, TWV 42:F8 – in d, TWV 42:d10 – in a, TWV 42:a1 – in f, TWV 42:f2 – Duet voor blokfluit en viool in Bes, TWV 40:111

Erik Bosgraaf (blokfluit), Dmitry Sinkovsky (viool), Balázs Máté (cello), Alexandra Koreneva (klavecimbel)
Berlin Classics 0301006BC • 52' •
Opname: juli 2016, Chamber Music Hall, Eszterháza Palace, Fertöd (H)

 

Ein Lulli wird gerühmt, Corelli lässt sich loben; Nur Telemann allein ist übers Lob erhoben.
Johann Mattheson in Grundlagen einer Ehren-Pforte (1740)

Telemann, door tijdgenoten geroemd, zo opent de tekst bij deze uitgave, en het eerste citaat dat u hierboven ziet wordt gevolgd door een vijftal gelijksoortige loftuitingen en een paragraaf van de componist zelf. Dan volgt een toelichting bij deze triosonates van de hand van Thiemo Wind, die voor het grootste gedeelte handelt over de sonate in d. De authenticiteit van het werk wordt betwijfeld en de continuopartij van het eerste deel ontbreekt – die werd door Wind gereconstrueerd

Dat Telemann een verbijsterend productieve toondichter was wordt hier weer eens fijntjes duidelijk gemaakt aan de hand van de nummering van het Telemann Werk Verzeichnis (TWV). Wat in de inhoudsopgave wellicht overkomt als een merkwaardig soort programmeertaal is een manier om de stukken in hetzelfde genre te catalogiseren. Zo staat TWV 42 voor alle stukken die vallen in de categorie triosonate, daarna ziet u de toonsoort, gevolgd door het volgnummer van de reeks die Telemann in die toonsoort componeerde. U ziet in bovenstaand lijstje dat hij minstens tien sonates in de toonsoort d-klein componeerde. Al even verbijsterend is het feit dat die enorme productie van Telemann de eeuwen trotseerde terwijl zoveel schoons van Johann Sebastian Bach ons voor altijd is ontvallen.

Uit het welgevulde fundus aan triosonates heeft blokfluitist Erik Bosgraaf alle stukken voor zijn instrument in combinatie met de viool uitgezocht. Een vijftal werken, geschreven volgens het patroon van de Sonata da Chiesa, een vierdelig genre met de indeling langzaam-snel-langzaam-snel.

Erik Bosgraaf heeft het repertoire van de blokfluit naar ongekende gebieden verlegd, door niet zomaar eigentijdse werken aan zijn repertoire toe te voegen, maar werken die een verschil maken. Denk aan het blokfluitconcert van Willem Jeths, niet voor een blokfluit en barokensemble, maar voor een symfonieorkest. Om maar te zwijgen van de Dialogue de l'ombre double van Pierre Boulez, oorspronkelijk voor klarinet, maar met de warmhartige instemming van de componist door Bosgraaf omgeschreven naar de blokfluit.

In deze triosonates laat Bosgraaf zijn hang naar avontuur op een andere manier horen. Tekenend voor zijn droge gevoel voor humor is de opmerking bij de opnamedata: opgenomen in de late uurtjes van 3 & 4 juli. Wie het Largo (deel 3) uit de sonate in F beluistert constateert dat betrokkenen er een feestje van gemaakt hebben – men waant zich even in een Hongaars restaurant. Violist Dmitry Sinkovsky en cellist Balázs Máté leven zich heerlijk uit en klaveciniste Alexandra Koreneva geeft de percussieve kant van haar instrument de vrije teugels. De opnamelocatie in het Hongaarse Eszterháza Paleis heeft ongetwijfeld tot de magyaarse feestvreugde bijgedragen. De ‘kleine zaal' van Haydns vroegere werkplek is kennelijk een ruim bemeten locatie, te oordelen naar de nagalm, die deze kamermuziek bijna een symfonisch tintje geeft. Aangezien Erik Bosgraaf niets aan het toeval overlaat is ook dat een bewuste keuze. Een plezier om naar te luisteren.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links